Movies that Matter - Before I Change My Mind (voorbereiding bioscoopbezoek) - v.a. vmbo b/k

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerBurgerschap+4Middelbare schoolMBOvmbo g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 5,6Studiejaar 1-4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Welkom bij deze les ter voorbereiding op het bioscoopbezoek van Before I Change My Mind. Deze les kan in 1 lesuur van 45-50 min worden behandeld. We adviseren deze tijd ook echt in te plannen voor dit onderwerp, gezien de actualiteit en complexiteit. Tijdens de les maken de leerling kennis met mensenrechten in de breedste zin van het woord. Ze leren over identiteit en diversiteit, het belang van jezelf zijn, hoe het voelt om buitengesloten te worden en welke keuzes je maakt om erbij te willen horen. Movies that Matter De missie van Movies that Matter is om mensenrechten onder de aandacht te brengen en te houden. We gebruiken film als middel om het gesprek over een rechtvaardige wereld op gang te brengen en leerlingen en studenten bewust te maken ¬van mensen-rechten en maatschappelijke vraagstuk¬ken. Naast dat zij leren wat mensenrechten zijn, proberen wij ze ook bewust te maken van manieren waarop zij zelf kunnen bijdragen aan de bescherming daarvan. Daarbij is het belangrijk om zich bewust te worden van hun eigen perspectief – en van het feit dat er meerdere perspectieven naast elkaar bestaan. Het doel is dat de leerlingen leren een genuanceerde te mening vormen. Op langere termijn hopen we dat dit leidt tot een ruimer wereldbeeld en tot het besef dat diversiteit vanzelfsprekend is.

Instructies

Vakken
Vakoverstijgend, Burgerschap, Maatschappijleer en Engels.

Lesinstructie
  • Per slide beschreven wat de bedoeling is;
  • De les kan geprint worden, inclusief de notities per slide. In deze notities vind je nog algemene, uitgebreide informatie die je helpt door deze les te navigeren;
  • Deze les kan gegeven worden met de inzet van mobiele telefoons, maar ook zonder. Je kunt dit aan- of uitzetten door het vinkje onder in het scherm van de lespresentatie te deactiveren;
  • Op de slides zijn hotspotbuttons te vinden. Door deze aan te klikken verschijnt er (extra) informatie, een vraag of een instructie. Als docent kun je ervoor kiezen om de informatie onder de hotspotbutton met hoed samen met de leerlingen te lezen of zelf aan leerlingen te vertellen. De informatie is daarom ook opgenomen in de instructies bij de losse slides.

Leerdoelen
Leerlingen of studenten kunnen na deze les:
  • Uitleggen wat kinderrechten zijn en waarom ze belangrijk zijn;
  • Uitleggen wat diversiteit is, ook gericht op gender;
  • Voor zichzelf uitleggen welke betekenis ‘jezelf zijn’ heeft.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze voorbereidende les hoort bij Before I Change My Mind. De les is in delen opgedeeld:

Introductie (15 min)
Mensenrechten (10 minuten)
Diversiteit en jezelf mogen zijn (20 minuten)
Toetsing en afronding (10 min) 
Na deze les kun je:
• uitleggen wat mensenrechten zijn en waarom mensenrechten belangrijk zijn;
• uitleggen dat er verschillende redenen zijn om te migreren;
• uitleggen wat het voordeel is van je paspoort;
• een mening vormen over de asielprocedure in Nederland

Slide 2 - Tekstslide

Na deze les kun je:
De leerling of student kan uitleggen wat mensenrechten zijn en waarom deze belangrijk zijn;
De leerling of student kan uitleggen wat diversiteit is, ook gericht op gender;
De leerling of student kan een mening geven over (gender)diversiteit, maar ook luisteren (en acceptatie laten zien) naar andere perspectieven. 

Slide 3 - Tekstslide

Werkvorm: gespreksregels opstellen
Om een veilige setting te bevorderen (zie PDF maatschappelijke gesprekken in de klas), vraag je leerlingen of studenten in gesprek te gaan over: Hoe willen we dit soort gesprekken met elkaar voeren? Laat ze met elkaar praten tot er consensus is bereikt over alle regels. Zorg ervoor dat je de regels visualiseert op het bord of op een groot vel papier. Enkele voorbeelden van regels waar je op zou willen uitkomen zijn:

  • Vegas regel – wat er hier besproken wordt, blijft hier;
  • Luister actief en laat elkaar uitpraten;
  • Probeer niet meteen te oordelen;
  • Ruimte innemen versus ruimte geven (geef ze mee dat iedereen spreektijd krijgt);
  • Respecteer andere meningen;
  • Enzovoorts.

