Deeltijdverkort nieuw

natuur en techniek oudere kind.
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

natuur en techniek oudere kind.

Slide 1 - Tekstslide

De wereld om ons heen wordt steeds complexer en hierbij is het probleemoplossend vermogen steeds belangrijker.
Creativiteit is hierbij een belangrijke sleutel.
En het mooie is: Zo lang je geen fossiel bent kan iedereen met de juiste vakspecifieke kennis creatief denken.
Dit is niet iets wat is aangeboren.
In dit thema krijg je een introductie op het vak Natuur en Techniek en de wereldvakken, Geschiedenis en Aardrijkskunde, 


Door middel van een tweetal mini-workshops en een les over twee weken ga je de slag met onderzoekend leren. Over het onderzoiekend leren kom ik volgende keer terug.
Hierbij is de houding van belang.
Creativiteit en de nieuwsgierigheid zijn tweetal basisingrediënten voor het vakgebied natuur en techniek.
Deze zullen tijdens de mini-workshops terug komen.

Einddoel voor ogen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel: Beoogde leeruitkomst

Je ontwerpt op basis van leerlijnen en doelen van negen vakgebieden zelf verrijkte methodelessen en zelfontworpen lessen voor het oudere kind. Je bereidt onderwijs voor deze negen vakgebieden op een systematische manier voor. Je laat in je ontwerp en voorbereiding zien dat je de vakinhoud en de leerlijnen voor de bovenbouw van de vakgebieden in zoverre kent, dat je passende leerstof, werkvormen, toetsing, materialen en media, afgestemd op het niveau van de leeftijdsfase van het oudere kind, zelfstandig kan ontwerpen en voorbereiden. Je onderbouwt jouw vakdidactische keuzes met toonaangevende kennis en inzichten. Je houdt in jouw ontwerp rekening met de didactische en pedagogische uitgangspunten die passen bij de ontwikkelingskenmerken van het oudere kind.  

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

succescriteria
De les is ontworpen aan de hand van het didactische model De 7 stappen van onderzoekend leren. Er is specifieke aandacht voor het verdelen van de vakkennis over stap 2 en 7, waarbij in stap 7 de kennis wordt uitgebreid en daarbij de cyclus afgesloten wordt.


De lesdoelen zijn afgeleid van de leerlijnen van het natuur- & techniekonderwijs, SMART geformuleerd (m.b.v. Bloom), passende bij de zone van naaste ontwikkeling van de leerlingen. Er worden zowel kennisdoelen als doelen die gericht zijn op onderzoeksvaardigheden geformuleerd.


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

succescriteria
De activiteiten zijn passend bij leeftijdsfase en de leerstof.

De activiteiten sluiten aan op de leefwereld en de nieuwsgierigheid van de kinderen in de klas.

De opening van de les is inspirerend, realistisch en passend bij de vakinhoudelijke doelen. 

De achtergrondprincipes, samenhang, kernconcept en/of biologische, natuurkundige of technische context is in eigen woorden op leerkrachtniveau uitgewerkt. De informatie heeft een logische opbouw, verdiepend voor de leerkracht met een juiste omvang en selectie ter ondersteuning van de les. 




Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moodle
Ter inspiratie, voorbeeldlessen van oud cursisten.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie ben ik!?
  • kleutermeester 
  • pabo HR
  • vader en man 
  • natuuronderwijs 
  • onderwijskunde
  • schoenen en hardlopen
  • Strrd@hr.nl

Slide 7 - Tekstslide

Jullie kennen mij nog niet en ik jullie nog niet, maar leren doe je vanuit de relatie. 

Het is belangrijk dat je elkaar kent (denk maar aan je stage, waarin begrijpen en begrepen worden makkelijker ging naarmate je de kinderen beter kent). 

