De rechter opent de zaak. Controleert de persoonsgegevens van de verdachte en wijst hem op zijn rechten<br>
Een opsomming van het delict, tijd, plaats, wettelijke voorschrift, omstandigheden<br>
De rechter mag vragen stellen aan de verdachte. Daarna mag ook de OvJ vragen stellen aan de verdachte. <br>
Hierin somt de OvJ alle relevante bewezen feiten op en wordt afgesloten met een strafeis. Dit is het verzoek aan de rechter om de verdachte een bepaalde straf te geven. <br>
De advocaat komt op voor de belangen van de verdachte. Hij probeert in het pleidooi de rechter te overtuigen van de onschuld van de verdachte<br>
De verdachte heeft het laatste woord. Hier mag hij gebruik van maken om bijvoorbeeld excuses te maken of zijn onschuld nogmaals duidelijk te maken<br>
De uitspraak van de rechter noemen we het vonnis. Dit kan bijvoorbeeld zijn 8 jaar tijdelijke vrijheidsstraf waarvan 5 jaar onvoorwaardelijk. <br>
Er zijn twee soorten strafrechters. Voor de lichtere delicten is er de politierechter. Voor de zwaardere delicten de meervoudige kamer<br>
Slide 7 - Tekstslide
Opstelling
Slide 8 - Tekstslide
In beroep gaan
Zowel advocaat als OvJ kan in beroep gaan tegen de uitspraak
Hoger beroep bij: Gerechtshoven, In cassatie bij de Hoge Raad (1)
Laatste woord!
Slide 9 - Tekstslide
Waarom en hoe straffen we?
Slide 10 - Tekstslide
Waarom straffen we?
Afschrikking, zorgen dat andere geen misdaad plegen
Wraak/vergelding
Resocialisatie: verbeteren van gedrag: zorgen dat dezelfde niet meer overtreding begaat
Veiliger maken van de samenleving, misdadigers achter slot en grendel
- iemand kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor zijn daad (hij moet behandelt worden in een TBS-kliniek) Bijvoorbeeld heel agressieve daders of kinderverkrachters