13.2 Toonhoogte

Toonhoogte
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Toonhoogte

Slide 1 - Tekstslide

Toonhoogte
Wordt bepaald door de frequentie. Je hebt hoge tonen en lage tonen

Slide 2 - Tekstslide

Frequentie
Het aantal trillingen in 1 seconde
Bepaalt of geluid een hoge of een lage toon heeft.

Slide 3 - Tekstslide

welke snaar klinkt hoger
een dikke snaar of een dunne snaar?
een lange snaar of een korte snaar?
een strakke naar of een slappe snaar?

Slide 4 - Tekstslide

welke snaar klinkt hoger
een dikke snaar of een dunne snaar?
een lange snaar of een korte snaar?
een strakke naar of een slappe snaar?

Slide 5 - Tekstslide

Frequentie aanpassen bij snaarinstrumenten
De toon wordt hoger als:
  • De snaar een grotere spanning heeft
  • De snaar een dunne doorsnede heeft
  • De snaar een korte lengte heeft

Slide 6 - Tekstslide

Frequentie
Het aantal trillingen in 1 seconde
Bepaalt of geluid een hoge of een lage toon heeft.

Slide 7 - Tekstslide

Frequentie aanpassen bij snaarinstrumenten
De toon wordt lager als:
    De snaar een kleinere spanning heeft
    De snaar een dikkere doorsnede heeft
    De snaar een langere lengte heeft

Slide 8 - Tekstslide

Je ziet in de afbeelding dat in dezelfde tijd er meer paarse golven zijn (2,5 trillingen) dan rode golven (1,5 trillingen). De paarse lijnen geven dus een hogere toon aan.
hoe groter de frequentie, des te hoger de toon is

Slide 9 - Tekstslide

Trillingstijd
De tijd die nodig is voor één complete trilling

Slide 10 - Tekstslide

Trillingstijd
Wordt vaak gegeven in milliseconde. Dit werkt dan weer hetzelfde als bij het rijtje dat we in het begin oefenden.
Zet op de lege stippellijn de s van seconde!

Slide 11 - Tekstslide

20 ms= ... s
A
0,002
B
0,00002
C
20000
D
0,02

Slide 12 - Quizvraag

Reken om: 2 ms = ... s
A
0,2 s
B
0,002 s
C
0,0002 s
D
0,02 s

Slide 13 - Quizvraag

Hoeveel s is 1,75 ms?
A
0,0175 s
B
1750 s
C
0,00175 s
D
1,75 s

Slide 14 - Quizvraag

0,25 s = ..... ms
A
0,25 s
B
2,5 s
C
25 s
D
250 s

Slide 15 - Quizvraag

De Oscilloscoop​
Onze les gaat over de Oscilloscoop​.

Slide 16 - Tekstslide

Oscilloscoop

Slide 17 - Tekstslide

oscilloscoop online
https://academo.org/demos/virtual-oscilloscope/#google_vignette

Slide 18 - Tekstslide

De oscilloscoop
Het geluid van een microfoon wordt doorgegeven aan de oscilloscoop. De oscilloscoop geeft dit signaal weer op het scherm

Slide 19 - Tekstslide

Frequentie
frequentie=Trillingstijd1
f=T1

Slide 20 - Tekstslide

Rekenen met trillingstijd en frequentie.
  • div = hokje
  • Bereken de trillingstijd.
  • trillingstijd = de tijd van                                   één trilling
  • 1 trilling = 10 hokjes
  • T = 10hokjes x 0,5ms/div=
  • 5 ms = 0,005 s
  • Je kunt nu deze tijd gebruiken om de frequentie te berekenen

Slide 21 - Tekstslide

Bereken de frequentie

Slide 22 - Open vraag

Wat is de frequentie?

Slide 23 - Open vraag

Bereken de frequentie.

Slide 24 - Open vraag

Bereken de frequentie

Slide 25 - Open vraag

Bereken de frequentie.

Slide 26 - Open vraag

De frequentie =

Slide 27 - Open vraag

Frequentiebereik
De mens kan horen tussen de 20Hz en de 20.000 Hz

Slide 28 - Tekstslide