Zeker bij ontdekkend en ontwerpend leren waarin veel samenwerking wordt gevraagd is het van belang voor een goede samenwerking.
Aan het einde van deze drie lessen ontwerpen jullie een les waarin d ekinderen actief aan de slag gaan binnen een natuur of techniek onderwerp. Dit doen julli emiddels de didactiek van het onderzoekend leren. Hierin worden vaardigheden gevraagd waarbinnen de kinderen nauwkeurig moeten kunnen waarnemen, maar ook samenwerken om tot een antwoord te komen of zelfs gezamenlijk te presenteren. 

Veel litertuur onderschrijft hierin het belang van de relatie, vandaar dat ik graag ook iets over mijzelf vertel en dat van een aantal van julie straks ook vraag te doen. 

Stel je voor. 
Kleutermeester, OOL
LL (groen plein, groene school)
Pabo HR en Mater LG
N (lab onderw)
O koppeling 

Wie ben ik en wie ben jij?
Welke ervaring heb je met natuur en techniek?

Slide 8 - Open vraag

Positieve ervaringen leiden tot een positieve houding. 

Een enthousiaste leerkracht werkt aanstekelijk op de leerlingen. 

Je bent een rolmodel en misschien zit de nieuwe Steve Jobs in je klas. 

En bedenk dat dit zomaar het startpunt kan zijn voor een super toffe mooi les. 

Jammer als je het vuurtje niet zou aanwakkeren.

Werken met concrete materialen. jullie krijgen maar twee keer natuur en techniek dit blok en jaar twee.
niet de boeken maar de kern . 

grijpen is begrijpen.
laat ze werken met materialen om te onthouden

Zorg er voor dat alle kinfderen natuur en techniek ervaren door te doen! DAar gaan we de eerste wordkshop op in. 


veel gaat over houding. 
Hoe kan ik er vboor zorgen dat een kind nieuwsgierig raakt naar een bepaald onderwerp en hoe kan ik daar dan onderbouwd mee aan d eslag gaan en kennis verrijken. 

N&T Houding

Slide 9 - Tekstslide

Heyy allemaal, wat fijn dat jullie er zijn!
Thema 8 
IK ga meteen beginnen met het doel namelijk de toetsing aan de hand van de kennisclips waarin je in de laatste kennisclip gaat laten zien wat je hebt geleerd ten aanzien van de themadoelen. 
Nieuwsgierigheid, jouw houding rondom N&T onderwijs en de relatie naar wat dat doet met jouw klas kun je hiervoor gebruiken.

Eigenlijk is deze les tweeledig het gaat om de houding van jou alsmede hoe krijg je de houding van de leerling ten aanzien van N&T onderwijs kan verbeteren. 

Vandaag best wat theorie en zenden excuus daarvoor . Vul aan , stel vragen en maak aantekeingen, zodat je het kan verwerken in de filmpjes. 
Het eerste filmje Gaat over Houding en laat dat nu net het onderwerp van deze les zijn. 

Per week leveren jullie een clip aan en maken jullie en koppeling naar de doelen die die week centraal staan. 

Kinderen laten zich graag verwonderen door technologie. Denk maar aan de smartphone of speelgoed dat kan bewegen. Dat kan en mag je als meester of juf niet negeren. Juist deze technologie sluit aan op de belevingswereld van het kind en bepaalt ook de banen van de toekomst.
Tijdens deze cursus spelen we in op de didactiek van het ontwerpend leren waar jullie het in thema 5 specifiek over hebben gehad en ervaren we een aantal  lessen welke direct in de praktijk zijn toe te passen of te gebruiken als onderlegger voor je filmpjes. Ook wordt het programmeeronderwijs onder de loep genomen.
De eerste twee lessen zullen nog wat theoretisch zijn de overige drie verdiepen wij ons in de directe toepassing in de praktijk. 

Zoals gezegt. Vandaag gaat het over jouw houding. Ik weet dat we het al vaak erover hebben gehad in veel vakken en lessen is de houding centraal gaan staan. 

