Hygiëne les 3: Persoonlijke hygiëne en reinigings- en ontsmettingsmiddelen

Hygiëne les 3: Persoonlijke hygiëne en reinigings- en ontsmettingsmiddelen
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Hygiëne les 3: Persoonlijke hygiëne en reinigings- en ontsmettingsmiddelen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afspraken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je nog over de les van vorige week?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Nakijken werkblad 2

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 1
Schrijf 5 verschillende soorten micro-organismen op.

  • Bacteriën, schimmels, virussen, protozoa en parasieten

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 2
Wat is een bacteriespore?

  • Een spore is een soort slaaptoestand van de bacterie met als belangrijkste doel het overleven van ongunstige omstandigheden zoals hitte en droogte

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3
Wat is persoonlijke hygiëne?

  • Persoonlijke hygiëne is ervoor zorgen dat jij niet ziek wordt van dieren én ervoor zorgen dat jij geen ziekteverwekkers verspreidt naar andere dieren (en mensen).

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 4
Uit welke twee dingen bestaat een goede handhygiëne?

  • Handreiniging (handen wassen met water en zeep) en handdesinfectie (handen ontsmetten met een desinfecterend middel).

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 5
Waarom heeft het geen zin om (alleen) snel even je handen onder de kraan te houden?

  • Door alleen even je handen onder de kraan te houden (en geen zeep te gebruiken) verwijder je niet genoeg bacteriën. Deze blijven op je huid aanwezig.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 6
Waarom is het niet verstandig om vaak je handen te ontsmetten?

  • De huid droogt meer uit, je doodt goede huidbacteriën en de huid beschadigt sneller.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nieuwe lesstof

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen van vandaag
  • Je kan uitleggen wat persoonlijke hygiëne is
  • Je kan uitleggen wat het doel van reinigen is
  • Je kan beschrijven op welke manieren je kan reinigen
  • Je kan opnoemen welk soort reinigingsmiddel je kan gebruiken voor het verwijderen van verschillende soorten vuil
  • Je kan uitleggen wat het doel van ontsmetten is
  • Je kan beschrijven op welke manieren je kan ontsmetten
  • Je kan de betekenis van de dikgedrukte woorden uitleggen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem maatregelen voor een goede persoonlijke hygiëne

Slide 13 - Woordweb

Regelmatig je handen wassen (voor, na en tijdens het verzorgen en voordat je van diergroep of afdeling wisselt)
Geen sieraden dragen
Nagels kort, geen nepnagels, geen nagellak
Douchen en haren regelmatig wassen
Lang haar vastmaken
Wonden verzorgen en afdekken
Werkkleding en werkschoenen dragen
Kleding heet wassen
Handschoenen, haarnetje en mondkapje dragen
Niet eten of drinken in de dierverblijven
Geen mobiel meenemen naar de dierverblijven

Maatregelen persoonlijke hygiëne
  • Regelmatig je handen wassen (voor, na en tijdens het verzorgen en voordat je van diergroep of afdeling wisselt)
  • Geen sieraden dragen
  • Nagels kort, geen nepnagels, geen nagellak
  • Douchen en haren regelmatig wassen
  • Lang haar vastmaken
  • Wonden verzorgen en afdekken
  • Werkkleding en werkschoenen dragen
  • Kleding heet wassen
  • Handschoenen, haarnetje en mondkapje dragen
  • Niet eten of drinken in de dierverblijven
  • Geen mobiel meenemen naar de dierverblijven

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Handhygiëne
Huidflora: micro-organismen die op de huid leven

Blijvende flora: 
Goede micro-organismen in de diepere huidlagen
Beschermen tegen schadelijke micro-organismen
Worden beschermd door een vetlaagje op de huid
Besmettingsflora:
Micro-organismen uit de omgeving die op de huid komen omdat je dingen aanraakt
Soms schadelijk (ziekteverwekkers)
Verwijderen door handen wassen en desinfecteren



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De huidflora bestaat uit de blijvende flora en de besmettingsflora
A
Goed
B
Fout

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Reinigen
Reinigen is het verwijderen van zichtbaar vuil (zoals ontlasting, urine, bloed, bodembedekking, haren, veren en voerresten)

Het doel van reinigen is voorkomen dat ziekteverwekkers zich in het vuil gaan nestelen, vermeerderen en zich verspreiden

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reinigingsmethoden
Drie manieren van reinigen:

1. Mechanisch reinigen (met materialen als schep, bezem, waterspuit)

2. Chemisch reinigen (met reinigingsmiddelen)

3. Thermisch reinigen (door middel van een hoge temperatuur, zoals hete stoom of water om vuil los te weken)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer je met een bezem gaat schoonmaken ben je bezig met chemisch reinigen
A
Goed
B
Fout

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Chemisch reinigen
Het reinigen van een verblijf met schoonmaakmiddelen die het vuil losweken

Let op de concentratie (de hoeveelheid opgelost in water) -->
te veel is te duur en kan gevaarlijk zijn, te weinig heeft geen effect

Let op de inweektijd (de tijd dat het middel minimaal moet 
inwerken om effectief te zijn) --> meestal 10 of 20 minuten

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reinigingsmiddelen
Voor verschillende soorten vervuilingen gebruik je verschillende soorten reinigingsmiddelen

Zure reinigingsmiddelen (zuurtegraad lager dan 7) voor het verwijderen van zuren (urine), roest en kalkaanslag --> 
Bijvoorbeeld azijn en citroenzuur

Neutrale reinigingsmiddelen (zuurtegraad van 7) voor het reinigen van vloeren, wanden 
en apparatuur --> Bijvoorbeeld allesreiniger en handzeep

Alkalische (basische) reinigingsmiddelen (zuurtegraad hoger dan 7) voor het verwijderen van organisch 
materiaal (bloed, mest, vetten, voer) --> Bijvoorbeeld zepen, ammoniak, soda, gootsteenontstopper

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Allesreiniger is een voorbeeld van een alkalisch reinigingsmiddel
A
Goed
B
Fout

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Checklist reinigen
Een goede reiniging...
... is zowel mechanisch als chemisch
... moet een zichtbaar schoon effect geven
... duurt zo kort mogelijk (is efficiënt)
... gebruikt een beperkte hoeveelheid water en reinigingsmiddel
... verlaagt de besmettingsdruk

Zonder een goede reiniging heeft ontsmetten totaal geen zin!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontsmetten
Ontsmetten of desinfecteren is het doden van micro-organismen

Ontsmetten is niet hetzelfde als steriliseren (= álle micro-organismen doden), bij ontsmetten blijft namelijk een kleine hoeveelheid over

Ontsmetten heeft alleen zin als het verblijf van te voren gereinigd is

Sommige ontsmettingsmiddelen kunnen ook op dieren gebruikt worden (wonden, uiers, etc.)

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij ontsmetten worden álle aanwezige micro-organismen gedood
A
Goed
B
Fout

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ontsmettingsmethoden
Drie manieren om te ontsmetten

1. Thermisch (= verhitten) --> door gebruik van stoom of brander (flamberen)

2. Gebruik van gassen --> vaak met waterstofperoxide, in lege dierverblijven

3. Gebruik van chemische ontsmettingsmiddelen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Chemische ontsmettingsmiddelen
Zijn vaak specifiek, dus werken alleen tegen één of een beperkt aantal soorten ziekteverwekkers --> werkingsspectrum 

Let bij het gebruik op:
  • de effecten van het middel: het werkingsspectrum, schadelijkheid voor mens en dier, aantasten van materialen
  • de toepassing van het middel: concentratie (of verdunning), temperatuur van de omgeving, inwerktijd, persoonlijke beschermingsmiddelen, naspoelen!

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een breed werkingsspectrum betekent dat een middel tegen veel verschillende micro-organismen werkzaam is
A
Goed
B
Fout

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maken werkblad 3 en opdracht ziekteverwekkers

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies