Les 2 Solvabiliteit

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoe sta je ervoor?
A
(bijna) alles boven 7
B
alles voldoendes
C
spannende tijden
D
uitdagend

Slide 2 - Quizvraag

Wat geeft een current ratio van 1,0 aan?
A
De organisatie kan in theorie net alle schulden terugbetalen
B
De organisatie kan niet alle rekeningen betalen
C
De organisatie kan alle schulden terugbetalen
D
De organisatie is liquide

Slide 3 - Quizvraag

Hoe beoordeel je de
current ratio?
A
De current ratio moet minimaal 1.5 zijn, dus dit is goed
B
De current ratio moet onder de 1.5 zijn, dus dit is niet goed.
C
De current ratio moet minimaal 1.5 zijn, dus dit is niet goed
D
De current ratio moet onder de 1.5 zijn, dus dit is goed.

Slide 4 - Quizvraag

Wat geeft solvabiliteit aan?
timer
0:15
A
De mate waarin je in staat bent aan je kortlopende verplichtingen te voldoen
B
Of je in staat bent met je bezittigen je schulden af te lossen
C
Het geld wat je in kas hebt
D
De hoogte van je eigen vermogen

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Formules solvabiliteit
  • EV/VV x 100 % = solvabiliteit (>100)
  • VV/TV x 100 % = (<50) solvabiliteit

Slide 7 - Tekstslide

Solvabiliteitseis financiers

Slide 8 - Tekstslide

Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft aan in welke mate de onderneming aan al haar verplichtingen kan voldoen ( dus ook die op lange termijn )

Een hoge solvabiliteit geeft verschaffers van vreemd vermogen vertrouwen dat ze geld aan een onderneming kunnen uitlenen

Slide 9 - Tekstslide

Wie is er niet heel erg geïnteresseerd in de solvabiliteit van een onderneming?
A
Bank
B
Verhuurder
C
Debiteur
D
Crediteur

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de
solvabiliteit van dit
bedrijf? EV/VV
A
60%
B
37,5%
C
62,5%
D
50%

Slide 11 - Quizvraag

Solvabiliteit
Vaak stellen kredietverschaffers eisen aan een bedrijf op het gebied van de solvabiliteit. Alleen als die boven een bepaalde waarde is, zijn ze bereid geld uit te lenen. 
Vb: een beginnende onderneming heeft een totale vermogensbehoefte van € 500.000,-. De bank eist een minimale solvabiliteit van 180%. De bank gebruikt TV / VV x 100%.

Hoeveel kan de onderneming maximaal lenen? 

Slide 12 - Tekstslide

Solvabiliteit
Soms andere formule gebruikt
Solvabiliteitsratio = EV / VV
of solvabiliteitspercentage = EV / VV x 100% 


Slide 13 - Tekstslide

Formules solvabiliteit
  • EV/VV x 100 % = solvabiliteit (>100)
  • VV/TV x 100 % = solvabiliteit (<50)

Slide 14 - Tekstslide

Een organisatie die de rekeningen kan betalen is
A
Solvabel
B
Crediteur
C
Debiteur
D
Liquide

Slide 15 - Quizvraag

Welke stelling is juist?
A
Solvabiliteit zegt iets over korte termijn verplichtingen
B
Bij Solvabiliteit gaat het om verhouding Eigen Vermogen/Vaste Activa
C
Bij Solvabiliteit gaat het om verhouding Eigen Vermogen/Vlottende activa
D
Solvabiliteit zegt iets over lange termijnverplichtingen

Slide 16 - Quizvraag

Waarmee kun je de liquiditeit berekenen?
A
EV/VV x 100 %
B
(Vl.Act + Liq.Mid.) / KVV
C
EV / TV x 100 %
D
(Vl.Act - Voorr.+ Liq.Mid.) / KVV

Slide 17 - Quizvraag

Waarmee kun je de solvabiliteit berekenen?
A
EV/VV x 100 %
B
(Vl.Act + Liq.Mid.) / KVV
C
EV/TV x 100 %
D
(Vl.Act - Voorr.+ Liq.Mid.) / KVV

Slide 18 - Quizvraag

Sleep je juiste kengetallen bij het juiste begrip
timer
0:30
Liquiditeitskengetallen
Solvabiliteitskengetallen
Current Ratio
Quick Ratio
Debt Ratio
Solvabiliteitspercentage
Solvabiliteitsgraad

Slide 19 - Sleepvraag

Bereken de solvabiliteit met de formule EV/VV x 100 %. Noteer het antwoord in 1 decimaal.

Slide 20 - Open vraag

Het verschil tussen EV/VV en TV/VV is
A
100 %
B
EV/TV
C
200 %
D
50 %

Slide 21 - Quizvraag

De vlottende activa zijn 100.000; De voorraden zijn: 50.000. De kortlopende schulden zijn 50.000. Hoeveel is de current ratio.
A
50.000
B
2
C
1
D
0

Slide 22 - Quizvraag

Een organisatie die alle schulden terug kan betalen is
A
Solvabel
B
Crediteur
C
Debiteur
D
Liquide

Slide 23 - Quizvraag

Hoe kun je meten of een onderneming al haar schulden kan terugbetalen, m.b.v. de balans?

Slide 24 - Open vraag

Wat is de ideale grootte van een magazijn?
Zo klein mogelijk, zonder lege schappen.

Slide 25 - Tekstslide

Hoofdstuk 34 Liquiditeit en solvabiliteit  
Hoofdstuk 35 Overige kengetallen
34.1 en 34.2   Voor het berekenen van de liquiditeitsratio's 
(current en quick ratio) is het volgende van belang:

IJzeren voorraad: dit is een minimumvoorraad van een bedrijf en telt niet mee in de vlottende activa (want altijd aanwezig)
Debiteurenkern: er is altijd een bepaald bedrag te vorderen van debiteuren, dit wordt nooit nul. Daarom telt dit deel niet mee in de vlottende activa.

Slide 26 - Tekstslide

Het verschil tussen EV/VV x 100 % (bijv. 194,7 %) en TV/ VV x 100 % (294,7 %) is precies 100 %. Geef hiervoor de verklaring.

Slide 27 - Open vraag

Solvabiliteit
Vaak stellen kredietverschaffers eisen aan een bedrijf op het gebied van de solvabiliteit. Alleen als die boven een bepaalde waarde is, zijn ze bereid geld uit te lenen. 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Een organisatie is liquide. De organisatie kan ...

Slide 30 - Open vraag

Een organisatie is solvabel. De organisatie kan ...

Slide 31 - Open vraag

Wat is de
solvabiliteit van dit
bedrijf?
A
60%
B
37,5%
C
62,5%
D
50%

Slide 32 - Quizvraag