Breuken: Begrijpen, bewerken en toepassen
Breuken: Begrijpen, bewerken en toepassen
Wat weet jij al over breuken?
Aan het eind van deze les kun je:
- uitleggen wat een breuk is denken in breuken met verhaaltjes en plaatjes - breuken vereenvoudigen - breuken optellen en aftrekken, gelijknamig en ongelijknamig - breuken omzetten naar gemengde getallen en andersom - breuken vermenigvuldigen met een heel getal - breuken gebruiken in echte situaties
Hoofddoelen en subdoelen
1. Wat is een breuk? - Opstellen bij verhaaltjes/plaatjes - Vereenvoudigen 2. Breuken optellen/aftrekken - Gelijknamig, ongelijknamig 3. Gemengde breuken - Omzetten, rekenen 4. Vermenigvuldigen - Met geheel getal, deel van geheel
Wat is een breuk?
Een breuk is een getal dat een deel van een geheel aangeeft. Bijvoorbeeld 1/2 betekent een half.
Breuk in een plaatje
Zie je een pizza in 4 stukken met 1 stuk eruit? Dat is 1/4.
Opgave: Breuk herkennen
Bekijk het plaatje. Welke breuk zie je? Beschrijf het als een breuk.
Een verhaaltje in breuken
Anouk eet 3 van de 8 taartpunten. De breuk is 3/8.
Opgave: Breuk opstellen
Schrijf een breuk bij dit verhaaltje: Timo drinkt 2 van de 5 glazen sap.
Een breuk vereenvoudigen
Bijvoorbeeld: 2/4 = 1/2. Je deelt teller en noemer door hetzelfde getal.
Opgave: Breuk vereenvoudigen
Maak 6/12 zo klein mogelijk. Wat wordt de breuk?
Breuken in de praktijk
In recepten, bouw, sport of geld rekenen we vaak met breuken.
Breuken optellen en aftrekken
1/4 + 2/4 = 3/4. Als de noemers gelijk zijn, tel je de tellers op.
Gelijknamige breuken
Noemers zijn gelijk. Bijvoorbeeld: 3/7 - 1/7 = 2/7.
Opgave: Gelijknamig optellen
Reken uit: 4/5 + 1/5 = ?
Breuken gelijknamig maken
1/3 + 1/6. Maak beide noemers 6: 2/6 + 1/6 = 3/6.
Opgave: Maak gelijknamig
Maak gelijknamig: 2/3 + 1/9. Wat zijn de nieuwe breuken?
Ongelijknamige breuken optellen
Je maakt ze eerst gelijknamig, dan tel je de tellers op.
Opgave: Ongelijknamig
Reken uit: 1/2 + 1/4 = ?
Gemengde breuken
Een gemengde breuk is een heel getal met een breuk: 1 1/4.
Breuk ↔ Gemengde breuk
Omzetten naar gemengd
2 3/4 = 11/4 (2×4+3=11, over 4)
Omzetten naar gewone breuk
5/2 = 2 1/2 (5 gedeeld door 2 = 2, rest 1)
Opgave: Omzetten
Maak 9/4 een gemengde breuk. Wat krijg je?
Gemengde breuken optellen/aftrekken
Eerst omzetten naar gewone breuken, dan rekenen.
Opgave: Rekenen met gemengde breuken
Reken uit: 1 1/2 + 2 1/2 = ?
Breuken vermenigvuldigen met een heel getal
2 × 3/4 = 6/4. Teller × getal, noemer blijft.
Opgave: Breuk × getal
Bereken: 4 × 2/3 = ?
Een deel van een geheel berekenen
Stel: je wilt 1/5 van 20. Reken: 20 × 1/5 = 4.
Opgave: Deel van een geheel
Hoeveel is 1/3 van 18?
Samenvatting
- Je weet wat een breuk is en waar je hem tegenkomt. - Je kunt ermee rekenen en toepassen in situaties.
Reflectie: Toepassing in jouw leven
Waar gebruik jij breuken? Noem een voorbeeld uit je dagelijks leven.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.