Zinnen maken ISK A1

Zinnen maken in het Nederlands

Vandaag leer je:


goede zinnen maken


(Taalcompleet Thema 3 Wonen par. 3.13)



1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNT2ISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Zinnen maken in het Nederlands

Vandaag leer je:


goede zinnen maken


(Taalcompleet Thema 3 Wonen par. 3.13)



Deze slide heeft geen instructies

Wonen

Waar woon jij?

Deze slide heeft geen instructies

ik – woon – in – Meppel


Is dit een goede zin?

A

Ja

B

Nee

Deze slide heeft geen instructies




❌ Nee → dit zijn woorden, geen zin

Deze slide heeft geen instructies

Een goede zin:

1 2 3

🔴Ik 🔵woon 🟢in Meppel.



Let op! 🅰️ hoofdletter ● punt

1. wie

2. werkwoord

3. de rest

Deze slide heeft geen instructies

Zo maak jij een goede zin:

1 2 3 (de rest)

🔴WIE → 🔵WERKWOORD → 🟢WANNEER → 🟢WAT → 🟢WAAR → 🟢HOE


🔴Ik 🔵huur 🟢nu 🟢een kamer 🟢in Meppel 🟢alleen.


Let op! 🅰️ hoofdletter ● punt


De rest kan zijn:

– wanneer (nu, vandaag) - waar (in Meppel, hier)
– wat (een huis, een flat) - hoe (alleen, met mijn broer)

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?

A

🔴Ik 🔵woon 🟢op de derde verdieping.

B

🔴Ik 🟢op de derde verdieping 🔵woon.

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?

A

🔴Aris 🔵woont 🟢nu 🟢in een huis

B

🔴Aris 🟢nu 🔵woont 🟢in een huis.

C

🔴Aris 🔵woont 🟢nu 🟢in een huis.

D

🔴Aris 🟢nu 🔵woont 🟢in een huis

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?

A

Zij een nieuw huis zoeken.

B

Zij zoeken een nieuw huis.

Deze slide heeft geen instructies

Welke zin is goed?

A

Wij komen de bus naar school met.

B

Wij komen naar school met de bus.

C

Wij komen met bus naar school.

D

Wij komen met de bus naar school.

In veel thuistalen van ISK-leerlingen staat ‘met’ achter het woord of is het geen los voorzetsel.
Daarom oefen ik in het Nederlands bewust met + de + vervoermiddel.

Maak een goede zin met de woorden: Let op 🅰️ hoofdletter ● punt


Fayez | een boek | leest |


Deze slide heeft geen instructies

Maak een goede zin met de woorden: Let op 🅰️ hoofdletter ● punt


op het bed | zitten | de kinderen |


Deze slide heeft geen instructies

Maak een goede zin met de woorden: Let op 🅰️ hoofdletter ● punt


in Meppel | woon | ik | met mijn gezin | nu |


Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar de foto en schrijf een zin.

Let op 🅰️ hoofdletter ● punt




Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar de foto en schrijf een zin.

Let op 🅰️ hoofdletter ● punt




Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar de foto en schrijf een zin.

Let op 🅰️ hoofdletter ● punt




Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak jij een goede Nederlandse zin?

1

🔴 wie – 🔵 werkwoord – 🟢 rest

2

🔴 wie – 🟢 rest – 🔵 werkwoord

3

🔵 werkwoord – 🔴 wie – 🟢 rest

4

🟢 rest – 🔴 wie – 🔵 werkwoord

Deze slide heeft geen instructies


1 2 3

🔴 wie – 🔵 werkwoord – 🟢 rest (wanneer – wat – waar – hoe)



Deze slide heeft geen instructies

Goed gedaan!


Jullie maken goede Nederlandse zinnen.

Deze slide heeft geen instructies