1.2 Vermogen 3K

Pak je boeken, je laptop en je etui!
Natuurkunde
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Pak je boeken, je laptop en je etui!
Natuurkunde

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?

  • Herhalen
  • Vermogen
  • Opdrachten 1.2 maken
  • Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spanning is een grootheid.
Wat is de eenheid voor spanning?
A
watt
B
Volt
C
Ampere
D
Stroom

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stroomsterkte is een grootheid.
Wat is de eenheid voor stroomsterkte?
A
Watt (W)
B
Volt (V)
C
Power (p)
D
Ampère (A)

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Vermogen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogen en energie

  • Wat is vermogen?
  • Vermogen van apparaten.
  • Vermogen berekenen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogen
De hoeveelheid energie die een apparaat per seconde verbruikt.

Vermogen meet je in watt (W)

Slide 7 - Tekstslide

Lampen met verschillende vermogens laten zien
Vermogen
Vermogen is het energieverbruik per seconde verbruikt 

De afkorting voor Vermogen is de hoofdletter van het Engelse woord voor vermogen, power.
De eenheid van vermogen is  watt (W)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het vermogen van een apparaat
  • Het vermogen geeft ook aan wat een apparaat kan.  
  • Apparaten met een hoger vermogen kunnen meer maar gebruiken ook meer elektrische energie.
  • Het vermogen van een apparaat staat altijd op het typeplaatje.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het vermogen van een wasmachine is ... dan het vermogen van een telefoon.
A
Kleiner
B
Ongeveer hetzelfde
C
Groter
D
Kan je niet weten

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ombouwen formule
Stroom       I     in Ampère  (A)
Spanning    U    in Volt            (V)
Vermogen  P   in Watt            (P)

P = U x I 
6 = 2 x 3 

3 = 6 / 2                  I = P / U
2 = 6 / 3                 U = P / U 
            

P = U x I

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Slide 13 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.

Slide 14 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        

Slide 15 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        spanning = 12 V
                              vermogen = 6 W

Slide 16 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        spanning = 12 V
                              vermogen = 6 W
Gevraagd:         

Slide 17 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        spanning = 12 V
                              vermogen = 6 W
Gevraagd:         stroomsterkte = ?

Slide 18 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        spanning = 12 V
                              vermogen = 6 W
Gevraagd:         stroomsterkte = ?
Uitwerking:      

Slide 19 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
stroomsterkte = vermogen : spanning
            A                            W                     V

Voorbeeld
Op een lamp staat: 12 V en 6 W. Bereken de stroomsterkte door de lamp.
Gegevens:        spanning = 12 V
                              vermogen = 6 W
Gevraagd:         stroomsterkte = ?
Uitwerking:      stroomsterkte = vermogen : spanning
                              stroomsterkte = 6 W : 12 V = 0,5 A

Slide 20 - Tekstslide

Demo 2
DOEL:
experimentele controle van de formule vermogen = spanning × stroomsterkte.
NODIG:
lampje 1 (12 V/10 W), lampje 2 (12 V/3 W), demonstratie-spanningsmeter, demonstratie-stroommeter, snoeren, voeding
UITVOERING:
Sluit de beide lampjes parallel aan op de voeding. Stel de spanning in op 12 V. Lampje 1 brandt dan feller dan lampje 2, terwijl de lampjes toch op dezelfde spanning aangesloten zijn. Meet de stroomsterkte door lampje 1 en daarna de stroomsterkte door lampje 2. Laat de leerlingen zelf beredeneren, dat de uitkomst in overeenstemming is met vermogen = spanning × stroomsterkte.

Rekenen met het vermogen
Formule
vermogen = spanning x stroomsterkte
            W                    V                          A
Voorbeeld
Op het type-plaatje van een haakse slijper staat dat de spanning 230 V is en de stroomsterkte 3,9 A. Bereken het vermogen van de haakse slijper.
Gegevens:        spanning = 230 V
                              stroomsterkte = 3,9 A
Gevraagd:         vermogen = ?
Uitwerking:      vermogen = spanning x stroomsterkte
                              vermogen = 230 V x 3,9 A = 879 W

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Vermogen en energie
Een elektrische grasmaaier wordt aangesloten op een spanning van 230 V. Het vermogen van de motor is 1495W. 
Bereken het stroomsterkte door de motor?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.2 Vermogen en energie
Een elektrische grasmaaier wordt aangesloten op een spanning van 230 V. Het vermogen van de motor is 1495W. 
Bereken het stroomsterkte door de motor?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Een elektrische grasmaaier wordt aangesloten op een spanning van 230 V. Het vermogen van de motor is 1495W. 
Bereken het stroomsterkte door de motor?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

En nu zelf oefenen
Maak opdracht 1 t/m 6
Blz. 45 en 46


timer
5:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogen omrekenen
Wanneer je een apparaat hebt dat veel energie per seconde verbruikt, heb je dus een groot vermogen. 
Dan wordt vaak gewerkt met kW.

Dit werkt net als bij meter en kilometer.

1800 W =  1,8 kW
298 W   =  0,298 kW
1,4 kW  =  1400 W
0,78 kW = 780 W 



Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik begrijp wat het vermogen van een apparaat aangeeft
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan de stroomsterkte, de spanning en het vermogen bereken als dit wordt gevraagd
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Ik kan W omrekenen naar kW en andersom
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

En nu zelf oefenen
Maak opdracht 1, 2, 4, 5 en 6 
Blz. 36 en 37 


timer
10:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies