les voor de toets periode 3

Een poll over de vragen die er zijn voor de toets 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Een poll over de vragen die er zijn voor de toets 

Slide 1 - Tekstslide

Ik heb nog een vraag voor de toets (anders dan over molrekenen)
Ja
Nee

Slide 2 - Poll

Wat gaan we deze les doen?

- Punten van toets bij langs per paragraaf
- Molrekenen bij langs?
- Tijd om verdere vragen te stellen/ te leren 

Slide 3 - Tekstslide

De toets gaat over 

3.4: atoommassa en molaire massa
4.1: energie 
4.2: reactiesnelheid
4.3: massa
4.4: productieprocessen 

Slide 4 - Tekstslide

3.4 atoommassa en molaire massa

- Je weet wat een mol is
- Je kan de molmassa bepalen van een molecuul
- Je kan rekenen met de mol en molmassa

Slide 5 - Tekstslide

: M 
x M

Slide 6 - Sleepvraag

4.1 Energie
- Je kunt uitleggen wat de wet van behoud van energie inhoudt
- Je kunt benoemen welke energieomzetting plaatsvindt tijdens een proces en/of chemische reactie
- Je kunt het verschil uitleggen tussen exotherme en een endotherme reactie


Slide 7 - Tekstslide

4.1 Energie
- Je kunt de begrippen reactiewarmte en activeringsenergie uitleggen en toepassen
- Je kunt de reactiewarmte en activeringsenergie in een energiediagram weergeven
- Je kunt de energieprocessen van faseovergangen beschrijven



Slide 8 - Tekstslide

Energiediagram

Slide 9 - Tekstslide

Een reactie moet gekoeld worden, omdat er te veel warmte vrij komt. Wat voor soort reactie is dit?
A
Exotherm
B
Endotherm

Slide 10 - Quizvraag

4.2: Reactiesnelheid 
- Je kunt uitleggen wat de reactiesnelheid inhoudt.
- Je kunt met behulp van het botsende-deeltjesmodel uitleggen welke invloed de factoren temperatuur, concentratie en verdelingsgraad op de reactiesnelheid hebben.
- Je kunt uitleggen hoe een katalysator de reactiesnelheid beïnvloedt.

Slide 11 - Tekstslide

Welke factoren hebben invloed op de reactiesnelheid?

Slide 12 - Open vraag

4.3 Massa 
- Je kunt uitleggen waarom de wet van massabehoud altijd geldt.
- Je kunt molverhoudingen gebruiken om massaberekeningen uit te voeren aan reacties.

Slide 13 - Tekstslide

Zet het stappenplan 'rekenen aan reacties' in de juiste volgorde.
Stap 0
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stel de reactievergelijking op
Reken de gegeven stof om naar aantal mol
Reken de gevraagde stof om naar de gevraagde eenheid
Bereken het aantal mol gevraagde stof

Slide 14 - Sleepvraag

4.3 Massa (wie sk kiezen)
- over-/ondermaat 
- Rekenen van mmol en kg naar mol en g 

Slide 15 - Tekstslide

4.4 Productieprocessen
- Je kunt een eenvoudig productieproces weergeven in een blokschema.
- Je kunt aan de hand van een blokschema een industrieel proces beschrijven.
- Je weet het verschil tussen een batch- en continu proces.
- Molariteit hoeft NIET

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Wat nu doen?
Allemaal een opgaven maken over molrekenen
Ging deze goed? Dan mag je op je eigen manier voorbereiden op de toets/ vragen stellen
Ging deze minder goed? dan nog een oefenopgaven maken

Slide 18 - Tekstslide

Methaan wordt verbrand. Je hebt in totaal 32 gram methaan. Hoeveel gram water ontstaat er dan?
O = 16u, C = 12u en H= 1u
CH4 + 2 O2 --> CO2 + 2 H2O
Stap 1: reactievergelijking (staat er al)
Stap 2: van gegeven stof naar aantal mol
Stap 3: aantal mol gevraagde stof bepalen (met molverhouding)
Stap 4: van aantal mol naar aantal g van gevraagde stof

Slide 19 - Tekstslide

Antwoord
Er ontstaat dan 72 g aan water. 

Slide 20 - Tekstslide

In een vat wordt 50 g HCl gedaan. Deze gaat reageren met NH3 en hierbij ontstaat NH4Cl. Hoeveel g NH4Cl ontstaat er dan?
N = 14u, H = 1u en Cl = 35,5u 

Stap 1: reactievergelijking (NH3 + HCl --> NH4Cl)
Stap 2: van gegeven stof naar aantal mol
Stap 3: aantal mol gevraagde stof bepalen (met molverhouding)
Stap 4: van aantal mol naar aantal g van gevraagde stof


Slide 21 - Tekstslide

Antwoord
Er ontstaat dan 73 g aan NH4Cl.

Slide 22 - Tekstslide

Nog een oefening
De bereiding van soda (Na2CO3) uit steenzout (NaCl) en kalksteen (CaCO3) kan gaat volgens de reactievergelijking: 2 NaCl + CaCO3 → Na2CO3 + CaCl2
a. Bereken hoeveel g kalksteen er nodig is voor 100 g soda.

Slide 23 - Tekstslide

Succes met leren!

Slide 24 - Tekstslide