Slide 4 - Woordweb

Woordweb: Wat weet jij van kinderrechten?

Welke kennis is aanwezig bij de leerlingen over kinderrechten. Maak samen een woordenwolk of mindmap en ga hier samen over in gesprek. Gebruik deze voorkennis om het gesprek aan te gaan in de klas.

Voor alle kinderen zijn er rechten. Deze rechten staan in een document dat het 'Kinderrechtenverdrag' heet. Deze rechten zijn in 1989 vastgelegd. Er staan 54 regels in, die allemaal verschillende kinderrechten uitleggen. Deze regels gelden voor allerlei situaties waar kinderen mee te maken kunnen krijgen, zoals een fijne plek om te wonen, goed onderwijs, en bescherming tegen gevaarlijke dingen.
recht op een goed en fijn leven

Je hebt mensenrechten omdat je mens bent, ongeacht welk geslacht, etnische afkomst, godsdienst of politieke overtuiging je ook hebt. 

De rechten zijn vastgelegd in een document van de Verenigde Naties (VN) en heet de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Dit document bevat 30 artikelen. 

Deze rechten gelden altijd en overal, voor iedereen.

Slide 5 - Tekstslide

Ieder mens heeft recht op een goed en fijn leven. Ook voor alle kinderen zijn er rechten. Deze rechten staan in een document dat het 'Kinderrechtenverdrag' heet. Deze rechten zijn in 1989 vastgelegd. Er staan 54 regels in, die allemaal verschillende kinderrechten uitleggen. Deze regels gelden voor allerlei situaties waar kinderen mee te maken kunnen krijgen, zoals een fijne plek om te wonen, goed onderwijs, en bescherming tegen gevaarlijke dingen.

Voor iedereen onder de 18 jaar zijn er kinderrechten.

Toelichting afbeelding: 
Deze afbeelding, gemaakt door Erin Aniker, is een afbeelding van ‘Everyone has the right to freedom of movement’, wat betekent dat iedereen vrij zou moeten kunnen reizen of zich verplaatsen.

Slide 6 - Tekstslide

Deze oefening geeft inzicht over het herkennen van kinderrechten. Hoe zien we deze terug in de maatschappij? Hoe hebben we zelf met kinderrechten te maken? 

Wat is een kinderrecht? Waar of niet waar?
Instructie: Vraag per stelling of deze waar of niet waar is. Indien je niet werkt met mobiele telefoons, kun je ook staan of hand omhoog (waar) en zitten of hand omlaag (niet waar) inzetten. Doel van de oefening is om leerlingen en studenten te laten nadenken over hoe mensenrechten in de praktijk voorkomen.
Iedereen heeft recht op gelijke behandeling zonder discriminatie.
Waar
Niet waar

Slide 7 - Poll

Wat is een mensenrecht? Waar of niet waar?

Iedereen heeft recht op gelijke behandeling zonder discriminatie.

Antwoord: Dit klopt en is een belangrijk onderdeel van mensenrechten: gelijkwaardigheid.
Je zou eventueel kunnen doorvragen of dit wordt nageleefd. Behandelen we iedereen gelijkwaardig?

Je mag zelf beslissingen nemen die over jezelf gaan, bijv. eigen geloof kiezen, maar ook abortus.
Waar
Niet waar

Slide 8 - Poll

Wat is een mensenrecht? Waar of niet waar?

2. Je mag zelf beslissingen nemen die over jouzelf gaan, zoals je eigen geloof kiezen, maar ook bijvoorbeeld abortus.

Toelichting: Waar. Het recht om zelf keuzes te mogen maken is een belangrijk onderdeel van mensenrechten. Je eigen geloof kiezen en abortus zijn daar voorbeelden van.
Als kind of minderjarige heb je recht op familie.
Waar
Niet waar

Slide 9 - Poll

Wat is een mensenrecht? Waar of niet waar?

3. Als kind of minderjarige heb je recht op familie

Toelichting: Waar. Kinderen hebben het recht om bij hun ouders op te groeien, tenzij dat niet in het belang is van het kind. In het kader van vluchten hebben kinderen recht op gezinshereniging, dat betekent dat een ouder naar Nederland komt.

Slide 10 - Woordweb


Waar denk je aan bij ‘jezelf mogen zijn’?
Dit is een manier om alvast te verkennen hoe divers de klas is, of kan zijn. En te normaliseren dat we allemaal anders zijn en om te laten zien dat er al diversiteit is in de klas. Je zou vervolgens kunnen doorvragen op het gebied van relaties en verliefd zijn.

Jezelf mogen zijn kan op allerlei manieren
  • Hoe je je voelt;
  • Hoe je eruitziet;
  • Hoe je jezelf uit;
Op wie je verliefd wordt
Dit zou dan als brug gebruikt kunnen worden naar het thema ven deze les: diversiteit met betrekking tot gender. Je kan vragen waar ze al eens hebben gehoord van de woorden gender of diversiteit. Indien deze woorden nog onbekend zijn, in hoofdstuk 3 is een begrippenlijst opgenomen, welke je kunt gebruiken.

Diversiteit houdt in dat we allemaal verschillend zijn. Niet alleen hoe we ons kleden of welke dingen we interessant vinden, maar ook onze (culturele) achtergrond, op wie we verliefd kunnen worden, et cetera. De les van vandaag gaan specifiek over jezelf mogen zijn en dan specifiek rondom genderdiversiteit.

Tip: Indien het onderwerp spannend is in de klas, kun je ook de leerlingen vragen op een briefje te schrijven hoe zij over gender en seksualiteit denken, en welke vragen zij hebben. Het briefje kunnen ze anoniem inleveren, bijvoorbeeld in een bakje in de klas. Dat maakt het minder spannend. 
Migratie theorie
Een ander woord voor geslacht is sekse. Je kent het misschien van biologie, het is de term die wordt gebruikt in de wetenschap om onderscheid tussen man of vrouw te maken, en de kenmerken die daarbij horen en waarmee die persoon geboren is, zoals de geslachtsorganen, hormonen en chromosomen. 

Slide 11 - Tekstslide

Wat is geslacht (of sekse)?
Een ander woord voor geslacht is sekse. Je kent het misschien van biologie, het is de term die wordt gebruik in de wetenschap om onderscheid tussen man of vrouw en de kenmerken die daarbij horen en waarmee die persoon geboren is, zoals de geslachtsorganen, hormonen en chromosomen.
We kennen vaak alleen man of vrouw, maar, wat er ook nog bestaat is intersekse. Dat betekent dat er ook mensen geboren worden met zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken, hormonen of chromosomen.

Slide 12 - Video

Bekijk de video: ‘Een intersekse variatie, wat is dat?’

Toelichting: In deze korte video wordt uitgelegd middels een animatie wat intersekse is. 
Migratie theorie
Dit is een Engels woord en betekent letterlijk ‘geslacht’, maar tegenwoordig heeft het een grotere betekenis. Bij gender kijk je niet alleen naar met welke kenmerken iemand geboren is, maar ook bijvoorbeeld naar cultuur en sociale kenmerken. 

Slide 13 - Tekstslide

Wat is gender?
Gender gaat over de rollen en verwachtingen die we in de samenleving hebben van mannen en vrouwen. In iedere cultuur zijn er ideeën over wat het betekent om man of vrouw te zijn en hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen. Gender staat dus niet vast, maar krijgt vorm door sociale en culturele gewoontes die gelden in een plaats en een tijd. Gender beschrijft ook hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen. Zo vinden wij bijvoorbeeld het dragen van een rok al snel iets vrouwelijk, terwijl in andere culturen dat helemaal niet zo is. 

Toelichting afbeeldingen:
Foto 1: David Bowie
Bowie veranderde zijn stijl meer drastisch dan welke andere artiest dan ook. Kleding was voor Bowie een onderdeel van zijn zelfuiting. Zijn transformaties veranderden de definitie van wat het betekende om een populaire rockster te zijn. Bowie is hierdoor een voorbeeld van het doorbreken van genderstereotypering.

Foto 2: Harry Styles
Volgens Styles is er binnen de modewereld geen plek voor gender normen. Kleding is er om plezier mee te hebben en mee te experimenteren. Vandaar dat Bowie op het gebied van mode en muziek een van zijn grootste voorbeelden is.

Foto 3: Dua Saleh
De Sudanees-Amerikaanse muzikant en acteur is voornamelijk bekend van de serie Sex Education, waar hen het non-binaire personage Cal Bowman speelt.  Dua hielp vanwege hen eigen ervaringen bij het ontwikkelen van het personage van Cal, in samenwerking met een non-binaire consultant. Daarnaast gebruikt Dua hen muziek om sociale kwesties bespreekbaar te maken.

Slide 14 - Tekstslide

Wat Zie Je? Toelichting afbeeldingen (bron: Europese Unie):
  • Wat zie je? Een jongen die aan het breien is, wat sommigen een hobby vinden voor meisjes.
Doordat we altijd denken in man of vrouw, werken we in stereotypes. Stereotypen zijn algemene beelden over de kenmerken, eigenschappen en gedrag van een groep, zoals “vrouwen kunnen niet inparkeren" of “vrouwen kunnen geen directeur worden, want ze moeten voor de kinderen zorgen”.

Bij genderidentiteit gaat het over wie je bent en hoe je jezelf voelt. Dit kan vrouw, man, allebei of geen van beide zijn. Dit kan ook gedurende iemands leven veranderen.

Rondvraag: Welke genderidentiteiten ken je?

Antwoorden zouden kunnen zijn: transgender, non-binair, man, vrouw, queer, agender. 

Slide 15 - Tekstslide

Wat Zie Je? Toelichting afbeeldingen (bron: Europese Unie):
  • Wat zie je? Werken bij de brandweer dat gezien wordt als ‘mannenwerk’
Doordat we altijd denken in man of vrouw, werken we in stereotypes. Stereotypen zijn algemene beelden over de kenmerken, eigenschappen en gedrag van een groep, zoals “vrouwen kunnen niet inparkeren" of “vrouwen kunnen geen directeur worden, want ze moeten voor de kinderen zorgen”.

Bij genderidentiteit gaat het over wie je bent en hoe je jezelf voelt. Dit kan vrouw, man, allebei of geen van beide zijn. Dit kan ook gedurende iemands leven veranderen.

Rondvraag: Welke genderidentiteiten ken je?

Antwoorden zouden kunnen zijn: transgender, non-binair, man, vrouw, queer, agender. 

Slide 16 - Tekstslide

Wat Zie Je? Toelichting afbeeldingen (bron: Europese Unie):
  • Wat zie je? Een vader die het haar doet van zijn dochter.
Doordat we altijd denken in man of vrouw, werken we in stereotypes. Stereotypen zijn algemene beelden over de kenmerken, eigenschappen en gedrag van een groep, zoals “vrouwen kunnen niet inparkeren" of “vrouwen kunnen geen directeur worden, want ze moeten voor de kinderen zorgen”.

Bij genderidentiteit gaat het over wie je bent en hoe je jezelf voelt. Dit kan vrouw, man, allebei of geen van beide zijn. Dit kan ook gedurende iemands leven veranderen.

Rondvraag: Welke genderidentiteiten ken je?

Antwoorden zouden kunnen zijn: transgender, non-binair, man, vrouw, queer, agender. 

Slide 17 - Video

Jezelf mogen uiten
Expressie is de manier waarop je je identiteit aan de buiten wereld laten zien. Bijvoorbeeld door kleding, gedrag, lichaamstaal of haarstijl. Hoe mensen zichzelf presenteren aan anderen, kan overeenkomen met, maar ook afwijken van, hun sekse of genderidentiteit. Uiteindelijk gaat het erom dat je je mag uiten op een manier waar jij je prettig bij voelt – dit past ook goed bij het mensenrecht: Je mag zijn wie zelf wilt zijn.

Bekijk de video: Coming-out Nikkie Tutorials: "Ik ben transgender" - YouTube (00:42 min tot 1:26 min)

Toelichting: In deze video zie je dat de wereldberoemde Nederlandse Youtuber Nikkie bekend maakte dat zij transgender is. Transgender is dat je je niet het geslacht voelt die bij de geboorte toegewezen is. Nikkie is bijvoorbeeld geboren in een mannelijk lichaam, maar identificeert zich als vrouw. Andersom bestaat het ook, bijvoorbeeld Caitlyn Jenner – die geboren is als Bruce Jenner (de vader van Kendall en Kylie Jenner).

Wat goed is om te weten dat Nikkie Tutorials zelf niet de keuze kreeg om te vertellen, zij werd gedwongen. Er bestaat nog veel haat en geweld tegen mensen die een andere genderidentiteit (of seksualiteit) hebben.

Voornaamwoorden
We zeggen in het Nederlands hij of hem om naar mannen te verwijzen en zij of haar om naar vrouwen te verwijzen. Wie weet wat we zeggen om mensen aan te spreken die zich niet specifiek man of vrouw voelen? Het antwoord is: hen/hun of die/diens.

En wist je dat er heel talen zijn die helemaal geen gender hebben in hun grammatica? In het Fins, Hongaars, Ests, Turks en Vietnamees (en nog veel meer) bijvoorbeeld.

Meer informatie is te vinden in de handreiking sekse, gender en seksuele diveriteit van Rutgers.

https://shop.rutgers.nl/nl/webwinkel/handreiking-sekse-gender-en-seksuele-diversiteit/51576

Slide 18 - Tekstslide

Groepsgesprek
Let op de eerder afgesproken regels, haal deze er weer bij. Ter ondersteuning kun je ook kijken naar de gespreksregels voor een klasengesprek van Gendi. Ga alleen in gesprek met elkaar als de setting veilig genoeg voelt.

Open vragen
  • Waren er woorden, waarvan je de betekenis nog niet kende?
  • Mag iedereen zichzelf zijn?
  • Waarom denk je dat er mensen zijn die moeite hebben met mensen die ‘anders’ zijn?
  • Hoe zouden we ervoor kunnen zorgen dat er meer gelijkwaardigheid in de klas of erbuiten is, en dat bijvoorbeeld mensen die een andere genderidentiteit hebben geaccepteerd worden?
  • En hoe
Let op:
  • Verschillen in opvattingen. Over genderidentiteit kunnen fundamentele (of religieuze) verschillen bestaan in de wereld en in de klas. Besteed aandacht aan deze verschillen en benoem de verschillende opvattingen die kunnen leven;
  • Uitdagende reacties in de groep. Vraag door, waarom zeg je dit? Kun je dit uitleggen? 
Mensenrechten zijn alleen voor mensen die het verdienen.
Waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Toelichting: Niet waar. Mensenrechten zijn voor iedereen en ieder mens wordt vrij en en met gelijke rechten geboren. Het is niet zo dat je rechten moet verdienen.  
Wat is een voorbeeld van geslacht (of sekse)?
A
Man
B
Vrouw
C
Intersekse
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 20 - Quizvraag

Toelichting: Antwoord D is juist. Geslacht is een ander woord voor sekse. Het is de term die wordt gebruikt in de wetenschap om onderscheid tussen man of vrouw en de lichamelijke kenmerken die daarbij horen en waarmee die persoon geboren is, zoals de geslachtsorganen, hormonen en chromosomen.
Wat is geen voorbeeld van een gender stereotypering?
A
Werken in de zorg is niet voor mannen
B
Mannen zijn beter in klussen dan vrouwen
C
Je kunt alleen maar directeur worden als je man bent.
D
Een man die stopt met werken om voor de kinderen te zorgen

Slide 21 - Quizvraag

Toelichting: Antwoord D  is juist. Een man die stopt met werken om voor de kinderen te zorgen is geen gender stereotypering, dit is juist het tegenovergestelde. Mensen hebben vaak het beeld dat vrouwen thuis moeten blijven om voor de kinderen te zorgen, maar dit is tegenwoordig wel anders. Het zou niet uit moeten maken en er niet over hoeven oordelen.

Slide 22 - Tekstslide

Dit was de voorbereidende les op Before I Change My Mind. Indien er nog tijd over is, kunnen leerlingen alvast concrete vragen formuleren die ze mogelijk na de film kunnen vragen aan een gast of moderator. 

Meer lessen zoals deze