Les 2 - Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Weekplanning
Wk 1: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 2: Basiskenmerken van koolwaterstoffen & nomenclatuur
Wk 3: Basiskenmerken van koolwaterstoffen, nomenclatuur & isomerie
Wk 4: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 5: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 6: Karakteristieke groepen & nomenclatuur
Wk 7: Herhaling & oefentoets

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Jij:
  • Herkent enkele homologe reeksen:
       - Alkenen.
       - Alkadiënen.
  • Kan eenvoudige koolwaterstoffen voorzien van een systematische naam.
  • Kan een systematische naam omzetten om in een structuurformule.
  • Kan het verschil herkennen tussen:
       - Verzadigde en onverzadigde verbindingen.
       - Vertakte en onvertakte koolwaterstoffen.


Slide 3 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling les 1
  • Maak de opdracht die in de ELO staat 

Slide 5 - Tekstslide

Heeft een alkaan uitsluitend enkelvoudige bindingen tussen koolstofatomen?
A
Ja
B
Nee

Slide 6 - Quizvraag

Welke van de volgende stoffen is een alkaan?
A
C2H6
B
C2H4
C
C2H5
D
C2H2

Slide 7 - Quizvraag

Heeft een alkeen uitsluitend enkelvoudige bindingen tussen koolstofatomen?
A
Ja
B
Nee

Slide 8 - Quizvraag

Welke van de volgende stoffen is een alkeen?
A
C2H6
B
C2H4
C
C2H5
D
C2H2

Slide 9 - Quizvraag

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 10 - Tekstslide

Alkenen
  • Alkenen bestaan uit C-atomen en H-atomen.
  • Zowel onvertakte als vertakte alkeenmoleculen.
  • Geen ringvormige structuur.
  • Eén dubbele binding voor tussen twee C-atomen.
  • Verbindingen met één of meer dubbele bindingen noemen we onverzadigde verbindingen.
  • De  verschillende alkenen verschillen alleen in het aantal CH2-groepen.
  • Algemene formule is: CnH2n, waarbij je voor n elk willekeurig getal kunt kiezen.

Slide 11 - Tekstslide

Waarom bestaat er geen metheen?

Slide 12 - Open vraag

Van molecuulformule → structuurformule
1. Bepaal het type verbinding
Kijk of het een alkaan (alleen enkelvoudige bindingen) of alkeen (minimaal één dubbele binding) is.
2. Gebruik de algemene formule:
Alkaan: CₙH₂ₙ₊₂
Alkeen: CₙH₂ₙ
3. Tel het aantal koolstofatomen (C) en waterstofatomen (H)
Bijvoorbeeld: C₃H₈ → 3 koolstofatomen, 8 waterstofatomen.
4. Maak de hoofdketen van koolstofatomen
Zet de C-atomen in een rij (lineair) of bepaal of er vertakkingen zijn.
5. Voeg bindingen toe
Verbind de C-atomen met enkelvoudige bindingen (voor alkanen) of voeg één dubbele binding toe (voor alkenen).
6. Vul de waterstofatomen aan
Elke C heeft in totaal 4 bindingen. Vul de resterende bindingen op met H-atomen.

Slide 13 - Tekstslide

Oefenen
Klassikaal: 
  • CH4
  • C2H6
  • C4H8

Zelfstandig:
  • C4H10
  • C2H4
  • C5H12

Slide 14 - Tekstslide

Van structuurformule → molecuulformule
1. Tel alle C-atomen
Noteer het aantal koolstofatomen.
2. Tel alle H-atomen
Noteer het aantal waterstofatomen.
3. Combineer tot molecuulformule
Schrijf eerst C, dan H: bijvoorbeeld C₄H₁₀.
4. Controleer de algemene formule
Past het bij een alkaan (CₙH₂ₙ₊₂) of alkeen (CₙH₂ₙ)? Zo ja, dan klopt het.

Slide 15 - Tekstslide

Oefenen
Klassikaal:




Zelfstandig: 

Slide 16 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 17 - Tekstslide

Verschillende koolwaterstoffen
  • Onvertakt/vertakt.
  • Cyclisch/acyclisch.

Homologe reeksen
  • Alkanen.
  • Alkenen.
  • Alkadiënen.
  • Cycloalkanen.
  • Cycloalkenen.

Slide 18 - Tekstslide

Alkadiënen
  • Alkadiënen bestaan uit C-atomen en H-atomen.
  • Zowel onvertakte als vertakte alkadieenmoleculen.
  • Geen ringvormige structuur.
  • Twee dubbele bindingen tussen C-atomen.
  • Meervoudig onverzadigde verbindingen.
  • De verschillende alkadiënen verschillen alleen in het aantal CH2-groepen.
  • De algemene formule is: CnH2n-2, waarbij je voor n elk willekeurig getal kunt kiezen.
Hoe heet deze alkadieen?

Slide 19 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 20 - Tekstslide

Wanneer noem je een koolwaterstof
verzadigd en wanneer onverzadigd?

Slide 21 - Woordweb

Verzadigd vs onverzadigde koolwaterstoffen
Verzadigde koolwaterstoffen
Onverzadigde koolwaterstoffen
Bevatten alleen enkelvoudige bindingen tussen koolstofatomen.
Bevatten minimaal één dubbele of drievoudige binding tussen koolstofatomen.
Alkanen: CnH2n+2.
Alkenen (onverzadigd): CnH2n.
Alkadiënen (onverzadigd): CnH2n−2.
Alle koolstofatomen hebben het maximale aantal waterstofatomen.
Minder waterstofatomen door aanwezigheid van dubbele/drievoudige bindingen.
Voorbeelden: methaan (CH4), propaan (C3H8).
Voorbeelden: etheen (C2H4), propadieen (C3H4).

