TC A1 thema 1 herhaling

woensdag 19 augustus
13.30-14.40: oefenen voor toets thema 1
14.40-14.40: pauze
14.45-15.30: toets thema 1
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

woensdag 19 augustus
13.30-14.40: oefenen voor toets thema 1
14.40-14.40: pauze
14.45-15.30: toets thema 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TC A1 thema 1

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het
werkwoord
hebben

Slide 3 - Woordweb

De leerlingen associëren. 
Maak een zin met het
werkwoord
zijn

Slide 4 - Woordweb

De leerlingen associëren. 
Wie
Wie ben jij?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat
Wat is dit?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar
Waar is de supermarkt?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een vraagzin met
wie, waar of wat.

Slide 8 - Woordweb

De leerlingen associëren. 
Ik _________ 24 jaar.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mijn vader _________ in huis.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mijn moeder en vader ________ getrouwd.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zij ________ broer en zus.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

_________ u mijn nieuwe docent?
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Saida en Maud _________ in de klas.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mateo _________ niet getrouwd.
A
ben
B
bent
C
is
D
zijn

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

HEBBEN

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wij ________ geen geld.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik _________ 5 kinderen.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

U _________ 8 kleinkinderen.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

__________ jullie kinderen?
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samira __________ haar mobiel gepakt.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Karen en Paul _________ 1 kind.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik _________ Nederlandse les.
A
heb
B
hebt
C
heeft
D
hebben

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

MAAK DE ZIN
Schrijf de hoofdletter en de punt. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

VRAGEN MAKEN
Wie
Wat
Waar
Wanneer
Waarom

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

________ is de meneer?<div>De meneer is op de wc.&nbsp;</div>
_________ zie je?<div>Ik zie de toets.</div>
_________ ben jij?<div>Ik ben Murat.</div>
Wat
Waar
Wie

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat
Waar
Wie
_________ kom je vandaan?
<div>Ik kom uit Australië.</div>
_________ eet jij?<div>Ik eet rijst met kip.</div>
__________ is jouw zus?
<div>Fatima is mijn zus.</div>

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom
Wanneer
Wie
_________ komt de trein?<div>Die komt over 10 minuten.</div>
_________ kijk jij zo boos?<div>Ik kan mijn fiets niet vinden.</div>
__________ staat daar bij de bus?
<div>Dat is Fatima, mijn zus.</div>

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

verschillend
Ik zie
verschillende
kleuren.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het gezin
Dit is een groot gezin

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

de klank
'a' is een korte klank
'aa' is een lange klank

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een woord
met een korte klank.

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een woord
met een lange klank.

Slide 35 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met
'het gezin'.

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klaar! 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies