4.4 Hoe maak je winst? Deel 1

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf 4.4 Blz. 122
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Verwachtingen vandaag!
  • Mijn boek ligt open op paragraaf 4.4 Blz. 122
  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en rekenmachine.
  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op
  • Als de docent praat ben ik stil
  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt uitleggen wat arbeidsproductiviteit is.
  • Je kunt de afschrijving berekenen.

Slide 2 - Tekstslide

4.4 Hoe maak je winst? (deel 1)
H1 Economie is meer dan geld

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen vandaag
  • Je kunt uitleggen wat een ondernemer is.
  • Je kunt uitleggen wat technologische ontwikkelingen zijn.
  • Je kunt uitleggen hoe ondernemers en bedrijven voor toegevoegde waarde zorgen.
  • Je kunt uitleggen hoe je de omzet berekent.

Slide 4 - Tekstslide

Ondernemer
  • Een zelfstandig ondernemer is iemand die met een eigen bedrijf zijn inkomen verdient.
  • Sommige werken in hun eentje, ben ben je een ZZP-er.
  • Sommige ondernemers hebben wel personeel in dienst.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Technologische ontwikkelingen
  • Een ondernemer heeft te maken met technologische ontwikkelingen.
  • Dat is nieuwe kennis van de techniek en nieuwe uitvindingen.
  • Hierdoor krijgen bedrijven steeds betere productiemethodes.
  • Ook als consument profiteer je hiervan, producten worden namelijk beter en kunnen goedkoper worden. 

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Toegevoegde waarde
  • Als je ondernemer bent, kun je een bedrijf hebben dat grondstoffen uit de natuur haalt.
  • Je kunt ook grondstoffen bewerken en er producten van mkane.
  • Andere ondernemers verkopen eindproducten aan de consument.
  • Veel bedrijven bewerken producten.
  • Daardoor wordt het product steeds een beetje meer waard.
  • Dat noem je toegevoegde waarde

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Omzet en afzet
  • Bij een winkel wordt aan het eind van de dag gekeken hoeveel er verkocht is.
  • Het aantal producten dat je verkoopt, noem je de afzet.
  • Door verkopen komt er geld binnen. Het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door verkoop van producten, noem je de omzet

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Aan het werk!
Nog te maken opdrachten 4.4: 2, 6 en 7 (omcirkelen)

Opdrachten laten controleren bij de docent, bij goedkeuring nakijken.
Nagekeken werk laten controleren bij de docent, bij goedkeuring:
  • Maken plusopdrachten Hoofdstuk 4
  • Bezig met een ander vak
  • Lezen


 

timer
25:00

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen herhalen
  • Je kunt uitleggen wat een ondernemer is.
  • Je kunt uitleggen wat technologische ontwikkelingen zijn.
  • Je kunt uitleggen hoe ondernemers en bedrijven voor toegevoegde waarde zorgen.
  • Je kunt uitleggen hoe je de omzet berekent.

Slide 15 - Tekstslide