Prehistorie

Goedemorgen 1A, pak je werk- en leerboek erbij!

1 / 29
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisWOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Goedemorgen 1A, pak je werk- en leerboek erbij!

Deze slide heeft geen instructies



Deze slide heeft geen instructies

Met je buurman/buurvrouw:

Twee minuten om met elkaar antwoorden van opdrachten 3 en 4 te bespreken. Daarna wijs ik klassikaal groepjes aan.


Hierna bespreken we de rest van de opdrachten gezamenlijk.










Deze slide heeft geen instructies

Wat verwacht ik van jullie



  1. 🤫 Stil wanneer de docent praat en als iemand het woord mag nemen.

  2. ✋ Vinger opsteken als je iets wilt zeggen.

  3. 📚 Boek, schrift en pen op tafel.

  4. 📝 Werken wanneer het werktijd is.

  5. 🤝 Respect voor elkaar.

  6. Je spreekt de docent met u aan.

Text

Leg het begrip standplaatsgebondenheid eenvoudig uit zonder het woord te zwaar te maken: mensen kijken vanuit hun eigen tijd, plaats en belang.


❌ Een dier denkt niet: “Ik moet mij aanpassen aan mijn omgeving.”
✅ Individuen met gunstige erfelijke eigenschappen krijgen gemiddeld meer nakomelingen.


Mensen evolueren nog steeds, maar dan heel langzaam.

Schrijf over: evolutie = het veranderen van erfelijke kenmerken van een populatie over vele generaties.

Belangrijk hierbij:

  • Verschillen

  • Erfelijkheid

  • Natuurlijke selectie

Deze slide heeft geen instructies


En dan nu: de ijstijd!

Deze slide heeft geen instructies


Deze slide heeft geen instructies


Kort filmpje: hunebed bouwen. Wat zie je gebeuren? Onthoud de dingen die je ziet in je hoofd.

Deze slide heeft geen instructies


Het leven van de jager-verzamelaars werd heel anders 115.000 jaar geleden....

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht ijstijd

Stel je voor: je bent een jager-verzamelaar. Het klimaat verandert en de IJstijd breekt aan. Waar het eerst groen en aangenaam was, ligt er nu overal sneeuw en ijs.


Schrijf binnen een minuut voor jezelf 2 dingen op:

  • Wat veranderde er aan het eten dat je verzamelde of jaagde?

  • Wat veranderde er aan je kleding of onderkomen om niet te bevriezen?

Daarna, als ik het aangeef: vergelijk je antwoorden.

  • Hadden jullie hetzelfde opgeschreven?

  • Bedenk samen welke van de twee veranderingen volgens jullie de grootste uitdaging was om te overleven.

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandige werktijd

10 minuten in stilte zelfstandig aan het werk.


Jullie maken opdrachten 9 en 8, op blz.23 van het werkboek.


Ben je klaar? Steek je hand op, dan begin je aan de extra opdracht!

Deze slide heeft geen instructies

Extra opdracht – Evolutie & de ijstijd

Werk individueel. Schrijf alleen het nummer en je antwoord in je schrift.

Opdracht A. Evolutie: wat klopt?

Geef aan of de uitspraak juist of onjuist is.
Is hij onjuist? Verbeter de uitspraak (uiteraard in je schrift).

  1. Een dier kan zichzelf tijdens zijn leven aanpassen en die verandering vervolgens doorgeven aan zijn jongen.

  2. Binnen één diersoort bestaan erfelijke verschillen tussen individuen.

  3. Een dier krijgt een dikkere vacht omdat het in een koude omgeving leeft en die vacht nodig heeft.

  4. Een erfelijke eigenschap die de overlevings- en voortplantingskans vergroot, kan na veel generaties vaker voorkomen.

Opdracht B. Leven tijdens de ijstijd

  1. Tijdens een ijstijd was een groot deel van Noord-Europa veel kouder dan tegenwoordig.
    Noem twee problemen die dieren hierdoor konden hebben.

  1. Stel dat binnen een populatie wolven sommige dieren door erfelijke verschillen een dikkere vacht hebben.

Leg in vier stappen uit hoe natuurlijke selectie ervoor kan zorgen dat na heel veel generaties relatief meer wolven een dikke vacht hebben.

Deze slide heeft geen instructies


Deze slide heeft geen instructies


Deze slide heeft geen instructies


Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

geschiedenis - Een beschrijving van een deel van het verleden.

historicus - iemand die het verleden onderzoekt.

Chronologie- de volgorde waarin gebeurtenissen plaatsvonden.

interpretatie - uitleg of betekenis die je aan bronnen geeft.

tijdvak - een afgesproken periode in de geschiedenis.

verandering - iets dat anders wordt door de tijd.

continuïteit - iets dat lange tijd hetzelfde blijft.


Rood: deze begrippen komen ook op pagina 17 van je leerboek voor; alle begrippen die daar staan + de begrippen die je nu opschrijft kunnen in de toets voorkomen.

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen van gisteren

  1. Hoe je de tijd kan indelen in tijdvakken en stilstaan bij de tijd tussen gebeurtenissen.

  2. Je weet wat het begrip chronologie betekent.

  3. Je kan een tijdbalk maken met chronologische gebeurtenissen en deze aflezen.


Andere vraag: wat betekent continuïteit? Raadpleeg je schrift.

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Vraag kort door: gaan leerlingen vooral denken aan jaartallen, oorlogen, bronnen of verhalen?

Algemene begrippenlijst (aankondiging dus niks overschrijven!)

  • Het document heet ´Periodisering en standaardbegrippen voor geschiedenis´.

  • Dit is de algemene begrippenlijst van het vak geschiedenis

  • Je kan bij dit document komen door naar de Onedrive van de schoolomgeving te gaan, en op het lesmateriaal van groep 1A te klikken.

  • Deze begrippenlijst kan je raadplegen voor toetsen. Sommige begrippen komen overeen met de begrippen in het leerboek.

  • In de tweede klas krijg je een SO over de eerste honderd begrippen.

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf op: de eerste mensen...

Leefden als nomaden.


Deze nomaden noemen wij nu jagers-verzamelaars.

Ze trokken rond opzoek naar eten.


Ze bouwden tijdelijke tentenkampen op een geschikte plek, namelijk bij

de oever van een rivier/ een verhoging in het landschap/ in de buurt van vaste trekroutes van dieren.



Voor 1 vwo is dit vooral een eerste kennismaking. Je hoeft nog niet alle precieze jaartallen van de tijdvakken uit te werken.

Mijn vraag aan jullie: waarom?

  1. Waarom zou je met je familieleden langs de oever van een rivier vestigen?
    Denk hier 1 minuut over na.



  1. Waarom zou je met je familieleden je op een verhoging in het landschap vestigen? Denk hier 1 minuut over na.



  1. Waarom zou je met je familieleden in de buurt van vaste trekroutes van dieren vestigen? Denk ook hierover 1 minuut na.



Deze slide heeft geen instructies

Het feit dat mensen als jagers-verzamelaars gingen leven komt door...

Evolutie!!

Geef eventueel een eenvoudig voorbeeld: vervoer veranderde sterk, maar mensen wonen nog steeds samen in gemeenschappen.

Leerdoelen. Je weet dus nu:

  1. Hoe je de tijd kan indelen in tijdvakken en stilstaan bij de tijd tussen gebeurtenissen.

  2. Wat het begrip chronologie betekent.

  3. Een tijdbalk maken met chronologische gebeurtenissen en deze aflezen.

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Vraag kort door: gaan leerlingen vooral denken aan jaartallen, oorlogen, bronnen of verhalen?

Waarom gebruikt een historicus meerdere bronnen?

A

Om sneller klaar te zijn

B

Omdat één bron onvolledig is

C

Omdat bronnen altijd gelijk zijn

D

Om meningen te vermijden

Gebaseerd op slides 6-9: een bron laat maar een deel zien, daarom vergelijk je bronnen en interpreteer je ze.

Vul de begrippen in

Historici gebruiken bronnen als bewijsmateriaal. Daarna interpreteren ze die om een zo betrouwbaar mogelijk beeld van het verleden te maken.

bronnen
interpreteren
verleden
tijdvakken
onthouden
heden
verzinnen

Let erop dat interpreteren hier betekent: uitleg geven op basis van bronnen, niet zomaar een mening geven.

Welke bronsoort vind jij het handigst voor onderzoek?

Goede antwoorden noemen één soort bron uit de les, bijvoorbeeld geschreven, beeld-, materiële of mondelinge bron, plus een korte uitleg dat die bron informatie geeft over mensen, gebeurtenissen of keuzes in het verleden.

Waarom delen we geschiedenis in tijdvakken in?

A

Om bronnen te vervangen

B

Om alles exact te bewijzen

C

Om overzicht te krijgen

D

Om meningen te kiezen

Sluit aan bij slides 10-13: tijdvakken helpen grote veranderingen en gebeurtenissen te plaatsen.

Maak de tekst af

Een tijdvak is een afgesproken periode. Daarmee kun je verandering én continuïteit in de geschiedenis beter herkennen.

tijdvak
verandering
continuïteit
bron
gevolg
verleden
onderzoek

Controleer of leerlingen de kernbegrippen uit deze laatste uitleg kunnen plaatsen.

Wat is één ding dat jij vandaag over geschiedenis leerde?

Reflectie zonder fout of goed. Laat leerlingen benoemen wat is blijven hangen, bijvoorbeeld bronnen, tijdvakken, verleden/heden of verandering en continuïteit.

Welk deel van deze les hielp jou het meest?

Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeelden, het onderscheid tussen bronsoorten, of het idee van verleden en heden.