Havo H07 Beleggen - Les 1

Havo H7 Beleggen - Les 1
7.1   Spaarvormen
7.2  Effectenbeurs
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Havo H7 Beleggen - Les 1
7.1   Spaarvormen
7.2  Effectenbeurs

Slide 1 - Tekstslide

Deze les....

  • Kijken we de toets na.
  • Lopen we de periodeplanner langs.
  • Maken we afspraken.
  • Starten we met het langslopen van opgaven.
  • Deze week: 7.1 - 7.7 maken.

Slide 2 - Tekstslide

Afspraken
  • Je hebt altijd een schrift bij je en een rekenmachine.
  • Een 90 minuten les eindigen we na 80 minuten, maar we hebben geen pauze tussendoor. 
  • Je laat je opgaven conform periodeplanner aftekenen. Ben je eerder klaar + afgetekend, dan wat anders doen.
  • Je hebt je theorieboek en opgaveboek bij je (mag je ook in de kast leggen)

Slide 3 - Tekstslide

Aan het einde van de les
  • Kun je het verschil tussen vrijwillig en verplicht sparen beschrijven
  • Kun je de voor- en nadelen van vrijwillig en verplicht sparen uitleggen
  • Kun je het verschil tussen vrij opneembare en niet-vrij opneembare spaarvormen beschrijven
  • Kun je de voor- en nadelen van vrij opneembare en niet-vrij opneembare spaarvormen uitleggen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Wat ga je doen?

  • Je maakt opgaven 7.1 - 7.4 + korte intro van mij
  • 'gewoon' sparen is geld dat je op je bankrekening zet. Deze vorm van sparen is niet risicovol = paragraaf 7.1 en 7.2
  • Beleggen = risicovoller. Ik kan beleggen in obligaties en aandelen = paragraaf 7.3 en 7.4

Slide 6 - Tekstslide

Vrijwillig en verplicht sparen
Pensioensopbouw:

  • AOW
  • Aanvullend bedrijfspensioen
  • Eigen pensioenopbouw                  +
       Inkomen nadat je met pensioen bent gegaan

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Limietorder: opdracht voor verkoop tegen een minimale prijs of opdracht voor aankoop tegen een maximale prijs.

Marketorder (bestensorder): opdracht wordt zeker uitgevoerd maar zonder prijslimiet

AEX-index: graadmeter van de Ned. effectenmarkt. Dit is een gewogen gemiddelde van de 25 meest verhandelde fondsen in NL

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag

Theorieboek: p.92 - 95 in tweetallen
Maak opgave 7.1 - 7.4.
Laat mij je beantwoording aftekenen. 

Slide 10 - Tekstslide

beleggen

Slide 11 - Woordweb

Slide 12 - Video

7.3  Aandelen
Een aandeel is een bewijs van deelname in het Eigen Vermogen van een BV of NV.

Nominale waarde is het bedrag dat op het aandeel staat. Dit is meestal niet wat je betaalt.

Slide 13 - Tekstslide

Koerswaarde: bij beursgenoteerde NV's komt dit tot stand door vraag en aanbod.
Uitbreiding aandelenkapitaal --> Emissie

De prijs van een aandeel bij een emissie heet de emissiekoers.
Deze zal ongeveer gelijk zijn aan de beurskoers.
Direct na de emissie is er één koers over: de beurskoers.


Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Hoe kan je aan aandelen verdienen?
* Dividend (winstuitkering voor aandeelhouders)
* Koerswinst (kan ook verlies zijn!)

