Thema 1 kennismaken basisstof 2

thema 1 kennismaken
basisstof 2 bouw van organismen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

thema 1 kennismaken
basisstof 2 bouw van organismen

Slide 1 - Tekstslide

Welke organen ken je

Slide 2 - Woordweb

Leerdoel

1.  Je leert wat een orgaan is en voorbeelden geven

2.  Je leert wat een orgaanstelsel is en voorbeelden geven

3.  Je leert wat een cel is en voorbeelden geven

4.  Je leert van een torso de belangrijkste organen en kunt deze benoemen




Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

organen
Een orgaan is een deel van een organisme. Elk orgaan heeft een eigen taak.
Je noemt een taak ook wel een functie. 
Bij je longen is de functie ademhalen. 

Slide 5 - Tekstslide

Organen van de plant

Een plant heeft net als een dier en als een mens ook organen.

Slide 6 - Tekstslide

Organenstelsels
Organen werken vaak samen met meerdere andere organen. Zo'n groep organen die samenwerken noem je een organenstelsel. Op de afbeelding zie je het verteringsstelsel.


Leer de organenstelsels
Je kunt enkele organen noemen
verteringsstelsel
slokdarm, lever maag dunne darm  dikke darm
bloedvatenstelsel
hart aorta holle ader bloedvaten
Bottenstelsel
Schedel rib wervelkolom dijbeen teenkootjes 
en nog veel meer
Zenuwstelsel
Hersenen  ruggenmerg  zenuwen

Slide 7 - Tekstslide

Organenstelsels
Bloedvatenstelsel

Bottenstelsel

Zenuwstelsel

functie
Vervoeren van bloed door het lichaam
functie
Vorm en stevigheid voor het lichaam.
Bescherming en aanhechting van pezen.

Slide 8 - Tekstslide

Soorten cellen

Organen bestaan uit cellen. Een cel is heel erg klein. De cellen zijn de bouwstenen van je organen.

Door een microscoop kun je cellen bekijken. Ze lijken plat maar dat zijn ze in werkelijkheid niet. Er zijn verschillenden vormen, het lijken net zakje die gevuld zijn met water. 



Slide 9 - Tekstslide


Soorten cellen


De vorm van de cel 
heeft te maken met de functie van de cel. 





rode bloedcel
Vorm: rond
Kan makkelijk door bloedvat
zenuwcel
Vorm: met lange uitlopers
Kan makkelijk contact maken met verschillende cellen
Botcel
Spiercel

Slide 10 - Tekstslide


nr. 2
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 11 - Quizvraag


nr. 5
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 12 - Quizvraag


nr. 10
A
Long
B
Hart
C
Nier
D
Maag

Slide 13 - Quizvraag


nr. 6
A
Long
B
Dikke darm
C
Nier
D
Maag

Slide 14 - Quizvraag


Welke stelsels zie je?
A
bloedvatenstelsel zenuwstelsel
B
bottenstelsel zenuwstelsel
C
verteringsstelsel spierstelsel
D
je ziet alleen organen

Slide 15 - Quizvraag


Alle cellen in je lichaam hebben dezelfde vorm
A
ja
B
nee
C
dat verschilt per persoon
D
bij een mens wel, bij een dier niet

Slide 16 - Quizvraag

De functie van het bloedvatenstelsel

Slide 17 - Open vraag

Het verteringsstelsel bestaat uit de bijvoorbeeld deze 3 organen:

Slide 18 - Open vraag

Het hart is
A
een organenstelsel
B
een cel
C
een orgaan
D
een organisme

Slide 19 - Quizvraag

Het zenuwstelsel bestaat uit:
A
bloedvaten, de hersenen, het ruggenmerg
B
bloedvaten, de wervelkolom, zenuwen
C
de wervelkolom, de hersenen, het ruggenmerg
D
zenuwen, de hersenen, het ruggenmerg

Slide 20 - Quizvraag

Welk organenstelsel zorgt voor de vertering van je eten?
A
Het bloedvatenstelsel
B
De maag en de lever
C
Het verteringsstelsel
D
Het zenuwstelsel

Slide 21 - Quizvraag

De dunne- en dikke darm, de maag en de lever werken samen in het:
A
bottenstelsel
B
zenuwstelsel
C
spierstelsel
D
verteringsstelsel

Slide 22 - Quizvraag

Dit weet je nu


1.  Je kunt vertellen en uitleggen wat een orgaan is en voorbeelden geven

2.  Je kunt vertellen en uitleggen wat een orgaanstelsel is en voorbeelden geven

3.  Je kunt vertellen en uitleggen wat een cel is en voorbeelden geven

4.  Je kunt van een torso de belangrijkste organen aanwijzen en benoemen





Slide 23 - Tekstslide