Scheikunde I - Les 3 - stofeigenschappen + zuivere stoffen en mengsels + verschillende mengsels

Les 3 - Zuivere stoffen en mengsels
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 3 - Zuivere stoffen en mengsels

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Wk 1: Element, atoom, molecuul en verbinding
Wk 2: Fasen en fase overgangen
Wk 3: Vervalt
Wk 4: Stofeigenschappen & zuivere stoffen + mengsels + verschillende soorten mengsels
Wk 5: Vervalt - Bezoek Bodyworlds
Wk 6: Scheidingsmethodes
Wk 7: Chemische reacties
Wk 8: Toets

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Elementen en symbolen
  • Terugblik vorige week + doornemen huiswerk
  • Korte uitleg H4
  • Aan de slag
  • Korte uitleg H5 + H6
  • Aan de slag

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elementen en symbolen
Maak de opdracht elementen en symbolen die je van de docent krijgt.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Vragen over stof/huiswerk van vorige week?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De overgang van vast naar vloeibaar noemen we?
A
stollen
B
verdampen
C
rijpen
D
smelten

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De overgang van gas naar vast noemen we?
A
rijpen
B
vervluchtigen
C
condenseren
D
stollen

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bewering is waar?
A
bij het verwarmen van een vloeistof verandert het molecuul
B
Bij het verwarmen van een vloeistof verandert het atoom
C
bij het verwarmen van een vloeistof verandert het molecuul niet
D
Bij het verwarmen van een vloeistof gaan de moleculen dichter bij elkaar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij: 
  • Kunt de definitie geven van een stofeigenschappen;
  • Kunt toelichten wat het verschil is tussen kwantitatieve en kwalitatieve stofeigenschappen en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt de definitie geven van een zuivere stof en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt de definitie geven van een mengsel en hierbij voorbeelden benoemen.
  • Kunt de definitie geven van een ware oplossing, colloïde oplossing, suspensie en emulsie en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt het verschil uitleggen tussen een homogene en heterogene oplossing.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stofeigenschappen
  • Eigenschappen van stoffen; specifiek voor stoffen
  • Stofeigenschappen moet passend zijn bij functie van het voorwerp

Bijv. fiets
Buizen zijn stijf en licht
Wiel zijn luchtgevulde banden

Vorm van de fiets niet specifiek voor een stof, van staal kun je ook andere vormen maken dan een fietsframe

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stofeigenschappen
  • Zoveel mogelijk meetbaar
  • Bijvoorbeeld: kookpunt, smeltpunt, veerkracht, dichtheid, lichtbreking en viscositeit

Meetbare stofeigenschappen zijn kwantitatieve eigenschappen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stofeigenschappen
Sommige eigenschappen zijn moeilijk meetbaar

Kwalitatieve eigenschappen zijn eigenschappen die moeilijk meetbaar zijn

Bijv. zoet of bitter, de mate van bitterheid kun je niet in een getal uitdrukken.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Maak opdrachten uit H4
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Een stof noemen we zuiver als alle aanwezige deeltjes tot de betreffende stof behoren. 

In de natuur komen stoffen vrijwel niet in een zuivere toestand voor. De lucht is bijv een mengsel van stikstof en zuurstof met een geringe hoeveelheid waterdamp en koolstofdioxide en sporen van stikstofoxiden, zwaveloxiden en edelgassen. 

Als een stof niet al te zuiver is en dus noemenswaardige hoeveelheden andere componenten bevat, spreken we over een mengsel

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Zuivere stof vs. mengsel
Zuivere stof = 1 soort moleculen 
  • Voorbeeld: (demi)water
 
Mengsel = meerdere soorten moleculen
  • Voorbeeld: suikerwater (suiker opgelost in water)
Water en suiker zijn verschillende moleculen

Glucosemolecuul
Watermolecuul

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit of thee een zuivere stof of mengsel is

Slide 18 - Open vraag

Thee bestaat uit water. Maar bevat ook kleur-, geur- en smaakstoffen en is dus een mengsel. 
Mengsels

Slide 19 - Tekstslide

Homogeen mengsel heeft in ieder punt dezelfde samenstelling. Voorbeeld: water met een suikeroplossing

Heterogeen mengsel wanneer er niet aan de voorwaarde is voldaan dat ieder punt dezelfde samenstelling heeft. Voorbeeld: water met olie

Waarom staat er op sommige verpakkingen: "Schudden voor gebruik?"
Thee is een:
A
Homogeen mengsel
B
Heterogeen mengsel

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oplossingen
  • Ware oplossing: Volkomen gemengd op het niveau van de kleinste deeltjes
  • Colloïde: Hele kleine vaste deeltjes in een vloeistof
  • Emulsie: Hele kleine vloeistofdeeltjes in een andere vloeistof, normaal niet mengbaar
  • Suspensie: Grotere deeltjes verdeeld in een vloeistof

Slide 21 - Tekstslide

Ware oplossing: zeer kleine opgeloste deeltjes (<1 nm). Voorbeeld: suiker- of zoutoplossingen. 

Colloïde oplossing: Deeltjes zijn wat groter, maar niet afzonderlijk onder de microscoop te zien. De deeltjes blijven zweven. Voorbeeld: melk.

Suspensie: Verdeelde deeltjes zijn nog groter. Je kunt ze met het blote oog zien. Zullen gemakkelijk bezinken en zijn d.m.v. filtratie te scheiden van een vloeistof. Voorbeeld: sinaasappelsap met vruchtvlees

Emulsie: Een vloeistof in een vloeistof die normaliter niet mengbaar is. Voorbeeld: mayonaise of schoensmeer

Bij een ware, colloïde en suspensie zijn het dus vaste stoffen in een vloeistof.
Bij een emulsie een vloeistof in een vloeistof. 
Mengsels testen
Welke soort oplossing is het?
  • Ware oplossing
  • Colloïde oplossing
  • Emulsie
  • Suspensie

Slide 22 - Tekstslide

Maak verschillende oplossingen in de klas: 
ware oplossing
Water + suiker
Water + zout
Water + azijn

Colloïde oplossing
Melk (zonder mengen) Caseïne-eiwitten blijven zweven

Suspensies
Water + maïzena (1 el op 100 ml water)
Water + cacao

emulsie: Water + olie
Maak opdrachten uit H5 en 6

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Jij:
  • Kunt de definitie geven van een stofeigenschappen;
  • Kunt toelichten wat het verschil is tussen kwantitatieve en kwalitatieve stofeigenschappen en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt de definitie geven van een zuivere stof en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt de definitie geven van een mengsel en hierbij voorbeelden benoemen.
  • Kunt de definitie geven van een ware oplossing, colloïde oplossing, suspensie en emulsie en hierbij voorbeelden benoemen;
  • Kunt het verschil uitleggen tussen een homogene en heterogene oplossing.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies