Portalis Lettergrepen

een formulier invullen en lettergrepen
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

een formulier invullen en lettergrepen

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
- Ik weet hoe ik een formulier moet invullen en wat voor letters ik hiervoor gebruik en ik kan zelfstandig een formulier op de juiste manier invullen. 
- Ik weet op wat voor wijze ik een woord in lettergrepen moet verdelen en kan dit toepassen op een woord. 

Slide 2 - Tekstslide

Formulier
Let bij het invullen van een formulier op de volgende punten:

  • lees het formulier eerst helemaal door
  • gebruik duidelijke letters, bij voorkeur blokletters
  • controleer het formulier; heb je alles ingevuld?
  • onderteken het formulier met je handtekening

Slide 3 - Tekstslide

BLOKLETTERS

Slide 4 - Tekstslide

Lettergrepen
Klinkers met een lange klank

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Handschoenen
A
1
B
3
C
2
D
4

Slide 7 - Quizvraag

Fietssleutel
A
1
B
3
C
2
D
4

Slide 8 - Quizvraag

Fiets-en-rek
A
Goed
B
Fout

Slide 9 - Quizvraag

Marsepeintaart
A
1
B
3
C
2
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Ver-de-ling
A
Goed
B
Fout

Slide 11 - Quizvraag

Schoen-vet-ers
A
Goed
B
Fout

Slide 12 - Quizvraag

Hoeveel lettergrepen heeft het
woord 'banken'?
A
3
B
1
C
2
D
4

Slide 13 - Quizvraag

De eerste lettergreep van het woord 'taken' is een:
A
open lettergreep
B
gesloten lettregreep

Slide 14 - Quizvraag

Tel-e-foon
A
Goed
B
Fout

Slide 15 - Quizvraag

De eerste lettergreep van het woord 'bommen' is een:
A
open lettergreep
B
gesloten lettergreep

Slide 16 - Quizvraag

1 lettergreep
2 lettergrepen
dijk
strand
bakker
konijn
kraai
zagen
druif
hengel

Slide 17 - Sleepvraag

Na een korte klank schrijf je 2 medeklinkers (appel)

Na een lange klank schrijf je 1 medeklinker (stapel)
Als je aan het eind van een lettergreep een lange klank hoort; schrijf je er maar 1. (slapen)

Als het een gesloten lettergreep is; schrijf je er 2: (slaap)

Slide 18 - Tekstslide

Bij een korte klank aan het einde van de lettergreep komt er?
A
een dubbelzetter dus 2 medeklinkers
B
ik gok maar wat
C
1 medeklinker

Slide 19 - Quizvraag

Bij een lange klank aan het einde van de lettergreep komt een?
A
aa zoals je hem hoort
B
een letterdief dus 1 a en 1 medeklinker
C
komt er een dubbelzetter

Slide 20 - Quizvraag

Wat is goed?
1 graf
A
2 graaven
B
2 grafen
C
2 graffen
D
2 graven

Slide 21 - Quizvraag

Enkelvoud | Meervoud

Slide 22 - Tekstslide

Enkelvoud - meervoud
De meeste zelfstandig naamwoorden kun je 
in het enkelvoud en meervoud zetten.  

Bij het enkelvoud is er één van iets: een kat. 
Bij het meervoud is er méér van iets: twee katten.

Slide 23 - Tekstslide

Peer
timer
0:20

Slide 24 - Open vraag

Haar
timer
0:20

Slide 25 - Open vraag

Boot
timer
0:20

Slide 26 - Open vraag

Buur
timer
0:20

Slide 27 - Open vraag

Brief
timer
0:20

Slide 28 - Open vraag

Wat is het meervoud van:
Pool

Slide 29 - Open vraag

Wat is het meervoud van:
Kraal

Slide 30 - Open vraag

Wat is het meervoud van:
Huur

Slide 31 - Open vraag

Verdeel het woord 'kasten' in lettergrepen.
Typ het zonder hoofdletters en met een streepje
ertussen. bijv. boe-ken

Slide 32 - Open vraag

Verdeel het woord 'anker' in lettergrepen.
Typ het zonder hoofdletters en met een
streepje ertussen. bijv. boe-ken

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Video

Verdeel de het woord in lettergrepen. Schrijf het woord over en zet een streepje (-) tussen de lettergrepen.

vakantie

Slide 35 - Open vraag

Verdeel de het woord in lettergrepen. Schrijf het woord over en zet een streepje (-) tussen de lettergrepen.

dieet

Slide 36 - Open vraag

Verdeel de het woord in lettergrepen. Schrijf het woord over en zet een streepje (-) tussen de lettergrepen.

vitamine

Slide 37 - Open vraag

Verdeel de het woord in lettergrepen. Schrijf het woord over en zet een streepje (-) tussen de lettergrepen.

bijsluiter

Slide 38 - Open vraag

- Ik weet nu hoe ik een formulier moet invullen en kan dit toepassen.
- Ik kan weet hoe ik een woord in lettergrepen moet verdelen en kan dit ook toepassen.

0100

Slide 39 - Poll