MAN 10:10 - 11:00 uur Uitleg Standaard kostprijs + Opdrachten maken
Pauze
MAN 12:05 - 12:35 uur Uitleg opdracht studiewijzer + werken
THO 12:35 - 12:55 uur THO
CU 12:55 - 13:45 uur
Inhaal 13:45 - 14:35 uur
Slide 4 - Tekstslide
Wat is de standaard kostprijs?
De standaard kostprijs is de prijs die het kost om een product zelf te maken. Dit helpt een bedrijf te bepalen voor hoeveel een product verkocht moet worden om winst te maken.
💡 Verschil met inkoopprijs en standaard kostprijs
• Inkoopprijs = de prijs die je betaalt om een product kant-en-klaar in te kopen.
• Standaard kostprijs = de berekende kosten als je het product zelf maakt.
Slide 5 - Tekstslide
Soorten kosten
- Constante kosten (blijven gelijk)
Voorbeeld: huur, machines
- Variabele kosten (veranderen)
Voorbeeld: grondstoffen
Slide 6 - Tekstslide
Productie
- Normale productie (gemiddelde)
- Werkelijke productie (echt aantal)
Belangrijk voor berekening
Slide 7 - Tekstslide
Standaard kostprijs
Formule = Standaard kostprijs: = C/N + V/W
Standaard kostprijs: de prijs die het kost om een product te maken.
Constante kosten (C): Kosten die constant blijven als de productie wijzigt.
Variabele kosten (V): Kosten die veranderen als de productie wijzigt.
Normale productie(N): gemiddelde productie die normaal gehaald wordt
Variabele kosten per product zijn vaak bekend (V/W)
Formule = Standaard kostprijs: = C/N + V/W
Slide 8 - Tekstslide
Voorbeeld Standaardkostprijs
Contante kosten (C) zijn bepaald op € 400.000,-
Normale productie(N)is berekend op 80.000 stuks.
De variabel kosten per stuk (per product) bedragen € 2,-.Dit is dus al V/W!
Standaard kostprijs = C/N+ V/W =
€400.000/ 80.000 + 2,- = 5,- + 2,- = € 7,-
Slide 9 - Tekstslide
1. Constante kosten passen zich constant aan de productie aan?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 10 - Quizvraag
2. Kosten van personeel in vast dienstverband behoren tot de variabele kosten?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 11 - Quizvraag
3. De normale productie bereken je door een gemiddelde van de afgelopen jaren te bereken?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quizvraag
4. V/W staat voor de variabele kosten per product?
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quizvraag
5. Standaard kostprijs = C/W + V/N
A
Juist
B
Onjuist
Slide 14 - Quizvraag
Formule:
Standaard kostprijs = C / N + V / W
Slide 15 - Tekstslide
🍕 Voorbeeld: Pizza-onderneming “Pizza Perfecto”
Pizza Perfecto maakt en verkoopt heerlijke pizza’s. De eigenaar wil weten hoeveel een pizza daadwerkelijk kost.
Slide 16 - Tekstslide
Stap 1: Constante kosten (C)
Dit zijn kosten die altijd hetzelfde blijven, ongeacht het aantal pizza’s dat gemaakt wordt. Voor Pizza Perfecto zijn de constante kosten:
Huur van het pand: €3.000 per maand
Loon van de pizzabakker (vast salaris): €2.000 per maand
Verzekeringen en administratiekosten: €1.000 per maand
Totale constante kosten (C) = €6.000 per maand
Slide 17 - Tekstslide
Stap 2: Normale productie (N)
Pizza Perfecto produceert gemiddeld 1.500 pizza’s per maand.
Normale productie (N) = 1.500 stuks
Slide 18 - Tekstslide
Stap 3: Berekening standaard kostprijs
Vraag 1: Bereken de standaard kostprijs per pizza als de constante kosten €6.000 zijn en de normale productie 1.500 pizza’s per maand. De variabele kosten per pizza bedragen € 2,50 (V/W)
Vraag 2: Wat gebeurt er met de standaard kostprijs per pizza als de normale productie stijgt naar 1.800 pizza’s per maand?
timer
5:00
Slide 19 - Tekstslide
Vraag 1
Stap 1: Constante kosten per pizza berekenen
€6.000 ÷ 1.500 = €4,00 per pizza
Stap 2: Standaard kostprijs per pizza
€4,00 + €2,50 = €6,50 per pizza
✅ Antwoord vraag 1: €6,50 per pizza
Slide 20 - Tekstslide
Vraag 2
Nieuwe situatie:
Normale productie = 1.800 pizza’s
Stap 1: Nieuwe constante kosten per pizza
€6.000 ÷ 1.800 = €3,33 (afgerond)
Stap 2: Nieuwe standaard kostprijs
€3,33 + €2,50 = ✅ €5,83 per pizza (afgerond)
✅ Antwoord vraag 2: €5,83 per pizza
Slide 21 - Tekstslide
Opdrachten maken
1.01 t/m 1.03 in teams
Klaar --> Kijk na
Plus kijk in de studiewijzer in teams LE5 - start met managementdossier