Optellen tot 1000

Slim optellen tot 1000

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slim optellen tot 1000

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel

Ik kan getallen tot 1000 optellen en daarbij kiezen tussen handige hoofdrekenstrategieën en het onder elkaar optellen op papier.

Deze slide heeft geen instructies

Plaatswaarde herkennen

  • Een getal tot 1000 bestaat uit honderdtallen, tientallen en eenheden.

  • In 472 betekent 4 = 400, 7 = 70, 2 = 2.

  • Door plaatswaarde te zien, reken je sneller en netter.

  • Je weet dan ook welke cijfers onder elkaar moeten staan.

Leg uit dat dezelfde cijfers iets anders betekenen op een andere plek: 2 in 245 is 200, maar 2 in 452 is 2.

Tientallen en honderdtallen

  • 30 + 40 = 70

  • 200 + 500 = 700

  • 320 = 300 + 20

  • Eerst de grote delen zien helpt bij het hoofdrekenen.

Gebruik eventueel MAB-materiaal of een getekend model van blokjes, staven en platen.

Getallen handig splitsen

  • Je kunt een getal splitsen in delen.

  • 368 = 300 + 60 + 8

  • 245 = 200 + 40 + 5

  • Zo kun je delen apart optellen en daarna samenvoegen.

Deze slide heeft geen instructies

Splitsen bij een som

Voorbeeld: 243 + 125


  • 243 = 200 + 40 + 3

  • 125 = 100 + 20 + 5

  • 300 + 60 + 8 = 368


Je telt eerst dezelfde soorten samen op.

Benadruk de woorden: honderdtallen bij honderdtallen, tientallen bij tientallen, eenheden bij eenheden.

Hoofdrekenen: aanvullen

  • Soms is aanvullen slim.

  • Voorbeeld: 398 + 27

  • Van 398 naar 400 is +2.

  • Dan blijft van 27 nog 25 over.

  • 400 + 25 = 425.

Laat zien dat je eerst naar een rond getal springt. Dat maakt de som eenvoudiger.

Rekenen via ronde getallen

  • Maak een lastig getal eerst rond.

  • 276 + 99 = 276 + 100 - 1

  • 276 + 100 = 376

  • 376 - 1 = 375

Koppel deze strategie aan schatten en slim denken: 99 ligt dicht bij 100.

Wanneer kies je hoofdrekenen?

  • Bij getallen die je makkelijk kunt splitsen.

  • Bij sommen dicht bij 10, 100 of 1000.

  • Als je snel een uitkomst nodig hebt.

  • Kies een strategie die de som eenvoudiger maakt.

Voorbeelden: 250 + 130, 399 + 42, 580 + 20. Laat leerlingen zien dat niet elke som dezelfde aanpak vraagt.

Optellen met overschrijding

  • Soms kom je over een tiental of honderdtal heen.

  • Voorbeeld: 58 + 7

  • 58 + 2 = 60, daarna +5 = 65

  • Voorbeeld: 390 + 40 = 430

  • Je gaat dan over de grens van 10-tallen of 100-tallen.

Noem dit overschrijding zonder het te ingewikkeld te maken: je 'gaat over' naar een nieuw tiental of honderdtal.

Overschrijding met splitsen

Voorbeeld: 276 + 58


  • 58 = 50 + 8

  • 276 + 50 = 326

  • 326 + 8 = 334

  • Of: 276 + 4 = 280, daarna +54 = 334

Laat zien dat er meer dan één goede strategie kan zijn. Het doel is kiezen wat handig is.

Onder elkaar zetten

  • Zet eenheden onder eenheden.

  • Zet tientallen onder tientallen.

  • Zet honderdtallen onder honderdtallen.

  • Plaatswaarde moet kloppen, anders reken je fout.

Benadruk uitlijning. Een veelgemaakte fout is dat cijfers scheef onder elkaar staan.

Schriftelijk optellen

Voorbeeld:


247

136+

----

383


  • 7 + 6 = 13, schrijf 3, onthoud 1

  • 4 + 3 + 1 = 8

  • 2 + 1 = 3

Leg rustig uit wat 'onthouden' betekent: 13 eenheden is 1 tiental en 3 eenheden.

Overschrijding op papier

Voorbeeld:


368

157+

----

525


  • 8 + 7 = 15, schrijf 5, onthoud 1

  • 6 + 5 + 1 = 12, schrijf 2, onthoud 1

  • 3 + 1 + 1 = 5

Dit is het kernvoorbeeld waarin zowel een tiental als een honderdtal wordt overschreden.

Wanneer kies je papier?

  • Bij grotere sommen met veel stappen.

  • Als hoofdrekenen niet handig voelt.

  • Als je netjes wilt zien wat je doet.

  • Schriftelijk optellen helpt om overzicht te houden.

Maak het verschil duidelijk: hoofdrekenen is slim en snel, papier is overzichtelijk en veilig bij lastigere sommen.

Kies een handige aanpak

  • Splitsen bij overzichtelijke getallen.

  • Aanvullen bij sommen dicht bij 10 of 100.

  • Ronde getallen gebruiken bij 9, 99 of bijna 100.

  • Onder elkaar bij sommen met meer tussenstappen.

  • Een goede rekenaar kiest bewust.

Dit is de landing van de les: niet één truc leren, maar leren kiezen.

Begrippen

plaatswaarde - de waarde van een cijfer door de plek in het getal

eenheden - losse getallen, zoals 7 in 247

tientallen - groepen van tien, zoals 40 in 247

honderdtallen - groepen van honderd, zoals 200 in 247

splitsen - een getal verdelen in handige delen

aanvullen - eerst naar een rond getal rekenen

overschrijding - over een tiental of honderdtal heen gaan

Deze slide heeft geen instructies