§1 & 2 herhaling

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Stofeigenschappen

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Welke twee eigenschappen van een voorwerp moet je weten om de dichtheid uit te kunnen rekenen?

Slide 4 - Open vraag

eenheid van massa is
A
gram
B
cm3
C
g/cm3

Slide 5 - Quizvraag

eenheid van dichtheid is
A
gram
B
cm3
C
g/cm3

Slide 6 - Quizvraag

dichtheid van een stof is........
A
het volume gedeeld door de massa van die stof
B
de massa vermenigvuldigd met het volume van die stof
C
de massa van 1 kubieke cm van die stof

Slide 7 - Quizvraag

een blokje heeft een dichtheid van 2.0 g/cm3
water heeft een dichtheid van 1.0 g/cm3.
als het blokje in het water wordt gedaan dan.....
A
blijft het drijven
B
gaat het zweven
C
gaat het zinken

Slide 8 - Quizvraag

Bereken de dichtheid :
50 gram stof
met een volume van 10 cm3
A
50 g/cm3
B
0,5 g/cm3
C
0,05 g/cm3
D
5 g/cm3

Slide 9 - Quizvraag

Een metalen sleutel heeft een volume van 3 cm3 en weegt 7,9 gram. Wat is de dichtheid?
(geef je berekening en de juiste eenheid)

Slide 10 - Open vraag

Bereken de massa:
dichtheid is 13,5 g/cm3
volume is 2,3 cm3
A
5,9 g
B
0,17 g
C
31,1 g

Slide 11 - Quizvraag

Bereken het volume:
dichtheid is 8 g/cm3
massa is 20 gram.

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Sublimeren is een faseovergang van ...
A
Vast naar gas
B
Gas naar vast
C
Gas naar vloeibaar
D
Vloeibaar naar gas

Slide 19 - Quizvraag

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 20 - Quizvraag

Rijpen is de faseovergang van
A
vloeibaar naar gasvormig
B
gasvormig naar vloeibaar
C
gasvormig naar vast
D
vloeibaar naar vast

Slide 21 - Quizvraag

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 22 - Quizvraag

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 23 - Quizvraag

Vervluchtigen is de faseovergang van:
A
vast naar gasvormig
B
gasvormig naar vloeibaar
C
vloeibaar naar gasvormig
D
vloeibaar naar vast

Slide 24 - Quizvraag

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Tekstslide