LES 2: REKENEN MET VERHOUDINGEN

1 / 8
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 8 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...

kan ik een verhouding vergroten en verklein en zonder verhoudingstabel.

Slide 2 - Tekstslide

Aan de slag
Werkboek 1F
klassikale instructie 

Werkboek 2F 
Maken opdracht 1 t/m de eindopdracht vanaf blz. 99

Slide 3 - Tekstslide

Rekenen met verhoudingen
Als je de verhouding tussen voorwerpen weet, kun je de aantallen omrekenen naar andere aantallen. 

Bekijk voor je gaat rekenen goed of het in de verhouding gaat om een deel of om het totale aantal.

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld
Een bloemist maakt boeketten 
van gele en rode tulpen.

In een boeket zitten 10 tulpen.

De verhouding gele tulpen : rode tulpen = 7 : 3.

Hoeveel gele en rode tulpen zijn er nodig voor 
5 boeketten?

Er zijn 5 × 7 = 35 gele tulpen nodig.
Er zijn 5 × 3 = 15 rode tulpen nodig.

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeeld
In een doos met bonbons is een deel van de bonbons verpakt in de verhouding zoals op de foto. 

De verhouding tussen het aantal verpakte bonbons en het totaal aantal bonbons is 5 : 10.

Alicia koopt drie dozen bonbons.

Hoeveel verpakte bonbons heeft zij nu?
Zij heeft 3 × 5 = 15 verpakte bonbons.

Hoeveel bonbons heeft zij in totaal?
3 × 10 = 30 bonbons
3 x 5   = 15 bonbons
Zij heeft in totaal 30 + 15 = 45 bonbons





Slide 6 - Tekstslide

In een hal liggen gele en rode tegels. 
Deze tegels vormen motieven zoals op de tekening.
In één motief zitten .. rode en .. gele tegels.
Het motief wordt vier keer op de vloer gelegd.

Je hebt dan .. rode en .. gele tegels nodig.

Slide 7 - Tekstslide

Aan de slag
Werkboek 1F
Maken opdr. 1 t/m de eindopdracht vanaf blz. 105 

Werkboek 2F 
Maken opdr. 1 t/m de examenopdracht vanaf blz. 99
Maken opdr. 1 t/m 12 van de stencils

Slide 8 - Tekstslide