2F H4 Breuken (AI)

Breuken: Begrijpen, bewerken en toepassen

1 / 33
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Breuken: Begrijpen, bewerken en toepassen

Wat weet jij al over breuken?

Aan het eind van deze les kun je:

- uitleggen wat een breuk is denken in breuken met verhaaltjes en plaatjes - breuken vereenvoudigen - breuken optellen en aftrekken, gelijknamig en ongelijknamig - breuken omzetten naar gemengde getallen en andersom - breuken vermenigvuldigen met een heel getal - breuken gebruiken in echte situaties

Hoofddoelen en subdoelen

1. Wat is een breuk? - Opstellen bij verhaaltjes/plaatjes - Vereenvoudigen 2. Breuken optellen/aftrekken - Gelijknamig, ongelijknamig 3. Gemengde breuken - Omzetten, rekenen 4. Vermenigvuldigen - Met geheel getal, deel van geheel

Wat is een breuk?

Een breuk is een getal dat een deel van een geheel aangeeft. Bijvoorbeeld 1/2 betekent een half.

Breuk in een plaatje

Zie je een pizza in 4 stukken met 1 stuk eruit? Dat is 1/4.

Opgave: Breuk herkennen

Bekijk het plaatje. Welke breuk zie je? Beschrijf het als een breuk.

Een verhaaltje in breuken

Anouk eet 3 van de 8 taartpunten. De breuk is 3/8.

Opgave: Breuk opstellen

Schrijf een breuk bij dit verhaaltje: Timo drinkt 2 van de 5 glazen sap.

Een breuk vereenvoudigen

Bijvoorbeeld: 2/4 = 1/2. Je deelt teller en noemer door hetzelfde getal.

Opgave: Breuk vereenvoudigen

Maak 6/12 zo klein mogelijk. Wat wordt de breuk?

Breuken in de praktijk

In recepten, bouw, sport of geld rekenen we vaak met breuken.

Breuken optellen en aftrekken

1/4 + 2/4 = 3/4. Als de noemers gelijk zijn, tel je de tellers op.

Gelijknamige breuken

Noemers zijn gelijk. Bijvoorbeeld: 3/7 - 1/7 = 2/7.

Opgave: Gelijknamig optellen

Reken uit: 4/5 + 1/5 = ?

Breuken gelijknamig maken

1/3 + 1/6. Maak beide noemers 6: 2/6 + 1/6 = 3/6.

Opgave: Maak gelijknamig

Maak gelijknamig: 2/3 + 1/9. Wat zijn de nieuwe breuken?

Ongelijknamige breuken optellen

Je maakt ze eerst gelijknamig, dan tel je de tellers op.

Opgave: Ongelijknamig

Reken uit: 1/2 + 1/4 = ?

Gemengde breuken

Een gemengde breuk is een heel getal met een breuk: 1 1/4.

Breuk ↔ Gemengde breuk

Omzetten naar gemengd

2 3/4 = 11/4 (2×4+3=11, over 4)

Omzetten naar gewone breuk

5/2 = 2 1/2 (5 gedeeld door 2 = 2, rest 1)

Opgave: Omzetten

Maak 9/4 een gemengde breuk. Wat krijg je?

Gemengde breuken optellen/aftrekken

Eerst omzetten naar gewone breuken, dan rekenen.

Opgave: Rekenen met gemengde breuken

Reken uit: 1 1/2 + 2 1/2 = ?

Breuken vermenigvuldigen met een heel getal

2 × 3/4 = 6/4. Teller × getal, noemer blijft.

Opgave: Breuk × getal

Bereken: 4 × 2/3 = ?

Een deel van een geheel berekenen

Stel: je wilt 1/5 van 20. Reken: 20 × 1/5 = 4.

Opgave: Deel van een geheel

Hoeveel is 1/3 van 18?

Samenvatting

- Je weet wat een breuk is en waar je hem tegenkomt. - Je kunt ermee rekenen en toepassen in situaties.

Reflectie: Toepassing in jouw leven

Waar gebruik jij breuken? Noem een voorbeeld uit je dagelijks leven.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.