Het doel van de schrijver (Nederlands vmbo), les 3: Terugblik quiz

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Quiz

Terugblik: Het doel van de schrijver

1 / 16
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Quiz van 11 vragen over schrijfdoelen en tekstsoorten, met twee korte teksten, een volgordevraag en een invulvraag.

Onderdelen in deze les

Kinderen lezen in een schoolbibliotheek, oude foto

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Quiz

Terugblik: Het doel van de schrijver

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: State Government Photographer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 4: De fiets

(1) Mijn fiets heeft een nieuwe hobby: platte banden. Elke maandag begint hij de week met een zucht, net als ik. Gisteren gaf ik hem een standje. Hij zei niets terug, maar de lucht ontsnapte met een sissend lachje.

Eigen tekst voor Examenstof

Grappige tekst: de fiets wordt behandeld als een persoon. Schrijfdoel: amuseren.

Wat is het schrijfdoel van tekst 4?

A

Informatie verstrekken

B

Tot handelen aanzetten

C

Overtuigen

D

Amuseren

De fiets krijgt menselijke eigenschappen (hobby, zucht, lachje). Verwachte fout: informatie verstrekken, omdat de tekst iets vertelt.

Wat is het schrijfdoel van deze zin?

Let op: de kantine is morgen gesloten wegens een studiedag.

A

Een mening geven

B

Amuseren

C

Overtuigen

D

Informatie verstrekken

Een mededeling met een feit. Verwachte fout: tot handelen aanzetten bij 'Let op'; dat woord is alleen een waarschuwing, de zin vraagt niets van de lezer.

Wat is het schrijfdoel van deze zin?

Wij vinden dat de pauze veel te kort is.

A

Informatie verstrekken

B

Een mening geven

C

Amuseren

D

Tot handelen aanzetten

'Wij vinden' is een signaal voor een mening. Er staan geen argumenten en geen oproep in de zin.

Vul in

Een recept en een gebruiksaanwijzing zijn instructieve teksten. Een krantenbericht over het weer is meestal een informatieve tekst.

instructieve
informatieve
betogende
amuserende

Instructief en informatief. Verwachte fout: betogende bij het krantenbericht.

Hoe herken je een tekst die wil amuseren?

A

Veel feiten en cijfers

B

Opdrachten in stappen

C

Grappen en overdrijving

D

Een formulier met vakjes

Grappen, overdrijving en woordspelingen zijn signalen voor amuseren. De andere opties horen bij informatieve en instructieve teksten.

Zet de stappen op volgorde: zo vind je het schrijfdoel.

1

Lees de titel en kijk naar de opmaak

2

Controleer je keuze in de tekst

3

Zoek signalen zoals een oproep of 'ik vind'

4

Lees de tekst

5

Kies het belangrijkste schrijfdoel

Zelfde volgorde als het stappenplan, in eigen woorden: eerst kijken, dan lezen, dan zoeken, dan kiezen, dan controleren.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Tekst 5: Een kaart voor opa

(1) Lieve opa, wat mis ik jou nu je in het verzorgingshuis woont. Het is stil zonder jou aan tafel. Ik denk elke dag aan je en ik hoop dat je je er snel thuis voelt. Heel veel liefs van Mila.

Eigen tekst voor Examenstof

Persoonlijke kaart met gevoelens van de schrijver.

Waaraan zie je het schrijfdoel van tekst 5?

A

Mila schrijft hoe zij zich voelt

B

Mila geeft feiten over het verzorgingshuis

C

Mila vraagt opa iets te doen

D

Mila maakt opa aan het lachen

'Wat mis ik jou' en 'ik denk elke dag aan je' tonen gevoelens: gevoelens uitdrukken. Verwachte fout: tot handelen aanzetten door 'ik hoop dat je...'; dat is een wens, geen oproep.

Wat is het verschil tussen overtuigen en een mening geven?

A

Bij overtuigen noemt de schrijver alleen feiten

B

Bij overtuigen wil de schrijver dat de lezer het eens wordt

C

Bij een mening geven staat altijd een oproep

D

Er is geen verschil, het zijn dezelfde doelen

Een mening geven: zeggen wat je vindt. Overtuigen: de lezer zover krijgen dat hij het met je eens wordt, met argumenten. Verwachte fout: denken dat het hetzelfde is.

Noem het doel en één signaalwoord.

Hou je van lekker eten? Kom dan naar onze nieuwe pizzeria en proef zelf!

Modelantwoord (2 punten): tot handelen aanzetten (1 punt), met 'kom' of 'proef' als signaal (1 punt). Ook goed: 'Kom dan naar' als oproep. Verwachte fout: 'informatie verstrekken' omdat er een pizzeria genoemd wordt.

Welke tekst is een informatieve tekst?

A

Een recept voor pannenkoeken

B

Een reclamefolder van een winkel

C

Een advertentie voor een telefoon

D

Een nieuwsbericht over een nieuwe school

Nieuws is informatief. Een recept is instructief, folders en advertenties zijn betogend.

Welke bewering over schrijfdoelen klopt?

A

Een tekst kan meer dan één doel hebben

B

Het schrijfdoel is altijd hetzelfde als het onderwerp

C

Een recept wil vooral amuseren

D

Elke tekst met een mening wil tot handelen aanzetten

Bij meer doelen kies je het belangrijkste. Verwachte fout: onderwerp en doel verwarren.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · SCHRIJFDOEL

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu bij een tekst of alinea aangeven wat de schrijver wil bereiken en dat uitleggen met woorden uit de tekst.

Deze slide heeft geen instructies