Licht kader spiegels (spiegelwet)

Paragraaf 2
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Paragraaf 2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?
Terugblik les 1
Doelen bespreken voor vandaag
 Uitleg paragraaf 2
Aan de slag
Terugblik op de les van vandaag.


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorwerp dat zelf geen licht geeft, kun je:
A
alleen zien in fel zonlicht
B
altijd zien
C
nooit zien
D
zien als er licht op valt

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lichtstralen bewegen:
A
golvend
B
naar de lichtbron toe
C
Recht
D
Soms golvend, soms recht

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen kader


6.2.1 Je kunt uitleggen dat een spiegelbeeld op één belangrijk punt verschilt van de
wereld voor de spiegel.
6.2.2 Je kunt de spiegelwet uitleggen met behulp van een tekening.
6.2.3 Je kunt tekenen hoe een lichtstraal door een spiegel teruggekaatst wordt.
6.2.4 Je kunt met de spiegelwet verklaren hoe spiegelbeelden ontstaan.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spiegelbeelden
  • Een levensecht beeld van je eigen wereld.
  • Er is diepte (lijkt net een andere wereld)
  • Links en rechts andersom
  • Boven en onder blijven hetzelfde

Slide 6 - Tekstslide

In een spiegel zie je een levensecht beeld van je eigen wereld. Het spiegelbeeld heeft
zelfs diepte: het lijkt echt achter de spiegel te liggen. Kijk maar eens naar je hand als je
een spiegel vasthoudt, en dan naar het beeld van je gezicht. Je voelt dat je ogen zich
steeds anders moeten instellen. Het spiegelbeeld is verder weg dan je hand.
Spiegelwet
Hoek van inval = Hoek van terugkaatsing
Spiegelwet

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teken regels
DE TERUGGEKAATSTE LICHTSTRAAL TEKENEN
Met de spiegelwet kun je tekenen hoe een lichtstraal door de spiegel teruggekaatst
wordt.
1 Leg je geodriehoek neer zoals in de tekening in afbeelding 3.
2 Teken de normaal. De normaal staat altijd loodrecht op het vlak van inval (de spiegel).
3 Lees de grootte van de hoek van inval af.
4 Leg je geodriehoek nu langs de andere kant van de normaal.
5 Geef de hoek van terugkaatsing aan.
6 Teken de teruggekaatste lichtstraal.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DE TERUGGEKAATSTE LICHTSTRAAL TEKENEN

  1. Leg je geodriehoek neer net als bij afbeelding 3.
  2. Teken de normaal. De normaal staat altijd loodrecht op het vlak van inval (de spiegel).
  3. Lees de grootte van de hoek van inval af.
  4. Leg je geodriehoek nu langs de andere kant van de normaal.
  5. Geef de hoek van terugkaatsing aan.
  6. Teken de teruggekaatste lichtstraal.
timer
1:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Hoofdstuk 6 paragraaf 2 
Opdracht  1 t/m 13 blz. 82 t/m 86

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je een spiegel vasthoudt:
A
lijken je hand en je gezicht in de spiegel even ver weg
B
lijkt je gezicht in de spiegel verder weg dan je hand
C
lijkt je hand in de spiegel verder weg dan je gezicht

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het belangrijkste verschil tussen de spiegelwereld en de echte wereld?
A
Boven en onder zijn omgewisseld.
B
Boven en onder én links en rechts zijn omgewisseld.
C
In de spiegelwereld zie je geen diepte.
D
Links en rechts zijn omgewisseld.

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies