6.2 -1 Voedselrelaties en kringlopen

BS 2 Voedselrelaties en kringlopen - deel 1
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

BS 2 Voedselrelaties en kringlopen - deel 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze les:
  • Opstarten

  • Uitleg basisstof 2
  • Zelfstandig aan de slag
  • Afsluiting
Deze les:
Leerdoel
  • Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven
  • Je kunt uitleggen wanneer iets wel/ niet biologisch afbreekbaar is
Tijdpad:
- 5 min. opstarten
- 15 minuten uitleg BS 2 - deel 1
Huiswerk:
alle opgaven bs 1 en 2



Slide 2 - Tekstslide

Voedsel
Indeling in de Biologie naar
welk type voedsel je eet:
1. planteneters
2. vleeseters
(3. alleseters)
Kijk even goed naar dit plaatje,
wat zijn de vleeseters?

Slide 3 - Tekstslide

Rollen in een voedselketen
Producenten:
Planten (en algen) staan altijd onderaan een voedselketen.
Zij zijn in staat tot fotosynthese:
water + koolstofdioxide + zonlicht -> glucose + zuurstof

Slide 4 - Tekstslide

Producenten
Uit die glucose kan de plant allerlei andere stoffen maken om te groeien (vruchten, bloemen, bladeren, stengel). Hiervoor heeft hij ook mineralen uit de bodem nodig.
Je noemt de planten producenten.

Slide 5 - Tekstslide

Rollen in een voedselketen
Dieren eten de planten en gebruiken de stoffen die de planten hebben geproduceerd. 
Die dieren heten consumenten.
Ook dieren die dieren eten heten consumenten.

Slide 6 - Tekstslide

Consumenten
Je kunt de consumenten op volgorde in de voedselketen nummeren.
Producenten worden gegeten door consumenten van de eerste orde. Die worden gegeten door consumenten van de tweede orde, enz.

Slide 7 - Tekstslide

Welke rol heeft de leeuw in dit voedselweb?

Slide 8 - Tekstslide

Welke rol(len) heeft de baviaan in dit voedselweb?

Slide 9 - Tekstslide

Rollen in een voedselketen
Dode planten en dieren worden gegeten door afvaleters (pissebedden, regenwormen, enz).
Dit zijn ook consumenten.


Slide 10 - Tekstslide

Rollen in een voedselketen
De laatste schakel wordt gevormd door de reducenten: de schimmels en bacteriën die het dode materiaal helemaal omzetten naar mineralen, water en koolstofdioxide.


Slide 11 - Tekstslide

4 soorten kringlopen
1. Kringloop van stoffen
2. Kringloop van water
3. Kringloop van koolstoffen
4. Stikstofkringloop

Slide 12 - Tekstslide

1. Kringloop
van stoffen

De producenten, consumenten, afvaleters en reducenten vormen een kringloop


Slide 13 - Tekstslide

autotroof en heterotroof

Slide 14 - Tekstslide

2. Kringloop van water

Slide 15 - Tekstslide

3. Kringloop van koolstoffen
Je ziet in welke vorm koolstof voorkomt in
- de lucht
- planten
- dieren
- bacterien en schimmels

Slide 16 - Tekstslide

3. Kringloop van koolstoffen
Planten nemen koolstofdioxide uit lucht en maken hiermee glucose en zuurstof. De koolstof uit de koolstofdioxide wordt dan opgenomen in glucose

Glucose energierijke stof en kan als brandstof gebruikt worden.
Bij verbranding ontstaat ..... ?

Slide 17 - Tekstslide

Stikstofkringloop

Slide 18 - Tekstslide

Stikstofkringloop
1. Planten nemen nitraat op uit de bodem --> bouwen stikstof uit het nitraat in eiwitten in. 
2. Mensen en dieren eten planten of dieren en krijgen zo eiwitten binnen. 
3. Produceren van natuurlijk afval, daar zitten ook eiwitten in. 
4. Bacteriën zetten natuurlijk afval met stikstof om in nitraat.

Slide 19 - Tekstslide

Bouwstenen van het leven:
  • koolstof (C) in alle organische stoffen
  • zuurstof (O) in veel organische stoffen
  • waterstof (H) in alle organische stoffen
  • stikstof (N) in alle eiwitten
Voorbeelden:
  • glucose (C6H12O6) (een koolhydraat)
  • zuurstofgas (O2) in de lucht, nodig voor verbranding
  • water (H2O) onmisbaar voor alle leven
  • koolstofdioxide (CO2) komt vrij bij verbranding
  • nitraat (NO3) en ammoniak (NH3) meststof / giftig gas

Slide 20 - Tekstslide

Nijntje en stikstof
https://biologiepagina.nl/Flashfiles/Ispring/nijntjeenhetnitraat.htm 



Slide 21 - Tekstslide

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Als in een bos dood materiaal op de grond valt (bladeren, dode dieren) dan zijn er bacteriën en schimmels die dat materiaal afbreken. Na een tijd zie je die bladeren en dieren niet meer terug.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Afval van planten en dieren is dus afbreekbaar door reducenten (bacteriën en schimmels)
Dit noemen we biologisch afbreekbaar.
Ook alle dingen die we maken van plantaardig en dierlijk materiaal is dus biologisch afbreekbaar:
Een leren jas, een rieten mand, papier, broodkorsten, schillen enz.


Slide 24 - Tekstslide

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Spullen die zijn gemaakt van andere grondstoffen (glas, steen, metaal) zijn niet biologisch afbreekbaar.

Plastic (meestal gemaakt van fossiele brandstoffen) is ook bijna nooit biologisch afbreekbaar.



Slide 25 - Tekstslide