Slide 22 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 23 - Tekstslide

Wanneer noem je een koolwaterstof
vertakt en wanneer onvertakt?

Slide 24 - Woordweb

Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
Vertakte koolwaterstoffen
Onvertakte koolwaterstoffen
Hoofdketen met één of meerdere zijtakken van koolstofatomen.
Koolstofatomen vormen één aaneengesloten keten zonder zijtakken.
Namen bevatten voorvoegsels zoals methyl, ethyl om vertakkingen aan te geven 
(bijv. 2-methylbutaan).
Eenvoudige namen zoals pentaan, hexaan.

Slide 25 - Tekstslide

Soorten vertakkingen
  • Vertakte alkanen hebben één of meer vertakkingen aan de hoofdketen.
  • De twee meest voorkomende vertakkingen zijn methyl en ethyl.

Slide 26 - Tekstslide

Naamgeving vertakkingen
  • Eenzelfde vertakking kan meer dan één keer in een molecuul voorkomen. 
  • De naam van de vertakking wordt voorafgegaan door een woord dat aangeeft hoe vaak de vertakking voorkomt.
De meest gebruikte telwoorden zijn:
  • Mono: 1
  • Di: 2
  • Tri: 3
  • Tetra: 4
  • Penta: 5
  • Hexa: 6
Het voorvoegsel mono wordt meestal weggelaten.

Slide 27 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof 
De naamgeving van vertakte koolwaterstoffen gaan we doornemen aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld 1: Hoe heet het vertakte alkaan met de onderstaande structuurformule?

Slide 28 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 1
  • Zoek de langste onvertakte koolstofketen en tel het aantal C-atomen in deze keten. 
  • Zet een nummer bij elk C-atoom. 
  • Je kunt de hoofdketen nummeren van links naar rechts en omgekeerd. 
  • Je begint met nummeren aan het uiteinde dat het dichtst bij een vertakking zit.

Slide 29 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 2
  • Geef de langste onvertakte keten de juiste naam. Dit noem je de stamnaam.

Voorbeeld:
  • De langste onvertakte keten telt vier C-atomen. 
  • Een overtakte keten met 4 C-atomen heet butaan. 
  • De naam van de langste onvertakte keten vormt de stam van de naam.

…………butaan

Slide 30 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 3
  • Kijk welke vertakkingen er aanwezig zijn en geef de vertakkingen de juiste naam. De naam van de vertakking komt voor de stam van de naam.
  • Kijk hoe veel vertakkingen er aanwezig zijn, geef dit aan met het juiste telwoord. Het telwoord mono laten we meestal weg.
  • Zijn er twee of meer verschillende vertakkingen? Dan houden we alfabetische volgorde aan.

Voorbeeld:
  • In een molecuul komt één vertakking voor. De naam van deze vertakking is methyl. De naam van de vertakking komt vóór de stam van de naam. 
  • De vertakking is maar één keer aanwezig. De naam van de vertakking kunnen we daarom vooraf laten gaan door het telwoord mono. Dit telwoord laten we echter meestal weg. 

………..methylbutaan

Slide 31 - Tekstslide

Naamgeving vertakte koolwaterstof - Stap 4
  • Kijk aan welk C-atoom uit de hoofdketen de vertakking is gebonden.
  • Zet het nummer van het C-atoom waaraan de vertakking is gebonden, vóór de naam van de vertakking (en het eventuele telwoord dat erbij hoort).

Voorbeeld:
  • De methylvertakking zit aan het tweede C-atoom van de hoofdketen. 

2 - methylbutaan.

Slide 32 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof 
Het afleiden van een structuurformule vanuit de naamgeving van vertakte koolwaterstoffen gaan we doornemen aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld 1: Geef de structuurformule van 2,3,3 - trimethylpentaan.

Slide 33 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 1
  • Kijk eerst naar de uitgaan van de naam. 
  • Teken deze keten, laat de H-atomen weg, teken alleen de bindingsstreepjes en zet een nummer bij elk C-atoom.

Voorbeeld:
  • Pentaan is de uitgang. Pentaan is een onvertakte keten met 5 C-atomen. 

Slide 34 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 2
  • Kijk welke vertakkingen het molecuul heeft en op welke plek deze zich bevinden. 
  • Teken de vertakking op de aangeven plek.

Voorbeeld:
  • Het molecuul heeft 3 methyl vertakkingen (trimethyl). 
  • Een vertakking zit aan C-atoom 2 en twee vertakkingen zitten aan C-atoom 3. 

Slide 35 - Tekstslide

Structuurformule vertakte koolwaterstof - Stap 3
  • Vul nu de rest van de lege bindingen aan met H-atomen. De uiteindelijke structuurformule is dan klaar.

Voorbeeld:

Slide 36 - Tekstslide

Lesplanning
  • Herhaling les 1
  • Alkenen
  • Nomenclatuur & structuurformules
  • Alkadiënen
  • Verzadigde vs onverzadigde koolwaterstoffen
  • Vertakte vs onvertakte koolwaterstoffen
  • Aan de slag!

Slide 37 - Tekstslide

Aan de slag!
  • Maak les 1 - lesopdracht 1
  • Maak les 2 - lesopdracht 1

Slide 38 - Tekstslide