Persoonlijk moraal en groepsmoraal

Persoonlijk moraal en groepsmoraal
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Persoonlijk moraal en groepsmoraal

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Na deze les kun je het verschil uitleggen tussen persoonlijke moraal, groepsmoraal en gemeenschappelijk moraal. 

Daarnaast kun je een casus beoordelen waarin persoonlijke moraal en groepsmoraal met elkaar botsen.

Slide 2 - Tekstslide

Toetsstof
H1:
Je kent alle blauwe basisbegrippen en kunt ze toepassen.
Je weet wat een casus is en wat een moreel dilemma is.

H2:
Blauwe begrippen ken je en kun je uitleggen / toepassen.
Je weet het onderscheid tussen persoonlijk en groepsmoraal.
Je kent de regels rond ‘scheiding van kerk en staat’.

H3 (zonder 3.1): 
Je kent de blauwe begrippen en kunt ze toepassen.
Je kent de deugdethiek en de personen die hierbij betrokken zijn.
Je kunt het stappenplan toepassen van bladzijde 75: volledig. Onvolledigheid kost punten.

Slide 3 - Tekstslide

Samen lezen:
blz. 31, 34 en 36. 
Maken opdracht 4

Slide 4 - Tekstslide

Wat was ook alweer moraal?

Slide 5 - Tekstslide

Persoonlijk moraal en groepsmoraal 
Persoonlijk moraal = moraal van 1 persoon, zijn normen en waarden. 
Niet algemeen geldig.

Groepsmoraal = moraal van een groep, waarden en normen die er gelden.
In de groep zijn waarden en normen geldig.

Gemeenschappelijke moraal = moraal van de samenleving, bv. Nederlandse moraal.


Slide 6 - Tekstslide

Maar, bestaat de Nederlandse moraal - er zijn zoveel groepen?
Allerlei groepen hebben een eigen groepsmoraal: geloven, culturen, families. 

Toch spreken mensen vaak van gemeenschappelijke moraal vanwege gezamenlijke normen (wetgeving) taal, geschiedenis, economie, politiek, onderwijs/burgerschap, gezamenlijk vieren en beleven van nationale evenementen. 

Slide 7 - Tekstslide

Gemeenschappelijke moraal / Nederlandse moraal
  • Wetten in Nederland, Grondwet. Hierachter zitten waarden als: vrijheid, gelijkwaardigheid, tolerantie. 
  •  Omgangsnormen: niet liegen, niet pesten, respect voor ouderen.

Vanuit je persoonlijk moraal kun je het hier niet mee eens zijn. Wetgeving heeft toch het laatste woorden.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Huiswerk 
Lezen en leren: blz. 31, 34, 36, 40, 43 en 44.
Maken: opdracht 4 en opdracht 9.

Slide 10 - Tekstslide