P5_Week 3/4_MC1_Aggregatietoestanden

Even herhalen: moleculen
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Even herhalen: moleculen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Macroniveau
microniveau

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Let op de afmetingen!
1 m, 1 dm, 1 cm....    
1 mm = 0,001 m
1 µm (micrometer) = 0,000001 m
1 nm (nanometer) = 0,000000001 m
1 pm (picometer) = 0,000000000001 m
1 fm (femtometer) = 0,000000000000001 m

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een zuivere stof is
A
opgebouwd uit één soort stof
B
opgebouwd uit zuivere stoffen bij elkaar
C
gezond
D
bestaat uit niet meer dan 2 soorten moleculen

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat stelt dit deeltjesmodel voor?
A
Zuivere stof
B
Mengsel

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat stelt dit deeltjesmodel voor?
A
Zuivere stof
B
Mengsel

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zuivere stof of mengsel?
Zuivere stof
Mengsel

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Normale lucht = kampvuur
Pure zuurstof = kampvuur + blazer op turbo‑stand

In gewone lucht zit 21% zuurstof.
In een drukfles zit 100% zuurstof én onder hoge druk.

Gevolg:
Dingen die normaal niet branden, kunnen plots wél branden.
Dingen die normaal rustig branden, kunnen explosief branden.

Voorbeelden:
Vet of olie kan spontaan ontbranden in pure zuurstof.
Kleding, hout, rubber… branden veel sneller.

2. Hoge druk = risico op plots vrijkomen
Als een kraan of slang beschadigd raakt:

De zuurstof kan plots ontsnappen.
Dat creëert een zuurstofrijke wolk → één vonk is genoeg voor een felle brand.

De fles zelf kan als een raket wegschieten als de kraan afbreekt.


CO₂ is slecht voor het klimaat omdat het een broeikasgas is dat warmte vasthoudt in de atmosfeer. Hoe meer CO₂, hoe meer warmte blijft hangen → de aarde warmt op → klimaat verandert.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de twee afbeeldingen is het deeltjesmodel voor mineraalwater?

Slide 11 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deeltjesmodel

  1. Een model is een hulpmiddel
  2. Je ziet een molecuul als een bolletje

Uitgangspunten molecuulmodel:
  1. Elke stof bestaat uit kleine deeltjes:   moleculen 
  2. Moleculen bestaan uit     atomen    (die "aan elkaar plakken" in het deeltjesmodel).
  3. Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen.
  4. Moleculen zijn eigenlijk altijd in beweging: trillen/rollen/vliegen.
  5. Moleculen trekken elkaar aan.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aggregatietoestanden

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Wat is plasma? Plasma wordt gezien als de vierde aggregatietoestand (naast vast, vloeibaar en gas). Het ontstaat wanneer een gas extreem wordt verhit, waardoor elektronen worden losgerukt van hun atoomkernen. Dit creëert een heet, geladen mengsel van vrije elektronen en ionen dat uitstekend stroom geleidt.De vonk: Tijdens onweer bouwt zich statische elektriciteit op in de wolken. Wanneer het spanningsverschil tussen de wolk en de grond (of een andere wolk) te groot wordt, zoekt de elektriciteit de weg van de minste weerstand naar beneden.Transformatie naar plasma: Deze enorme elektrische ontlading verhit de lucht in een fractie van een seconde tot wel 30.000 °C. Door deze extreme hitte verandert het isolerende gas in de lucht direct in een geleidend plasmakanaal. 
Lichtflits: De lichtflits die wij zien als we 'bliksem' zeggen, is niets anders dan de gloed van dit superhete plasma.

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

faseovergangen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je de overgang van vloeibaar naar vast (denk aan water!)?
A
stollen
B
smelten
C
verdampen
D
condenseren

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

van vast naar vloeibaar
van vloeibaar naar vast
van gas naar vloeibaar
van vloeibaar naar gas
verdampen
smelten
stollen
condenseren

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eigenschappen

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Vervormbaarheid

Slide 26 - Tekstslide

Experimenten + bundel aanvullen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Samendrukbaarheid

Slide 28 - Tekstslide

Experimenten + bundel aanvullen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deeltjesmodel

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is wat?

Slide 31 - Tekstslide

Bespreek de afstand tussen de deeltjes en de beweging van de deeltjes.

BESLUIT

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vloeibaar
Vast
Gasvormig

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke fase heeft het water?
A
Gas
B
Vast
C
Vloeibaar
D
IJs

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke fase heeft het water dat uit de ketel komt?
A
Damp
B
Vast
C
Vloeibaar
D
Gas

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke fase zit water als het mist?
A
Vast
B
Gas
C
Vloeibaar
D
Damp

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de fase van water
als het 105°C is?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de fase van water
als het 65°C is?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de fase van water
als het -1°C is en er is zout op gestrooid?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 39 - Quizvraag

Zout verlaagd het vriespunt van water (tot soms naar -21°C). IJS ontdooit dus en vormt een waterlaag. 
Gas
Vloeibaar
Vast
Wolk
Stoom
IJsklontje
Zeewater

Sneeuw

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

vaste vorm
variabele vorm
vast
vloeibaar
gas

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

samendrukbaar
niet samendrukbaar
vast
vloeibaar
gas

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe groot is de afstand tussen de deeltjes?
Vaste stof
Vloeistof
Gas
Groot
klein
Zeer klein

Slide 43 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

vast
vloeibaar
gas
vliegen
trillen
rollen

Slide 44 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde?
A
gas - vloeibaar - vast
B
gas - vast - vloeibaar
C
vast - gas - vloeibaar
D
vloeibaar - gas - vast

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies