Duitsland: detente en hereniging (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

DUITSLAND · 1961-1991

Examentraining

Duitsland: detente en hereniging: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Oefen complexe examenvragen: soorten oorzaken, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen en interpretatie.

Onderdelen in deze les

DUITSLAND · 1961-1991

Examentraining

Duitsland: detente en hereniging: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Friedrich Gahlbeck, Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

DUITSLAND · 1961-1991

Wat ga je kunnen?

Ik kan complexe examenvragen over Duitsland tussen 1961 en 1991 beantwoorden: soorten oorzaken en gevolgen, standplaatsgebondenheid, bruikbaarheid van bronnen, continuïteit, verandering en interpretatie.

Deze slide heeft geen instructies

DUITSLAND · 1961-1991

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is de vraagstelling, wie is de maker, wanneer en met welk doel?

  • 2. Zoek: welk begrip, welke oorzaak of welk keerpunt uit de stof past bij de situatie?

  • 3. Beredeneer: onderbouw met het gegeven en benoem het type oorzaak, de standplaats of de interpretatie

Deze slide heeft geen instructies

Montagsdemonstratie in Leipzig, 23 oktober 1989

DUITSLAND · 1961-1991

Vraagtype 1: soorten oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en diepere oorzaak, direct en indirect, korte en lange termijn, en het soort: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Een gebeurtenis heeft meerdere oorzaken en gevolgen: noem er meer dan één en weeg ze

Image credit: Friedrich Gahlbeck, Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Open grenzen in Oost-Europa in 1989: welke rol voor de val van de muur?

A

Directe aanleiding, naast diepere oorzaken als de ontevredenheid

B

Diepere oorzaak op de lange termijn, al sinds 1961

C

Cultureel-mentaal gevolg van de val van de muur

D

Gevolg van de hereniging in 1990

De open grenzen zetten de DDR direct onder druk en waren de aanleiding. De diepere oorzaken lagen in de ontevredenheid, de televisie, de koers van Gorbatsjov en de Brezjnevdoctrine. Verwachte fout: de aanleiding aanzien voor een diepere oorzaak.

Leg uit waarom de gevolgen van het DDR-regime economisch én mentaal waren.

Goed: economisch, Oost-Duitsland liep achter en moest worden geïntegreerd in het herenigde Duitsland; mentaal, mensen hadden lang onder een totalitair regime geleefd en moesten wennen aan nieuwe verhoudingen. Verwachte fout: alleen economische gevolgen noemen.

DUITSLAND · 1961-1991

Vraagtype 2: standplaatsgebondenheid

  • Verklaar gedrag vanuit de kennis, waarden en situatie van de mensen van toen en daar

  • Wat wilde die persoon of groep bereiken, wat vreesde hij en wat wist hij op dat moment al?

Deze slide heeft geen instructies

Honecker stond open voor de Ostpolitik, maar zag de deling als definitief. Waarom?

A

Hij verwachtte een snelle hereniging onder Brandt

B

Hij wilde de DDR laten opgaan in de BRD

C

Hij wist dat de muur in 1989 zou vallen

D

De DDR moest als aparte staat blijven bestaan en erkend worden

Vanuit zijn standplaats zocht de DDR-leiding erkenning als gelijkwaardige staat, niet het einde van de DDR. Verwachte fout: terugredeneren vanuit 1989.

Verklaar waarom veel DDR-burgers in 1989 via Oost-Europese landen naar het Westen vertrokken.

Goed: ontevredenheid door de televisiebeelden van West-Duitsland, het verlangen naar vrijheid en het feit dat enkele Oost-Europese landen hun grenzen hadden geopend. Verwachte fout: vertrekken verklaren vanuit de hereniging, die men toen nog niet kende.

Gorbatsjov en Honecker op het SED-partijcongres in Oost-Berlijn, april 1986

DUITSLAND · 1961-1991

Vraagtype 3: bruikbaarheid van bronnen

  • Weeg bruikbaarheid voor een vraagstelling: betrouwbaarheid (maker, doel, publiek) en representativiteit

  • Een bron is niet bruikbaar of onbruikbaar in het algemeen, maar voor een bepaalde vraag

Image credit: Rainer Mittelstädt, Bundesarchiv / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 de

Stel: een DDR-krant schrijft in 1989 dat het Westen de protesten opzette. Waarvoor bruikbaar?

A

Als bewijs van de werkelijke oorzaak van de protesten

B

Voor hoe de DDR-leiding de protesten wilde voorstellen

C

Voor de mening van alle DDR-burgers

D

Nergens voor, want propaganda is onbruikbaar

De bron laat zien wat de leiding wilde dat het publiek geloofde. Voor de oorzaken van de protesten is hij weinig betrouwbaar. Verwachte fout: de bron geheel afwijzen, terwijl hij wel bruikbaar is voor het beeld dat de leiding schetste.

Memoires van Kohl over 1990: noem een kracht en een beperking als bron.

Goed: kracht, Kohl kende de besluitvorming van binnenuit; beperking, hij schrijft achteraf en wil zijn rol in een gunstig licht zetten, en zijn verhaal is niet representatief voor alle betrokkenen. Verwachte fout: alleen zeggen dat memoires niet betrouwbaar zijn.

DUITSLAND · 1961-1991

Vraagtype 4: continuïteit, verandering, interpretatie

  • Onderscheid continuïteit en verandering naar tempo, duur, schaal en terrein

  • Elke ordening van tijd is een interpretatie: historici kiezen verschillende keerpunten

Deze slide heeft geen instructies

Hoe is de omslag van DDR-dictatuur naar herenigd Duitsland in 1989-1990 te typeren?

A

Snel in tempo, met een grote schaal en veel terreinen tegelijk

B

Langzaam en geleidelijk, verspreid over decennia

C

Alleen een verandering op cultureel-mentaal terrein

D

Een verandering van beperkte schaal in Berlijn

Protesten, val van de muur en hereniging volgden elkaar binnen ongeveer een jaar op en veranderden politiek, economie en samenleving. Verwachte fout: geleidelijk, omdat de ontevredenheid al lang bestond.

Een historicus ziet 1989 als keerpunt, een ander 1991. Hoe kan dat?

A

Eén van beiden kent de jaartallen niet

B

Een keerpunt moet altijd het vroegste jaartal zijn

C

Zij ordenen de tijd vanuit een andere vraagstelling

D

Alleen een Duitse historicus kan dat bepalen

Voor de Duitse geschiedenis is 1989 de val van de muur, voor de Koude Oorlog is 1991 het einde. Beide keuzes zijn verdedigbaar. Verwachte fout: denken dat er maar één juist keerpunt bestaat.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soorten oorzaken en gevolgen

2

Standplaatsgebondenheid

3

Bruikbaarheid van bronnen

4

Continuïteit, verandering, interpretatie

Oefen het vraagtype met de meeste stemmen nog een keer.

DUITSLAND · 1961-1991

Tips voor op het examen

  • Noem bij een oorzaak het type: aanleiding of diepere oorzaak, politiek, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal

  • Verklaar gedrag vanuit de situatie van toen, zonder terug te redeneren vanuit wat we nu weten

  • Bij bronnen: koppel maker, doel en publiek aan de vraagstelling en denk aan representativiteit

  • Gebruik 1972, 9 november 1989, 1990 en 1991 als keerpunten om je redenering aan op te hangen

Deze slide heeft geen instructies