Toets 02

Aan hoeveel personen (categorie A) mag een rij instructeur lesgeven?
A
Aan 2 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
B
Aan 4 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
C
Aan 2 personen, waarbij al dan niet radiografisch contact moet zijn.
1 / 20
volgende
Slide 1: Quizvraag
RijopleidingBeroepsopleiding

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Aan hoeveel personen (categorie A) mag een rij instructeur lesgeven?
A
Aan 2 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
B
Aan 4 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
C
Aan 2 personen, waarbij al dan niet radiografisch contact moet zijn.

Slide 1 - Quizvraag

Aan hoeveel personen (categorie AM) mag een rij instructeur lesgeven?
A
Aan 2 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
B
Aan 4 personen, waarbij radiografisch contact moet zijn.
C
Aan 2 personen, waarbij al dan niet radiografisch contact moet zijn.

Slide 2 - Quizvraag

Wat voor invloed heeft een duopassagier in bochten met hoge snelheid?
A
Naloop wordt groter waardoor de stabiliteit toeneemt.
B
Naloop wordt kleiner waardoor de stabiliteit toeneemt.
C
Naloop wordt groter waardoor de stabiliteit afneemt.

Slide 3 - Quizvraag

Wat houdt highspeed wave?
A
Aandrijfkracht op de motor, i.v.m. vermogen.
B
Middelpuntvliedende kracht op de motor i.v.m. afwijken van rechte lijn.
C
Wrijvingskracht i.v.m. soort wegdek.

Slide 4 - Quizvraag

Welke afspraken moet je maken met je leerling voor wat betreft de veiligheid?
A
De leerling is slechts de feitelijke bestuurder.
B
De leerling is zowel de feitelijke alsmede juridische bestuurder.
C
De leerling is de juridische bestuurder.

Slide 5 - Quizvraag

Wat voor veiligheidsmaatregelen is een motorpak?
A
Actieve veiligheidsmaatregel.
B
Passieve veiligheidsmaatregel.
C
Zowel passief alsmede actief.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is bepaald ten aanzien van de stuurbehandeling?
A
De handvatten door beide handen zoveel mogelijk zijn omsloten en het stuur niet krampachtig wordt vastgehouden.
B
Bij afwijken van een rechte lijn het stuur zo snel mogelijk wordt afgebouwd.
C
Hoe sneller de bestuurder rijdt, hoe minder gevoelig het stuur zal zijn.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is het gevolg van harmonica- effect in het verkeer?
A
Vergroot de veiligheid van de motorrijder.
B
Gevolg kan zijn, ontstaan van file.
C
Gevolg kan zijn, ontstaan van minder file.

Slide 8 - Quizvraag

Wat doe je als eerste bij een high speed wave?
A
Lichaamsgewicht zover mogelijk naar voren brengen dus het bovenlichaam vooroverbuigen, daarna remmen of gas toevoer verminderen.
B
Meteen gas verminderen.
C
Meteen gas verminderen of afremmen en het bovenlichaam voor over buigen.

Slide 9 - Quizvraag

Welke motorfiets hebben een laag zwaartepunt?
A
Racemotoren, crossmotoren.
B
Chopper en custom.
C
Oldtimers en terreinmotoren.

Slide 10 - Quizvraag

Een persoon is 20 jaar oud. Je wilt examen aanvragen voor AVD. Wat is geregeld voor wat betreft het vermogen van de motorfiets?
A
Vermogen moet minder zijn dan 11 KW.
B
Vermogen moet minder zijn dan 25KW.
C
Vermogen moet minder zijn dan 35KW.

Slide 11 - Quizvraag

Je hebt in het verleden het theorie-examen behaald voor categorie A. Je hebt afgereden op een lichtere motorfiets. Je gaat nu afrijden op een zwaardere motor. Wat is geregeld voor wat betreft het theorie-examen?
A
Theorie-examen is verplicht.
B
Theorie-examen hoeft niet te worden afgelegd.
C
Theorie-examen wordt tijdens het praktijkexamen getoetst.

Slide 12 - Quizvraag

Bij welke bijzondere verrichtingen mag het wiel kort geblokkeerd zijn terwijl dit niet meteen als onvoldoende wordt aangemerkt?
A
Stopproef,
B
Precisiestop.
C
Denkbeeldige acht.

Slide 13 - Quizvraag

Bij inhalen van een voertuig met een behoorlijke snelheid, wanneer ga je terug op je eigen weghelft?
A
Nadat de gehele voorzijde van het ingehaalde voertuig volledig zichtbaar is in de rechter spiegel.
B
Na het passeren van de voorzijde van het voertuig.
C
Nadat de geheel voorzijde volledig zichtbaar is in de linker spiegel.

Slide 14 - Quizvraag

In welke bocht moet je zoveel mogelijk rechts rijden zodat het rechte weg eerder zichtbaar is?
A
Onoverzichtelijke bocht naar links.
B
Onoverzichtelijke bocht naar rechts.
C
In beide gevallen.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is gevolg van een te hoge bandenspanning?
A
Versnellen van slijtage.
B
Toename van brandstof verbruik.
C
Oncomfortabel rijgedrag.

Slide 16 - Quizvraag

Welke van de wielen hebben minder grip op het wegdek als je afschuint naar links?
A
Het achterwiel.
B
Het voorwiel.
C
Beide.

Slide 17 - Quizvraag

Wat is een juiste zit- en stuurhouding?
A
De benen niet zoveel mogelijk raakvlakken heeft met de motor.
B
Het hoofd zoveel mogelijk recht wordt gehouden.
C
Bij een stop verplicht beide voeten steun op de grond heeft.

Slide 18 - Quizvraag

Spiegels zijn goed afgesteld als?
A
Een deel van het bovenlichaam zichtbaar is in de spiegels.
B
Indien het lichaam geheel net niet zichtbaar is in de spiegels.
C
In de spiegels de buitenkant van de armen te zien zijn.

Slide 19 - Quizvraag

De naderingssnelheid van een kruispunt is onder andere afhankelijk van?
A
Geldige maximumsnelheid ter plaatse.
B
Snelheid van andere weggebruikers.
C
Of je al dan niet voorrang moet verlenen of voorrang moet krijgen.

Slide 20 - Quizvraag