De opvattingen van leerkrachten ten aanzien van natuurwetenschappen en
natuurwetenschappelijk onderwijs spelen een belangrijk rol in de kwaliteit van het onderwijs dat we
geven. Uit een studie van van Aalderen-Smeets en Walma van der Molen (2013) blijkt op basis van
een gevalideerd onderzoeksinstrument dat Nederlandse leerkrachten (in opleiding) die er een breder
academisch beeld van natuurwetenschappen op nahouden in het algemeen een positievere opvatting
hebben ten aanzien van natuurwetenschappelijk onderwijs. Daarnaast blijkt dat leerkrachten die het
belang (of de relevantie) inzien van onderwijs in de natuurwetenschappen hier ook daadwerkelijk
frequenter aandacht aan besteden in hun eigen onderwijs. Deze leerkrachten gaan minder uit van
gestandaardiseerde of voorgeschreven lesmethodes en top-down-instructies. Bovendien (en
mogelijk hierdoor) hebben ze meer plezier in dit onderwijs en meer vertrouwen in het succesvol
kunnen verzorgen van dit onderwijs. 


Iedere les is een les opzich dus niet een verloop of opbouw? iedere les heeft inrichting voor de kennisklip 
Wat versta jij onder de nieuwsgierige en onderzoekende houding van een leerkracht?

Slide 10 - Open vraag

Even wat herhaling van vorige natuurlessen, maar wel super belangrijk om goed op aan te kunnen haken. 


Klets even met elkaar! (niet via lesson up)
samen
Wat doe jij in de klas? Om dat bij kinderen voor elkaar te krijgen? 

Wanneer was jij nieuwsgierig? 

Verwondering

Slide 11 - Tekstslide

Vanuit verwondering en nieuwsgierigheid stellen kinderen vragen, signaleren ze problemen of fantaseren ze over futuristische uitvindingen. Vragen, problemen en uitvindingen

Nieuwsgierigheid en verwonderen willen weten en begrijpen is iets dat vooral jonge kinderen van naturen doen en hebben. 

Slide 12 - Video

Ik heb het in thema 5 ook al een keer gezegd, maar juist deze verwondering moeten wij vast weten te houden om te gebruiken in het onderwijs. 
Houding leerkracht

Slide 13 - Tekstslide

Wetenschap en technologie richt zich op het verder ontwikkelen van de nieuwsgierigheid, verwondering en de exploratieve houding van kinderen. Deze voor veel kinderen natuurlijke houding vertoont kenmerken (neigingen) die vergelijkbaar zijn met de houding van onderzoekers en ontwerpers. Kinderen willen graag weten, willen dingen begrijpen, willen met iets nieuw komen (innoveren); ze willen iets bereiken, willen delen en zijn kritisch. 

Het voorleven door de leraar en door terugkerende passende opdrachten, stimuleren de ontwikkeling van deze houdingsaspecten bij leerlingen. 
Door kinderen regelmatig iets te laten onderzoeken of ontwerpen ontwikkelen de verschillende houdingsaspecten zich verder. Belangrijk hierbij is dat houdingsaspecten onderwerp van gesprek zijn tussen leerlingen en tussen leerlingen en leraar. Een onderzoekende houding wordt gestimuleerd als een kind een bepaalde basiskennis over een onderwerp heeft. Dit wakkert vaak de interesse aan en de behoefte om ergens meer van te willen weten.


Hoe verder je naar de bovenbouw gaat hoe vaker je merkt dat het er wat uitgehaald is. de nieuwgierige houding die kinderen van nature hebben Of alleen een plekje krijgt als de houding van de leerkracht daar toereikend voor is. En dan komen we weer bij jullie. 


In het artikel Actief kritisch denkvermogen en onderzoekende houding: de leerkracht als rolmodel, beschrijf de schrijver dat leerlingen een kritische onderzoekende houding het beste leren door modeling. Ofwel de leerkracht moet dienen als voorbeeld waardoor leerlingen zien wat de kenmerken zijn van een kritische onderzoekende houding. Deze houding kent drie kenmerken: attitude, nieuwsgierigheid en flexibiliteit.

Schrijf op bord. Probeer in je clip dat te koppelen. Ben jij nog nieuwgierig, wat is jouw attitude ten opzichten van N&T in het basisonderwijs. 

Attitude houd in dat de leerkracht bewust is van het eigen gedrag ten aanzien van het vakgebied waarbinnen OOL wordt toegepast en OOL op zichzelf. ‘Even volhouden allemaal, straks gaan we wat leuks doen’, geeft de leerlingen het beeld dat het vakgebied/OOL niet leuk zou zijn. De leerkracht legt de leerlingen een waardeoordeel op wat het OOL-proces én de kritische onderzoekende houding negatief kan beïnvloeden.
Nieuwsgierigheid is iets wat leerlingen van nature bezitten, maar lijkt af te nemen naarmate ze ouder worden. Ze hebben uiteraard meer dingen van de wereld gezien en kunnen veel zaken ook beter verklaren, waar jonge kinderen zich nog over kunnen verwonderen. Toch is deze verwondering of nieuwsgierigheid de motor van het OOL-proces. Het prikkelt de motivatie om iets te gaan (en te blijven) onderzoeken of ontwerpen. Een leerkracht kan direct uitleggen hoe wolken ontstaan óf: ‘Dat is gek! Vanochtend zag ik heel veel wolken aan de hemel en nu zijn ze allemaal verdwenen! Hoe kan dat nou?!’ Wanneer de leerkracht hardop haar nieuwsgierigheid zal tonen, zullen leerlingen ook met een meer kritische/verwonderlijke blik naar de wereld blijven kijken.
Soms ontstaan een OOL-proces spontaan, doordat een leerling zich verwondert over iets of dat plotseling een probleem zich aandient.
Wanneer de leerkracht deze kansen ziet en benut door aan te sluiten bij de interesses van leerlingen wordt de intrinsieke motivatie van leerlingen gestimuleerd. Het vraagt dus om flexibiliteit van de leerkracht. Durven afwijken van het vaste programma is hiervan een voorbeeld. Maar ook tijdsplanning. Het kan zijn dat een OOL-proces langer/korter duurt dan vooraf gepland was.


Slide 14 - Video

En dat dit werkt is terug te zien in deze clip. 
Misschien kennen jullie hem, maar jouw houding is aanstekelijk voor anderen. 
Doen we veel en automatisch! Beschrijf voetbalwedstrijd, automatisch meeschoppen . Meerijden in de auto. of spiegelen als je in gesprek bent.

Het was op donderdag z'n drukke dag in de klas  pff kinderen waren  niet te genieten enz enz. Maar vaak is het dat de kinderen niet moeier zijn, maar dat de leerkracht moeier is en de kinderen het gedrag van de lk spiegelen. 

JUllie voorbeelden in de klas? 

Inzetten om grondhouding te benadrukken. 

DE ONTDEKKING VAN SPIEGELNEURONEN
De technieken om het menselijk brein te onderzoeken worden steeds beter. Een van deze technieken is Functional Magnetic Resonance Imaging (fMRI). Met een fMRI kunnen wetenschappers zien in welke hersengebieden de doorbloeding sterker is dan in andere gebieden. Hersengebieden die actief zijn – omdat ze een taak uitvoeren – hebben namelijk meer bloed nodig. Door het gebruik van fMRI kunnen wetenschappers beter begrijpen hoe onze hersenen functioneren.
Zo werd de jaren ’90 van de vorige eeuw werd – bij toeval – een belangrijke wetenschappelijk ontdekking gedaan door Giacomo Rizzolatti en zijn collega’s. Ze waren bezig met onderzoek naar de activiteit van neuronen (zenuwcellen) in de hersenen van aapjes. Ze zagen neuronen die niet alleen actief werden als de aapjes bewegingen zelf uitvoerden maar ook als ze anderen dezelfde beweging zagen doen. Ze noemde dit type neuronen “spiegelneuronen”.
SOCIAAL BEGRIP EN INTERPERSOONLIJKE RELATIES
Spiegelneuronen spelen een belangrijke rol bij sociaal begrip en interpersoonlijke relaties. Ze helpen je te begrijpen wat de ander voelt, denkt of doet. Spiegelneuronen zijn onder andere verantwoordelijk voor imitatiegedrag: Als twee mensen met elkaar in een ruimte zitten en een persoon legt zijn armen over elkaar, dan is de kans groot dat de ander dit automatisch ook doet.
Het kunnen imiteren van anderen is heel belangrijk. Ten eerste speelt imitatie een grote rol bij het leren van elkaar. Ten tweede is het ook heel belangrijk in het sociale verkeer tussen mensen. Hoe meer er gespiegeld wordt hoe meer solidariteit, betrokkenheid en saamhorigheid mensen ervaren (Hatfield, Cacioppo & Rapson 1994). Imitatie heeft een relatie met “empathie”. Uit onderzoek bleek dat er verschillen tussen mensen zijn in de mate waarin ze spiegelen. De meest empathische mensen, zijn mensen die het meest geneigd zijn om de houding, manieren en gezichtsuitdrukkingen van anderen te imiteren.(Chartrand an Bargh, 1999)

Slide 15 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Vandaag ga je via een tweetal tal mini workshops steeds schakelen tussen een concept en nieuwe  context. die we aanbieden. 

Wij gaan aan concepten verschillende nieuwe context hangen.  Aan de lesstof nieuwe info hangen en dat doen we door zo veel mogelijk gebruik te maken van echte materialen. 

Dat gaan we niet doen op een pak je boek sla open en les manier, maar door aan de slag te gaan en bezig te zijn. Door te doen door kinderen te activeren en aan deslag te laten gaan. 

Kinderen vragen super veel. 
Alles om hun heen zorgt voor de verwondering en de vragen die zij stellen. 
Waarom vallen de blaadjes van de boom?
Waarom bewegen de wolken?
Waar is mijn ijsklontje?
Wat zit daar voor groens op mijn boterham
Hoe kan het dat ijn haren overeind blijven staan als ik eroverheen wrijf
welke zeep werkt het beste om mijn handen schoon t emaken? 


Kinderen vragen zich allerlei concepten af en hebben nog niet genoeg context/kennis om daaraan te hangen, 

Er ontstaan gekke concepten waardoor er misconcepties kunnen ontstaat. 

Verkeerd ontwikklede ideeen die de kindeen hebben vastgezet waarhden waarvan zij zekf denken dat ze zo zijn. Daar zijn ze vaak moeilijk van af te brengen. 

Broeikaseffect zorgt voor de pwaring van de aarde en is dus slecht.

Vliegtuigen kunnen vliegen want d evleugels kunnen bewegen. d efapjes of wiebelen. 

je kan lopen op de wolken, de lucht is wit, 

Zware dingen zinken lichte dingen drijven.

Je wil dus juist nieuwe context /kennis aanbieden zodat de juiste concepten blijven hangen.

Voor de eerste context verlaten wij vandaag de pabo. Wij stijgen op en gaan naar de universiteit in Delft en leren over de werking van het vliegtuig. Hoe kan een vliegtuig blijven vliegen en hangen in de lucht.
Wij gaan naar de wereld van de airodynamica


KLets eens met elkaar hoe vliegt een vliegtuig. 
KInderen denken. !!


Vandaag 

Slide 17 - Tekstslide

Als wij context willen aanbieden doen wij dat met al onze zintuigen. 

Kinderen leren door zo veel mogelijk zintuigen te gebruiken. door te doen, te voelen, proeven ruiken , door het te horen en aan te raken kunnen nieuwe context gehangen worden aan concepten .


De eerste context die wij aan gaan bieden heeft te maken met dit blaadje want. 


1. Voorspellen;
Wat denk je dat er gebeurt als....
(eerdere ervaringen checken)
A
er gebeurt niets
B
het papier wordt naar beneden geduwd
C
het papier gaat naar boven
D
het papier gaat trillen

Slide 18 - Quizvraag

strookje papier wat gebeurt er als je over het strookje blaast?

OOk wij hebben een concept waar vanuit wij redeneren. 

We gaan eerst voorspellen


Voorzellingsvraag wat denk je dat er gebeurt als ik over het papiertje heen blaas. 



Alle antwoorden zijn goed. Want het is jouw concept.
Jouw werkelijkheid en die is altijd goed.


1. onderzoeken;
Wat gebeurt er als....
A
er gebeurt niets
B
het papier wordt naar beneden geduwd
C
het papier gaat naar boven
D
het papier gaat trillen

Slide 19 - Quizvraag

Dan gaan we onderzoeken we hebben een voorspelling gedaan. 

We gaan met al onze zintuigen checken of onze voorspelling klopt of onze concepten kloppen of dat we misconcepties zijn.

Pak het blaadje houd hem tegen je mond en blaas er overheen. 

Slide 20 - Tekstslide

Heyyy er was een concept waarin wij een voorspellinghebben gedaan. Die hebben wij onderzocht en getest met al onze zintuigen. 
Of te wel er is nieuwe context toegevoegd.
Bij een aantal van ons klopte de concepten bij een aantal niet. 
1. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(voorkennis over theorie peilen)

Slide 21 - Open vraag

Verklaar hoe kan dat? Wat denk je dat er aan de hand is? 

Denk aan de luchtdruk. Het wheeft daar iets mee te maken. Overal om ons heen is luchtdruk. 

Kleine luchtdruk mannetjes die overal om ons heen even sterk willen duwen, drukken. 

Slide 22 - Tekstslide

Dat komt door deze man 

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

trechter met balletje
rietje/ fohn met balletje
tussen 2 flesjes door blazen
2. Voorspellen;
Kan ik het balletje uit de trechter blazen?
A
ja
B
nee

Slide 25 - Quizvraag


De wind blaast lichte dingen zo weg. Omdat een pingpongbal heel licht is, blijft hij niet lang stil liggen in de wind. Kun jij een pingpongbal wegblazen?

blazen van onder af in de trechter met balletje

Slide 26 - Tekstslide

Wat neem je waar. Doe het zelf!! dit is het onderzoekend leren. Door te pakken en te grijpen ga je het ook begrijpen. 
2. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(checken of concept toegepast kan worden in andere context)

Slide 27 - Open vraag

daarna laten zien dat het onderste boven ook werkt, 
3. Voorspellen;
Wat denk je dat er gebeurt wanneer ik tussen de twee petflesjes in blaas?

A
er gebeurt niets
B
de flesjes gaan naar elkaar toe
C
de flesjes gaan uit elkaar

Slide 28 - Quizvraag

tussen 2 flesjes blazen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Verklaren; Hoe komt het dat....?
(checken of concept toegepast kan worden in andere context)

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. de magische bal

Slide 31 - Tekstslide

fohn en rietje zwevend balletje.
Koppeling kerndoelen en leerlijn
slo 
Koppeling kennis van de wereld
kng anders is het weer een als jullie goed j ebest doen les.
of maar gewoon niet want rekenen en taal
van jouw les naar boven. waar kom je uit? 
het waarom verantwoorden

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wordt natuur en techniek bij jou op school vormgegeven? 
overleg in een groepje van 4.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aansluiten bij wat er is.
Visie 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Natuur en Techniek bij jou op school?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

De tweede workshop gaat over. onderzoekend leren. De cyclus van onderzoekend leren gaan jullie dit jaar toepassen bij de lessen natuur. De volgende les ga ik daar op in.

Net hadden wij het verrijken van een concept door context aan te bieden. En misconcepties weg te nemen. Nu gaan we onderzoek doen om antwoord te vinden op de vragen die wij hebben. 

Hierbij is het belangrijk dat wij een eerlijk onderzoek doen. Dit om misconcepties weg te werken, 



Onderwzoek doen. en leren onderzoek doen is super belangrijk overal wordt onderzoek gedaan om processen te verbeteren en oplossingen te bedenken niet zozeer de uitkomsten maar de vaardigheden.
gaat niet om de uitkomst maar om eerlijk onderzoek .
Kinderen moeten een goed onderzoek verrichten.
Hoe doen we dit op de juiste manier.




Slide 37 - Tekstslide

Je kunt dingen opzoeken om dingen te weten te komen, maar je kan het ook uitzoeken. En als je het uitzoekt moet het wel een eerlijk onderzoek zijn, anders 


Onderwzoek doen. en leren onderzoek doen is super belangrijk overal wordt onderzoek gedaan om processen te verbeteren en oplossingen te bedenken niet zozeer de uitkomsten maar de vaardigheden.
gaat niet om de uitkomst maar om eerlijk onderzoek .
Kinderen moeten een goed onderzoek verrichten.
Hoe doen we dit op de juiste manier.
Geblindeerde test.
beste drijven
meeste partjes
gaat niet om de uitkomst gaat om het veranderen van de varianbele.
Daar gaan ze een les bij bedenken.
De volgnde keer ga ik vertellen de 7 stappen en wat ik moet zeggen om ze daar in goed te begeleiden.
Wat moet ik als juf meester zeggen om de kinderen te begeleiden in het onderzoekend leren proces.
MAak dan flink wat aantekeningen jij geeft een demonstratie. woww hoe kan dat dan .
wat is koolzuur wat is suiker. goede vragen om te onderzoeken.
als we een nieuw onderzoekje zouden kunnen doen wat kunnen we dan veranderen om een nieuw onderzoek dte doen waardoor we een totaal nieuw onderzoek kunnen krijgen. Chalange.
cocacola ligt zero.
pepsie ligt cola
blikje
water gedestileerd. hoeveelheid.
temperatuur.
persoon

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Belangrijk is om eerlijk onderzoek te doen en daarbij is er steeds maar 1 variabele die onderzocht wordt.
Dus 1 ding is anders, anders zou het kunnen zijn dat andere dingen invloed hebben op het onderzoek. de validiteit van het onderzoek is ervan afhankelijk.



Slide 40 - Tekstslide

Ik moet even wat dinken hoor man wat heb ik nu veel gepraat.

Ik heb een cola regular en een cola licht. ik vraag mij dan af zou cola licht dan ook echt licht zijn. !/?
Welke onderzoekjes zou je kunnen bedenken n.a.v. de proef?

Slide 41 - Open vraag

Beide blikjes hebben een andere
dichtheid: hun volume is hetzelfde,
maar het blikje normale cola weegt
iets meer dan het blikje cola light.
Dat komt omdat in de normale cola
suiker is opgelost en in de cola light
niet. Het ene blikje zakt daardoor
naar de bodem, terwijl de andere
blijft zweven in het water

gaat niet om de uitkomst gaat om het veranderen van de varianbele.
Daar gaan ze een les bij bedenken.
De volgnde keer ga ik vertellen de 7 stappen en wat ik moet zeggen om ze daar in goed te begeleiden.
Wat moet ik als juf meester zeggen om de kinderen te begeleiden in het onderzoekend leren proces.
Maak dan flink wat aantekeningen jij geeft een demonstratie. woww hoe kan dat dan .
wat is koolzuur wat is suiker. goede vragen om te onderzoeken.
als we een nieuw onderzoekje zouden kunnen doen wat kunnen we dan veranderen om een nieuw onderzoek dte doen waardoor we een totaal nieuw onderzoek kunnen krijgen. Chalange.
cocacola ligt zero.
pepsie ligt cola
blikje
water gedestileerd. hoeveelheid.
temperatuur.
persoon

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies