VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
EXAMENTRAINING
Tempo en dynamiek: zo pak je examenvragen aan
VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
EXAMENTRAINING
Tempo en dynamiek: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hossein Razaqnejad / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan bij luisterfragmenten en partituren tempo en dynamiek analyseren, verlopen beschrijven en de keuzes van componist en uitvoerders interpreteren.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: wat wordt gevraagd: aanduiding, verloop of interpretatie? Let op gegeven tekens.
2. Luister: meet het tempo met je vinger en volg het volume van begin tot eind.
3. Analyseer: noem categorie of teken, de verandering en de term (geleidelijk of plotseling).
4. Interpreteer: koppel wat je hoort aan de sfeer of het effect, met een term als argument.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
VRAAGTYPE 1: AANDUIDING EN CATEGORIE
Je kiest de aanduiding én de categorie die bij een fragment horen.
Controleer of beide helften van je antwoord kloppen.
Ken de lijst: lento en largo zijn langzaam, presto is het snelst.
Deze slide heeft geen instructies
Video: Mozart: ouverture Le nozze di Figaro, hr-Sinfonieorchester o.l.v. Tarmo Peltokoski, kanaal hr-Sinfonieorchester - Frankfurt Radio Symphony. Leerlingen horen vlugge, fluisterende noten in de strijkers, waarna het hele orkest invalt. Mozart schreef presto. Goede antwoord: presto, snel. Verwachte fout: allegro of andante kiezen; let op hoe vlug de noten elkaar opvolgen.
Welke combinatie past bij dit fragment?
Presto, snel
Andante, rustig
Adagio, langzaam
Moderato, rustig
De noten volgen elkaar heel vlug op: presto, snel. Wie andante of moderato kiest, laat zich leiden door de zachte start.
Welke aanduiding hoort níet bij de categorie langzaam?
Lento
Largo
Adagio
Moderato
Moderato is rustig. Lento, largo en adagio zijn alle drie langzaam.
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
VRAAGTYPE 2: TEMPO IN JAZZ EN POP
Je bepaalt de popcategorie: slow, medium of uptempo.
Meet het tempo mee: gaan de tellen sneller dan één per seconde?
Een droevige tekst zegt niets over het tempo.
Deze slide heeft geen instructies
Video: The Beatles: Let It Be, kanaal TheBeatlesVEVO. Leerlingen horen piano en zang in een rustig, langzaam tempo. Goede antwoord: slow. Verwachte fout: medium kiezen omdat het een vertrouwd, vlot meezingbaar nummer is; let op de tellen: er is ruim de tijd tussen de slagen.
Welke tempoaanduiding past bij dit popnummer?
Medium
Slow
Uptempo
Accelerando
De tellen liggen ver uit elkaar: slow. Accelerando is een tempowijziging en geen categorie.
Een nummer stijgt in de laatste refreinen van 100 naar 130 bpm. Welke term past?
Accelerando
Ritenuto
A tempo
Rubato
Het tempo wordt geleidelijk hoger: accelerando. Rubato verandert het tempo niet blijvend.
Dynamiek in een partituur: ff, p, crescendo, f
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
VRAAGTYPE 3: TEKENS INVULLEN
Je koppelt de tekens en haken in de partituur aan wat je hoort.
Je vult tekens in vanuit minstens één gegeven teken.
In de afbeelding staat ff in maat 1, p in maat 2, een crescendo in maat 3 en f in maat 4.
Image credit: Eigen afbeelding / LessonUp
Video: Beethoven: Symfonie nr. 5, I. Allegro con brio, Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan, kanaal Berliner Philharmoniker - Topic. Leerlingen horen het beroemde motief ff, direct gevolgd door de strijkers die veel zachter inzetten (p) en vervolgens steeds luider spelen. Goede antwoord: p. Verwachte fout: f of ff kiezen omdat het motief zo hard klinkt en leerlingen het niveau van de opening aanhouden.
Het fragment begint ff. Welk teken past bij de strijkers direct daarna?
f
ff
p
sf
Na het harde motief zetten de strijkers veel zachter in: p. Wie f of ff kiest, houdt het niveau van de opening aan.
Vul in: de partituur lezen
De sprong van ff naar p tussen maat 1 en 2 is terrassendynamiek, terwijl het crescendo in maat 3 overgangsdynamiek is.
Een sprong in niveau is terrassendynamiek, een crescendo is overgangsdynamiek. Veelgemaakte fout: beide omdraaien.
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
VRAAGTYPE 4: TEMPO EN DYNAMIEK DUIDEN
Je verklaart welk effect een tempo of dynamiek heeft.
Noem het kenmerk én het effect, bijvoorbeeld: langzaam en ingetogen.
Gebruik vaktermen, geen algemene woorden als "mooi".
Deze slide heeft geen instructies
Video: Mahler: Symfonie nr. 5, IV. Adagietto (Sehr langsam), Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan, kanaal Berliner Philharmoniker - Topic. Leerlingen horen een heel langzaam strijkersstuk met harp. Goede antwoord: het langzame tempo geeft een intense, ingetogen of emotionele sfeer, met veel ruimte per noot. Verwachte fout: alleen "langzaam" noemen zonder het effect op de sfeer te beschrijven.
Welk effect heeft het tempo in dit fragment?
Een goed antwoord: het zeer langzame tempo geeft een intense, ingetogen of emotionele sfeer. Verwachte fout: alleen "langzaam" noemen zonder het effect.
Een stuk eindigt met een ritenuto en een decrescendo naar pp. Welk effect?
Het stuk eindigt met een plotselinge knal
Het stuk dooft rustig uit, als een afscheid
Het stuk klinkt steeds gejaagder
Het stuk begint opnieuw in het begintempo
Langzamer en zachter geeft een uitdovend, rustig slot. Wie gejaagd kiest, keert het tempo om.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Aanduiding en categorie
Tempo in jazz en pop
Tekens invullen in een partituur
Tempo en dynamiek duiden
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen nog een keer met een extra voorbeeld.
♪ VAKTHEORIE · TEMPO EN DYNAMIEK
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Meet het tempo altijd eerst, voordat je de aanduidingen leest.
Begin bij een gegeven teken en redeneer vanaf daar: is het fragment zachter of harder?
Sprong of groei? Terrassendynamiek springt, overgangsdynamiek groeit of daalt geleidelijk.
Een duidingsvraag vraagt om kenmerk plus effect: noem allebei.
Deze slide heeft geen instructies