2 H2B2 KUBV Architectuur en Perspectief TOETSWEEK

Lees even rustig door
De vragen zijn bijna allemaal ‘sleepvragen’ waarbij je de gele tekstvakjes naar een rood tekstvakje of naar een plaatje moet slepen. De vraag wordt pas goedgerekend als je ALLE gele tekstvakjes goed hebt versleept.

Lees eerst alle gele tekstvakjes en bekijk de plaatjes voordat je een vraag gaat beantwoorden (want door het slepen bedek je het plaatje of het tekstje).

De open vragen beantwoord je met één letter (a b c) of één woord. Vergeet niet ‘bewaren’.

Voor iedere vraag krijg je 1 punt.  Aan het eind sluit je de toets af (LEVER IN).

Spieken is een 1, praten door de toets 1 punt aftrek
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lees even rustig door
De vragen zijn bijna allemaal ‘sleepvragen’ waarbij je de gele tekstvakjes naar een rood tekstvakje of naar een plaatje moet slepen. De vraag wordt pas goedgerekend als je ALLE gele tekstvakjes goed hebt versleept.

Lees eerst alle gele tekstvakjes en bekijk de plaatjes voordat je een vraag gaat beantwoorden (want door het slepen bedek je het plaatje of het tekstje).

De open vragen beantwoord je met één letter (a b c) of één woord. Vergeet niet ‘bewaren’.

Voor iedere vraag krijg je 1 punt.  Aan het eind sluit je de toets af (LEVER IN).

Spieken is een 1, praten door de toets 1 punt aftrek

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 H2B2 KUBV Architectuur en Perspectief oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De goede omschrijving? Vul in a b of c
a    Architectuur is de kunst en wetenschap van het ontwerpen van gebouwen.
b    Architectuur is het wetenschappelijke ontwerp van de gebouwde omgeving.
c    Architectuur is de kunst en wetenschap van het ontwerpen van de gebouwde omgeving.

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Architectuur gaat over:.. Vul in a b of c
a    Huizen en gebouwen, stedenbouw, landschapsarchitectuur, weg- en waterbouw 
b    Huizen en gebouwen, stedenbouw, landschapsarchitectuur, tuinarchitectuur 
c    Huizen en gebouwen, tuinarchitectuur, landschapsarchitectuur, werktuigbouwkunde 

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk gebouw
volgende week SO
23 april

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
wordt niet gerekend tot architectuur.
wordt wel gerekend tot architectuur.
1. Het ontwerpen van een kanaal
2. Het ontwerpen van een plein
3. Het ontwerpen van een landschap
4. Het ontwerpen van een trappenhuis
5. Het ontwerpen van een tuin
6. Het ontwerpen van een auto

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De buitenkant van een gebouw heet

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De binnenkant van een gebouw heet

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan de juiste afbeeldingen.
1. architectuur van huizen
2. stedenbouw
3. landschapsarchitectuur

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan de juiste afbeeldingen.
1. maquette
2. schets
3. doorsnede

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
Wat hoort bij de vormgeving van architectuur?
Wat hoort bij de functie van architectuur?
1. De manier waarop de ruimte is ingedeeld.
2. Waar het gebouw voor wordt gebruikt.
3. De manier waarop een gebouw 
in de omgeving past.
4. Ornamenten in het exterieur.
5. De historische betekenis van een gebouw.

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
is WEL een vormgevingskenmerk van architectuur.
is GEEN vormgevingskenmerk van architectuur.
1. Het gebruik van een gebouw
2. De geschiedenis van een gebouw
3. Het materiaal van een gebouw
4. De ruimte-indeling van een gebouw
5. De grondvorm van een gebouw
6. De functie van een gebouw

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De goede omschrijving? Vul in a b of c
a    Architectuur is de kunst en wetenschap van het ontwerpen van gebouwen.
b    Architectuur is het wetenschappelijke ontwerp van de gebouwde omgeving.
c    Architectuur is de kunst en wetenschap van het ontwerpen van de gebouwde omgeving.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Architectuur gaat over:.. Vul in a b of c
a    Huizen en gebouwen, stedenbouw, landschapsarchitectuur, weg- en waterbouw 
b    Huizen en gebouwen, stedenbouw, landschapsarchitectuur, tuinarchitectuur 
c    Huizen en gebouwen, tuinarchitectuur, landschapsarchitectuur, werktuigbouwkunde 

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
Wat hoort bij de vormgeving van architectuur?
Wat hoort bij de functie van architectuur?
1. De manier waarop de ruimte is ingedeeld.
2. Waar het gebouw voor wordt gebruikt.
3. De manier waarop een gebouw 
in de omgeving past.
4. Ornamenten in het exterieur.
5. De historische betekenis van een gebouw.

