Hulpwerkwoorden (van modaliteit)

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsNT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hulpwerkwoorden (van modaliteit)

Slide 2 - Tekstslide

Soorten
Er zijn verschillende soorten werkwoorden
- zelfstandige werkwoorden
- koppelwerkwoorden
- hulpwerkwoorden

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Modale werkwoorden
(of hulpwerkwoorden van modaliteit)

Slide 5 - Tekstslide

Overzicht van modale werkwoorden
Kunnen: mogelijkheid, bekwaamheid (Ik kan zwemmen).
Moeten: noodzaak, verplichting (Je moet nu gaan).
Mogen: toestemming (Je mag op school niet roken.)
Willen: wens (Ik wil eten).
Hoeven: geen noodzaak ("Je hoeft niet te blijven").
Zullen: waarschijnlijkheid, toekomstige actie (Hij zal wel komen).

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Link

Maak een zin met het hulpwerkwoord
kunnen

Slide 8 - Open vraag

Maak een zin met het hulpwerkwoord
willen

Slide 9 - Open vraag

Maak een zin met het hulpwerkwoord
moeten

Slide 10 - Open vraag

Maak een zin met het hulpwerkwoord
mogen

Slide 11 - Open vraag

Maak een zin met het hulpwerkwoord
zullen

Slide 12 - Open vraag

Maak een zin met het hulpwerkwoord
hoeven

Slide 13 - Open vraag

Aan de slag
1. Ga naar de website en lees de informatie
https://zichtbaarnederlands.nl/nl/verbum/verschil_modaal 
2. Ken je alle vormen en tijden goed?
3. Maak bladzijde 1 van grammaticatest 5

Slide 14 - Tekstslide