Dividendrendement:   Dividend      x 100%
                                     Beurskoers
Koersrendement:       Verkoopprijs - inkoopprijs    x 100%
                                            inkoopprijs
Aandelenrendement: beide optellen

Slide 19 - Tekstslide

Opgaven
Maak opgave 7.5 en 7.6

Slide 20 - Tekstslide

Havo H7 Beleggen - Les 3
7.1   Spaarvormen
7.2  Effectenbeurs
7.3  Aandelen
7.4  Obligaties

Slide 21 - Tekstslide

Afspraken
  • Je hebt altijd een schrift bij je en een rekenmachine.
  • Een 90 minuten les eindigen we na 80 minuten, maar we hebben geen pauze tussendoor. 
  • Je laat je opgaven conform periodeplanner aftekenen. Ben je eerder klaar + afgetekend, dan wat anders doen.
  • Je hebt je theorieboek en opgaveboek bij je (mag je ook in de kast leggen)

Slide 22 - Tekstslide

Programma
 
- Herhaling: begrippen / aandelenrendement 
- Risico's van beleggen (!!) (maak opgave /Z7.1)
- Rekenen met obligaties.
- Opgave 7.8 en 7.9
Eind van de les je opgaven laten aftekenen.


Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Beleggen
Doel: vergroten van vermogen/bezit.


Spaarrekening
Beleggen
Risico
klein/groot
klein/groot
Rendement
lager/hoger
lager/hoger
Kosten
lager/hoger
lager/hoger

Slide 25 - Tekstslide

Maak zelftoets 7.1

- Dividendrendement: dividend per aandeel / aankoopwaarde (of beurskoers als je die precies weet)
- Koersrendement: nieuw - oud / oude beurskoers.
- Aandelenrendement: bij elkaar optellen.
- Ben je klaar: maak Z7.4.
timer
1:00

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Obligatie deel 1
Zie voorbeeld 7.3.
Dit is een stukje van een 'grote' lening: de 
obligatielening. 
Koerswaarde van obligatie  (beurskoers/bedrag dat je betaalt bij aankoop) = nominale waarde x beurskoers van obligatie. 
Obligatie met nominale waarde van 1000 euro en koers van 96% koop je dan voor.....
 

Slide 28 - Tekstslide

Obligatie deel 2 (zie voorbeeld 7.4)
Couponrente = vast rentepercentage over de nominale waarde van de obligatie. *(bedrag dat je krijgt als vaste rentevergoeding elk jaar).
Zie formule!

Ook krijg je aan het einde van de looptijd de nominale waarde (100%)  van de obligatie terug. 

De overheid gebruikt obligaties om tekorten te financieren. Wat bedoel ik hiermee?

Slide 29 - Tekstslide

Aandeel vs obligatie

Slide 30 - Tekstslide

Obligatie marktrente/couponrente

marktrente: de op een bepaald moment geldende actuele rente. (stel 5%)
couponrente: wat een obligatie oplevert. (stel 4%)
Deze obligatie heeft een koerswaarde die lager is dan de nominale waarde (koers beneden pari); levert minder op dan actuele rente. 


Slide 31 - Tekstslide

Maken 7.7 - 7.9
- Kom je er niet uit? Lees eerst paragraaf 7.4 door. 
- Lukt het dan nog niet? Overleg fluisterend met buurman/buurvrouw.
Succes!

Dit is tevens huiswerk voor donderdag!


Slide 32 - Tekstslide

7.8 
- Bij a. bedenk op basis van tekst zoveel mogelijk voordelen.
- Extra vraag bij 7.8: beschrijf het verschil in rendement en risico tussen aandelen en obligaties!

timer
1:00

Slide 33 - Tekstslide

7.9
- Bij 7.9 provisie = kosten die de bank maakt en in rekening brengt.
- Bij c. Denk aan: wat heb je dan liever: de marktrente of de obligatierente?
- Bij d. Denk aan wat je terugkrijgt op het einde.
timer
1:00

Slide 34 - Tekstslide

Beleggingsfondsen
Je kunt ook beleggen in een beleggingsfonds. 

Zo'n fonds verzamelt de inleg van een groot aantal beleggers en belegt die gelden in aandelen, obligaties en of andere waarden.
Spreiding is groot, risico's kunnen worden opgevangen. 

Hiervoor vraagt het beleggingsfonds wel transactiekosten en kosten voor beheer/administratie. Zo'n 1,75% van de inleg; dat ten koste gaat van rendement. 

Slide 35 - Tekstslide