Lesson 9 - reading & possessive adjectives and pronouns

Welcome to English class!
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welcome to English class!

Slide 1 - Tekstslide

Lesson goals
At the end of this class...

- you have learned new Homework vocabulary.
- you can read a text efficiently by using a reading strategy.
- you can show that something belongs to someone.

Slide 2 - Tekstslide

Look back at the previous lesson
So, what have we learned last lesson?


Last lesson, we saw a picture of ...
We talked about ....

Slide 3 - Tekstslide

Today
Today we are going to...

- learn new vocabulary.
- practise with a reading strategy.
- learn how to express ownership in English.

Slide 4 - Tekstslide

Vocabulary
  • Go to page 76
  • We are going to read the sentences out loud.

Slide 5 - Tekstslide

Skimming & scanning

Slide 6 - Tekstslide

Skimming
Skimming =​

- read a text quickly to get an impression of the text​
- looking at the page; at the pictures, headings (kopteksten) and titels​

Slide 7 - Tekstslide

Scanning
= reading a text quickly to find specific information​

Looking at a page more closely, to find answers while looking at keywords.

Slide 8 - Tekstslide

Keywords
Key = sleutel​

Keywords zijn letterlijk ‘sleutelwoorden’, belangrijke woorden in een tekst die de voornaamste betekenis van de tekst definiëren.​
De voornaamste woorden worden keywords genoemd, die vormen de ‘sleutel’ naar de inhoud van de tekst.​

Slide 9 - Tekstslide

When is his birthday?

What are the keywords in this question?

So, if you only want an answer to this question, what are you going to search for in the text?

Slide 10 - Tekstslide

7 tips for an organised desk

Slide 11 - Tekstslide

Let's practise with keywords!
  • Page 43
  • Step 3

Slide 12 - Tekstslide

Seven tips for an organised desk

- Go to page 41.
- We are going to do exercise 44 STEP 1 together.
- Now read the text on your own and do exercise 46 on your own.

- Are you finished? Have a look at the grammar exercises: exercise 47-51. Use the grammar explanation on page 80.

Slide 13 - Tekstslide

Time for Grammar!

Slide 14 - Tekstslide

This is my notebook and pencil. It is mine.

Slide 15 - Tekstslide

That is your bag. That bag is ....... .

Slide 16 - Tekstslide

That is his backpack. 
That backpack is ....... .

Slide 17 - Tekstslide


Personal pronouns,
possessive adjectives,
possessive pronouns

Slide 18 - Tekstslide

1. Personal pronoun = persoonlijk voornaamwoord. Dit gebruik je om naar iemand of iets te refereren zonder de naam te gebruiken. ​

2. Possessive adjective = bezittelijk bijvoeglijk voornaamwoord. Het bezittelijk bijvoeglijk voornaamwoord geeft aan van wie of wat iets is. ​

3. Possessive pronouns = bezittelijk voornaamwoord. Als je wilt uitdrukken dat iets van jou (of van iemand anders) is, kun je bezittelijke voornaamwoorden (possessive pronouns) gebruiken.​




 


Bjorn is nice. He is nice.
The students are great. They are great.

He has a new bike. That's his bike.​
I have a car. That's my car.


That's my car. It's mine.
That's his bike. That's his.

Slide 19 - Tekstslide

Let's test your knowledge!
- Go to page 45
- Do exercise 48A & B.

(Finished? Make a start with exercise 47, 49, 50 & 51)

Slide 20 - Tekstslide

2. Possessive adjectives
Als je wilt uitdrukken dat iets van jou (of van iemand anders) is, kun je bijvoeglijk bezittelijke voornaamwoorden (possessive pronouns) gebruiken, zoals jouw, mijn, zijn, gevolgd door datgene wat jij of iemand anders bezit. Bijvoorbeeld: mijn boek, jouw huis, zijn hond. 

In het Engels gaat dit op dezelfde manier:
mijn boek -> my book
jouw boek -> your book
zijn boek -> his book
haar boek -> her book
ons boek -> our book
jullie boek -> your book
hun boek -> their book



Slide 21 - Tekstslide

3. Possessive pronoun
Het bezittelijke voornaamwoord kan ook 
zelfstandig worden gebruikt. 
Het Nederlands gebruikt hiervoor een 
van-constructie: dat is van mij.

Het Engels gebruikt hiervoor een 
aparte vorm: mine, yours, etc.
That is my bag. -> That's mine.
That is her bike. -> That's hers.



Slide 22 - Tekstslide

Practise time!
- Go to page 45
- Do exercise 47, 49, 50 & 51.
- Not finished? -> Homework!

Slide 23 - Tekstslide

Review the lesson
So, what have we learned today?

1. You know what keywords are and how they can help you find answers.
2. You can express possession in English.


Slide 24 - Tekstslide

Homework & next lesson

Homework:
  • Finish exercise 47, 49, 50 & 51.
  • Study the vocabulary on page 76.

Next lesson:
  • Writing an email.

Slide 25 - Tekstslide