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de bouwstijlen bij elkaar, sleep de blauwe naar de rode.

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De goede definitie? Vul in a b of c
a    Perspectief is de kunst en de wetenschap van de gebouwde omgeving.
b    Perspectief is driedimensionaal.
c    Perspectief is ruimte suggereren op het platte vlak.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief
C
schaduwperspectief
D
atmosferisch perspectief

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief
C
schaduwperspectief
D
atmosferisch perspectief

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk perspectief ?
A
eenpuntsperspectief
B
tweepuntsperspectief
C
schaduwperspectief
D
atmosferisch perspectief

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een folly?

A
een schuur
B
nuttig bouwsel
C
een ander woord voor ruïne
D
nutteloos bouwsel

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
JUIST
NIET JUIST
1. Meetkundig perspectief werd veel toegepast in de periode van de middeleeuwen.
2. Meetkundig perspectief werd veel toegepast in de periode van de renaissance.
3. Met meetkundig perspectief kunt je diepte natuurgetrouw nabootsen in de tekening.
4. Meetkundig perspectief gaat over plasticiteit.

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zuil is dit?
A
Dorische zuil
B
Ionische zuil
C
Korinthische zuil

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Griekse tempels.
Wat zijn de 3 bouworden, in de juiste volgorde?
A
Dorisch Ionisch Korintisch
B
Ionisch Korintisch Dorisch
C
Dorisch Korintisch Ionisch

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
JUIST
NIET JUIST
1. Bij meetkundig perspectief kan er meer dan één verdwijnpunt zijn.
2. Bij meetkundig perspectief ligt het verdwijnpunt altijd op de horizon.
3. Bij meetkundig perspecief ligt het verdwijnpunt altijd in het midden.
4. Meetkundig perspectief gebruikt vluchtlijnen.

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Amsterdamse school:
voor arbeiders (door Michel de Klerk). Bakstenen, versieringen, asymmetrie, bogen, speels.
Sociale woningen
A
Kunst en gevoel
B
Kunst en rationalisme
C
Kunst en macht
D
Kunst en vermaak

Slide 36 - Quizvraag


In het centrum staankleine,onhygiënischewoningenmetnauwelijksvoorzieningenofdag-licht (arbeidswijken).Dewelgesteldeburgerijwoontaanderandvandestadinvillawijkeninhetgroen.Begintwintigsteeeuwzietmenindatditzonietdoorkangaanenstartmensocialewoningbouwprojec-ten.IndeSpaarndammerbuurtbouwenMicheldeKlerkencollega'stussen1910en1940woningeninexpressionistischestijl.MennoemtdiedeAmster-damseschool.Ergopvallendishetdecoratievegebruikvanbaksteenendakpannenalsversieringindegevels.Asymmetrieenongewone-rondeenbolle-vormenzijnanderekenmerken.Despeelsestijlleverteenlevendigstraatbeeldop.DehorizontaleramendieDeKlerkalseerstetoepastbrengthetdaglichttotdiepindewoningen.DestijlvandeAmsterdamseSchoolstaathaaksophetfunctionalismevaneigentijdsearchitecten.TochwordtDeKlerkerinternationaalbefaamdmee..

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
JUIST
NIET JUIST
1. Meetkundig perspectief is een uitvinding van architecten.
2. Meetkundig perspectief is noodzakelijk voor het maken van een plattegrond.
3. Meetkundig perspectief geeft een architect inzicht in de ruimtelijke werking.
4. Bij meetkundig perspectief staan alle maten van een gebouw exact in de tekening.

Slide 37 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan de juiste afbeelding.
1. Deze schildering stamt uit de renaissance.
2. Deze schildering stamt uit de middeleeuwen.
3. In deze schildering is diepte gesuggereerd door atmosferisch perspectief
4. In deze schildering is vrijwel geen perspectief toegepast.
5. In deze schildering is plasticiteit toegepast.
6. In deze schildering kloppen de verhoudingen.

Slide 38 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je moet alle gele vakken koppelen aan het juiste rode vak.
JUIST
NIET JUIST
1. In de renaissance was overlapping de belangrijkste methode om diepte te suggereren.
2. In de renaissance was meetkundig perspectief onder kunstenaars geliefd.
3. In de renaissance vonden kunstenaars plasticiteit niet belangrijk.
4. In de renaissance was men minder goed in perspectief dan in de middeleeuwen.

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een folly niet?
A
decoratief
B
nutteloze architectuur
C
bouwkundige dwaasheid
D
nuttige architectuur

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies