Leereenheid 9: Observatieplan

Observatieplan
26 maart 2021
Sema Kutlu

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Observatieplan
26 maart 2021
Sema Kutlu

Slide 1 - Tekstslide

Observeren

Slide 2 - Woordweb

Programma
Check- In
Lesdoelen
Waarom observeren?
Objectief en subjectief observeren
Observatieplan
Stappenplan
Opdracht: observatievragen formuleren
Check- Out


Slide 3 - Tekstslide

Check- IN

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen
Je weet wat observeren is. 
Je kunt de 7 stappen van een observatieplan benoemen
Je kent het verschil tussen objectief en subjectief observeren
Je kunt observatievragen formuleren.


Slide 5 - Tekstslide

Observeren
Observeren= Observeren gaat altijd over het gedrag en doe je zo objectief mogelijk! 
*Wanneer je observeert, doe je dit doelgericht en volgens een bepaalde methode. 
* Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie.
* Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. 

Slide 6 - Tekstslide

Objectief en subjectief observeren
-> Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo OBJECTIEF mogelijk!
-> Bij objectief observeren mag je niet beïnvloeden door je eigen mening, ervaring of betrokkenheid (dit noem je subjectief)

Slide 7 - Tekstslide

Zijn de volgende zinnen objectief of subjectief?
1. Het meisje komt de winkel binnen en loopt naar de winterjassen.
2. Ze is eindelijk geslaagd voor haar rijexamen!
3. Pietje heeft alweer in zijn broek geplast.
4. Hij staat nu al een uur te wachten op de bus en kijkt van tijd tot tijd op zijn horloge.
5. Zij was erg slordig gekleed.
6. Die lamp is waanzinnig duur!
7. Toen het Joost voor de derde keer niet lukte het stukje in de puzzel te leggen, gooide hij de puzzel op de grond.

Slide 8 - Tekstslide

Observatieplan
Een observatieplan stel je op, omdat je niet zomaar kunt observeren. Dit overleg je vooraf met je stagebegeleider!

Observeren is dus doelgericht. Om doelgericht te werken moet je precies weten wat en hoe je dat moet doen! Dit beschrijf je in een observatieplan.

Slide 9 - Tekstslide

Eerst een stappenplan!
Wanneer je gaat observeren, doe je dit altijd met behulp van een vast stappenplan!!
Stap 1: Begin situatie
Stap 2: Achtergrondinformatie
Stap 3: Observatie, doelgroep + observatiedoel
Stap 4: observatievragen
Stap 5: Observatiemoment
Stap 6: Observatiehulpmiddelen
Stap 7: Manier van rapporteren 

Slide 10 - Tekstslide

Stap 1: beginsituatie
Aanleiding voor de observatie?
Dus waarom observeren?...

Mogelijke onderwerpen:
- klachten?
- Vermoedens?

Voorbeeld: Jasmijn gedraagt zich anders dan voorheen, ze is stiller en heeft minder contact met de andere kinderen. 



Slide 11 - Tekstslide

Stap 2: achtergrondinformatie
Wat weet je al over het kind of de situatie?
1. Kind gegevens: leeftijd, geslacht, medicijngebruik?
2. Thuissituatie: Opvoeders, broers/ zussen, werk ouders
3. Gedrag: Ontwikkelt het kind zich naar zijn leeftijd?

Slide 12 - Tekstslide

Stap 3: Observatie doelgroep+ observatiedoel
1. Observatiedoelgroep:
- Wie ga je observeren?
- Een kindje of een groep kinderen?
- I.v.m privacy: maak het annoniem
2. Observatiedoel
- Wat wil je te weten komen?
observatiedoel beginnen met: 
- 'ik wil weten'...
- 'Ik wil weten hoe het komt dat...ik wil weten waarom...






Slide 13 - Tekstslide

Stap 4: Observatievragen
Op welk gedrag en welke activiteit ga je precies letten?
Op welke vragen wil je na de observatie antwoord hebben?

-> Vragen sluiten aan bij de doel!

Voorbeeld:
- Tijdens welke activiteit slaat Kim een ander kindje?
- Welke kind wordt door Kim geslagen?
- Op welke moment van de dag slaat Kim?
- Wordt een PW'r door Kim geslagen?




Slide 14 - Tekstslide

Stap 5: observatiemoment
Op welke moment?
- datum, tijdstip en plaats?
Hoe lang?
Hou rekening met observatiedoel!

voorbeeld: Ik ga Kim observeren op 2 april, tussen 12-12.15 uur tijdens het buitenspelen op het schoolplein. 

Slide 15 - Tekstslide

Stap 6: observatiehulpmiddelen
Welke hulpmiddelen ga je inzetten?
- Stopwatch
- Pen en Papier
- laptop/ tablet
- camera/ mobiel
- Observatieformulier (Afhankelijk van de gekozen observatiemethode)

Voorbeeld:
Kwalitatieve observatie: vaak genoeg aan pen/ papier / laptop
Kwantitatieve observatie : vaak nog extra stopwatch/ lijst gedragingen 



Slide 16 - Tekstslide

Stap 7: manier van rapporteren 
 Hoe breng je het verslag uit aan je collega's?
1. Mondeling of schriftelijk
2. Waarom?
3. Wat zijn de voor en nadelen van deze manieren?

Slide 17 - Tekstslide

Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
stap 7
Beginsituatie
Achtergrondinformatie
Observatiedoelgroep + observatiedoel
Observatievragen
Observatiemoment
Observatiehulpmiddelen
Manier van rapporteren

Slide 18 - Sleepvraag

Opdracht: observatievragen formuleren
Opdracht D: Observatievragen (stap 4) ! 
Voor je gaat observeren moet je eerst een doel hebben (waarom observeer je). Om achter dit doel te komen formulier je een observatievraag. Deze observatievraag is je richtlijn voor het kijken tijdens je observatie. Je kijkt immers doelgericht. Formuleer een observatievraag bij de volgende observatiedoelen. (Inleveren in TEAMS)
1. Je wilt weten of Jasper (5 jaar) tijdens een opdracht zijn aandacht er goed bij kan houden, omdat je van zijn leerkracht hebt gehoord dat hij zich zo moeilijk kan concentreren en de andere kinderen afleidt met zijn gepraat.
2. Je wilt weten of Jamina uit zichzelf contact legt met andere kinderen of dat aan anderen over laat.
3. Je wilt weten of Robert bij alles snel huilt. De leidsters hebben hem al ‘Robertje Traan’ genoemd. Toch kan hij soms ook wel lekker spelen.
4. Jullie hebben het gevoel dat Jullius vaak alleen speelt. Waarom doet hij dat?

Slide 19 - Tekstslide

Check- out

Slide 20 - Tekstslide