Meervouden U3 apprendre 10

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

L'objectif:
  • Jij kunt meervoudsvormen van uitzonderingen van zelfstandige naamwoorden maken

    Apprendre 10 
    Meervoud zelfstandige naamwoorden, bijzondere vormen

Slide 2 - Tekstslide

Meervoud zelfstandige naamwoorden, bijzondere vormen
We hebben al geleerd dat er een -s achter het zelfstandig naamwoord komt in het meervoud (bijvoorbeeld: la femme, les femmes). 






Slide 3 - Tekstslide

Bijzondere gevallen

  1. Als het zelfstandig naamwoord eindigt op -s, -z, of -x, verandert er niets in het meervoud, bijvoorbeeld: le bus -> les bus.
  2. Als het zelfstandig naamwoord eindigt op een -u, wordt er in het meervoud een -x toegevoegd, bijvoorbeeld: le feu -> les feux. 
  3. Als het zelfstandig naamwoord eindigt op -al, wordt er in het meervoud -aux toegevoegd, bijvoorbeeld: un animal -> des animaux.
  4. Attention! un oeil =>  des yeux.

Slide 4 - Tekstslide

 Als het zelfstandig naamwoord eindigt op -s, -z, of -x, verandert er niets in het meervoud

Slide 5 - Tekstslide

Le corps, les.....

Slide 6 - Open vraag

Le bus, les

Slide 7 - Open vraag

Als het zelfstandig naamwoord eindigt op een -u, wordt er in het meervoud een -x toegevoegd

Slide 8 - Tekstslide

le cheveu, les

Slide 9 - Open vraag

le drapeau, les

Slide 10 - Open vraag

Als het zelfstandig naamwoord eindigt op -al, wordt er in het meervoud -aux toegevoegd

Slide 11 - Tekstslide

Le cheval, les

Slide 12 - Open vraag

l'hôpital, les

Slide 13 - Open vraag

Attention! 
le travail => les travaux 


l'oeil => les yeux 

Slide 14 - Tekstslide

l'oeil, les......

Slide 15 - Open vraag

meervoud: la patte

Slide 16 - Open vraag

wat is het meervoud van :
le cheval

Slide 17 - Open vraag

Geef het meervoud van:
le stylo

Slide 18 - Open vraag

Geef het meervoud van:
le garçon

Slide 19 - Open vraag

Zet de zin in het meervoud.

L’animal est petit

Slide 20 - Open vraag

Noteer de hele zin in het meervoud.
Le cheval est grand

Slide 21 - Open vraag

Zet de zin in het meervoud.

L’hôpital est beau.

Slide 22 - Open vraag

Zet de zin in het meervoud.

Le cadeau est grand

Slide 23 - Open vraag

Wat zie je op de foto? (meervoud)

Slide 24 - Open vraag

Zet volgende zin in het meervoud:
La fille est dangereuse

Slide 25 - Open vraag

Maak nu het blad dat je van je docent krijgt over het 

meervoud zelfstandige naamwoorden, bijzondere vormen

zie apprendre 10 blz. 118

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide