Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
SO Hfd. 6 Elektriciteit §1 t/m §6
Een stroomkring is .......
A
Dat er stroom kan lopen van - naar +
B
Dat er stroom kan lopen van x naar y
C
Een gesloten kring waarin stroom kan lopen van y naar x
D
Dat er stroom kan lopen van + naar -
1 / 48
volgende
Slide 1:
Quizvraag
nask
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 2
In deze les zitten
48 slides
, met
interactieve quizzen
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Een stroomkring is .......
A
Dat er stroom kan lopen van - naar +
B
Dat er stroom kan lopen van x naar y
C
Een gesloten kring waarin stroom kan lopen van y naar x
D
Dat er stroom kan lopen van + naar -
Slide 1 - Quizvraag
Is dit een serie of een parallel schakeling?
A
Serie
B
Parallel
Slide 2 - Quizvraag
Is dit een serie of een parallel schakeling?
A
Serie
B
Parallel
Slide 3 - Quizvraag
6 batterijen in serie leveren een spanning van ...
A
6 + 1,5 V = 7,5 Volt
B
6 X 1,5V = 9 Volt
C
3 X 1,5V = 4,5 Volt
D
3 + 1,5V = 4,5 Volt
Slide 4 - Quizvraag
In de afbeelding zijn 3 dezelfde lampjes aangesloten op een
batterij van 4,5 Volt.
Welke stelling is juist?
A
Alle lampjes branden even fel
B
Het rechter lampje brandt het felst.
C
Het rechter lampje brand het zwakst.
D
Kan je niet weten omdat de stroomsterkte niet gegeven is.
Slide 5 - Quizvraag
Welk lampje brandt het minst fel?
A
Lampje A in schakelin I
B
Lampje B in schakelin I
C
Lampje A in schakelin II
D
Lampje B in schakelin II
Slide 6 - Quizvraag
Welk van onderstaande stof is een geleider?
A
rubber
B
hout
C
lood
D
wol
Slide 7 - Quizvraag
Welke waarde geeft de voltmeter aan?
A
1,2V
B
6V
C
12V
Slide 8 - Quizvraag
Is deze voltmeter correct aangesloten?
laatste dia
A
ja
B
nee
Slide 9 - Quizvraag
Hoeveel Ampére
geeft deze
ampéremeter aan.
A
0,027 A
B
0,27 A
C
2,7 A
D
27A
Slide 10 - Quizvraag
Bekijk de afbeelding goed en beantwoord de vraag.
Welk genummerd onderdeel geeft de amperemeter aan?
A
Nummer 2
B
Nummer 3
C
Nummer 4
D
Dat kun je niet weten
Slide 11 - Quizvraag
Bekijk de afbeelding goed en beantwoord de vraag.
Welk genummerd onderdeel geeft de voltmeter aan?
A
Nummer 2
B
Nummer 3
C
Nummer 4
D
Dat kun je niet weten
Slide 12 - Quizvraag
Welk van onderstaande stof is een isolator?
A
zilver
B
papier
C
goud
D
koolstof
Slide 13 - Quizvraag
Vul het ontbrekende woord in:
Met een ........... kun me een stroomkring op een nette manier onderbreken!
A
lampje
B
batterij
C
snoer
D
schakelaar
Slide 14 - Quizvraag
Vul het ontbrekende woord in:
Een ......... is een bron die elektrische energie levert!!!
A
voltmeter
B
spanningsbron
C
amperemeter
D
lamp
Slide 15 - Quizvraag
Welke schakeling zie je hier?
A
Parallel
B
Serie
Slide 16 - Quizvraag
Een serieschakeling is een .....
A
schakeling met vertakkingen
B
schakeling zonder vertakkingen
Slide 17 - Quizvraag
Een parallelschakeling is een ....
A
schakeling met vertakkingen
B
schakeling zonder vertakkingen
Slide 18 - Quizvraag
Wat voor schakeling zie je hier?
A
Serieschakeling
B
Parallelschakeling
Slide 19 - Quizvraag
Wat is GEEN voorbeeld van een spanningsbron?
A
Batterij
B
Lamp
C
Accu
D
Stopcontact
Slide 20 - Quizvraag
In welke eenheid wordt spanning gemeten?
A
Ampère
B
Stroom
C
Aapjes
D
Volt
Slide 21 - Quizvraag
In welke eenheid wordt stroom gemeten?
A
Ampère
B
Spanning
C
Aapjes
D
Volt
Slide 22 - Quizvraag
Vul het ontbrekende woord in:
In een batterij wordt ......... energie omgezet in elektrische energie!
A
chemische
B
bewegings
C
elektroden
D
elektrolyt
Slide 23 - Quizvraag
De spanning van het lichtnet is .......
A
U= 12 V
B
U= 230 V
C
U= 9 V
D
U = 1,5 V
Slide 24 - Quizvraag
De spanning van een penlite batterij is ......
A
U= 230 V
B
U= 1,5 V
C
U=9 V
D
U=12 V
Slide 25 - Quizvraag
Welke energievorm gebruiken we bij informatie overdracht?
A
Licht
B
Elektromagnetische straling
C
Elektrische energie
D
Geluid
Slide 26 - Quizvraag
Om schakelingen te verduidelijken worden er overzichtelijke tekeningen gemaakt. Hoe noem je zo'n overzichtelijke tekening?
A
serieschema
B
parallelschema
C
schakelschema
Slide 27 - Quizvraag
omrekenen van ampere.
10mA = ......... A
A
10000A
B
0,10 A
C
0,01 A
D
100A
Slide 28 - Quizvraag
Omrekenen van ampere
7,289A.................mA
A
728900mA
B
7289 mA
C
0,7289mA
D
72,89mA
Slide 29 - Quizvraag
De apparaten in een groep van de huisinstallatie zijn ...
A
Serie-geschakeld
B
Gemengde geschakeld
C
Parallel geschakeld
Slide 30 - Quizvraag
Welk van onderstaande formule's gebruik je om het vermogen van een elektrisch apparaat te berekenen
A
P
=
E
⋅
t
B
P
=
t
E
C
P
=
E
t
D
P
=
U
⋅
I
⋅
R
Slide 31 - Quizvraag
Wat is de eenheid van elektrisch vermogen
A
Wat
B
Watt
C
volt
D
Energie
Slide 32 - Quizvraag
Het symbool voor de EENHEID van (elektrisch)vermogen is....?
A
V
B
P
C
W
D
J
Slide 33 - Quizvraag
Wat is het symbool voor (elektrisch)vermogen
A
U
B
I
C
P
D
R
Slide 34 - Quizvraag
Bereken het energieverbruik in kWh van een computer (600 W) die 2,5 uur gebruikt wordt.
A
15000 kWh
B
1,5 kWh
C
15000wh
D
150 Wh
Slide 35 - Quizvraag
Wat zijn de twee eenheden van energie?
A
Watt (W)en Joule (J)
B
Joule (J) en kiloWatt (kW)
C
Joule (J) en Kilowattuur (kWh)
D
Watt en Seconden (s)
Slide 36 - Quizvraag
Welke formule is fout?
A
E=Pxt
B
P=E/t
C
t=E/P
D
t=P/E
Slide 37 - Quizvraag
Een WIFI-ontvanger van 3 W staat heel jaar aan. Bereken de gebruikte energie in kWh
A
0,003kWh
B
0,003 x365
C
0,003 x 365x24
D
0,003 x 365x24x3600
Slide 38 - Quizvraag
Reken om: 1500 W=...kW
A
1500000kW
B
1,5kW
C
15kW
D
150000kW
Slide 39 - Quizvraag
reken om: 0,5W=... kW
A
500kW
B
0,0005kW
C
0,005kW
D
500kW
Slide 40 - Quizvraag
Reken om: 1,2 kW=...W
A
120W
B
0,0012W
C
1200W
D
0,012W
Slide 41 - Quizvraag
reken om: 0,05kW=... W
A
500W
B
0,0005W
C
0,00005W
D
50W
Slide 42 - Quizvraag
Je fietst 50 s op een elektrische fiets. De fiets levert een vermogen van 250W. Bereken de gebruikte energie in J.
A
5J
B
0,2J
C
12500J
D
125kWh
Slide 43 - Quizvraag
Een oven van 3kW heeft in totaal 1,5 kWh energie gebruikt. Bereken hoelang de oven aan heeft gestaan
A
0,5 uur
B
1 uur
C
2 uur
D
4,5 uur
Slide 44 - Quizvraag
1 kWh komt overeen met ... J
A
3,6 J
B
3600 J
C
1000 J
D
3,6 MJ
Slide 45 - Quizvraag
Reken om: 57 V=... V
μ
A
0,0057 V
B
0,057 V
C
0,000057 V
D
57000000 V
Slide 46 - Quizvraag
Een ECG is een......
A
Hersenfunctie onderzoek
B
Hartfunctieonderzoek
C
Longfunctieonderzoek
D
Weefselonderzoek
Slide 47 - Quizvraag
Een EEG is een......
A
Hersenfunctie onderzoek
B
Hartfunctieonderzoek
C
Longfunctieonderzoek
D
Weefselonderzoek
Slide 48 - Quizvraag
Meer lessen zoals deze
6.4 veiligheid
May 2022
-
56 slides
Science
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 2
Kun je een mobiel opladen met 'plantenstroom'?
February 2026
-
36 slides
Biologie
Natuur, Leven en Technologie
+2
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3-5
4TU.Schools
Varen op de zon, wat levert dat op?
18 days ago
-
26 slides
Natuurkunde
Natuur, Leven en Technologie
+1
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3,4
4TU.Schools
Digi-doener! | Besturingssystemen: Slim schakelen
October 2024
-
13 slides
Informatievaardigheden
Nederlands
Basisschool
Groep 7,8
Stichting FutureNL
Elektriciteit
September 2022
-
31 slides
Woordenschat
Begrijpend lezen
+4
Basisschool
Groep 7,8
Kidsweek in de Klas
Examentraining 3
February 2024
-
32 slides
Beeldende vorming
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Opdracht energieverbruik
November 2020
-
2 slides
Aardrijkskunde
Middelbare school
vmbo, mavo
Leerjaar 2,3
Aardrijkskunde!
14.4 Impulsoverdracht + Reflexen
July 2025
-
18 slides