1A - woensdag 7-5 (grammatica herhaling werkwoordsoorten + gezegdes)

Welkom!
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Planning:
  1. Lesdoel
  2. Soorten werkwoorden + gezegdes
  3. Aan de slag!
  4. Blooket
  5. Huiswerk & Taalvout

Slide 2 - Tekstslide

Komende lessen
  • Les 1 - 17 april: Grammatica: herhaling periode 1 (t/m bijwoordelijke bepaling)
  • Les 2 - 18 april: MEIVAKANTIEQUIZ!
  • Les 3 - 7 mei : Grammatica: focus op soorten werkwoorden + gezegdes
  • Les 4 - 8 mei: Grammatica: focus op voorzetselvoorwerp + bijwoordelijke bepaling

  • Les 5 - 14 mei: SO Grammatica via Socrative





Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel:
Na deze les:

  • Heb je je kennis over werkwoordsoorten (hww, zww, kww) en de gezegdes (werkwoordelijk & naamwoordelijk) op orde.

Slide 4 - Tekstslide

Keuze

  • Beheers je de werkwoordsoorten & het werkwoordelijk/naamwoordelijk gezegde al heel goed? -> Ga gelijk aan de slag met de Socrative en lees daarna een verhaal/boek lezen in de Blinkotheek van PLOT.

  • Vind je het nog wat lastig? Volg dan eerst de uitleg en maak daarna de Socrative.

Slide 5 - Tekstslide

Hulpwerkwoord, zelfstandig werkwoord, koppelwerkwoord

Slide 6 - Tekstslide

Werkwoord: zww/kww + hww

Belangrijkste werkwoord in de zin:

1.  Zelfstandig werkwoord (zww)

    - Geeft actie aan

   -  Heb je maar één werkwoord? Dan is dit sowieso een zww.

OF 2. Koppelwerkwoord (kww)

    - Geeft eigenschap/kenmerk aan


   - ZWoBBeLS

3.  Hulpwerkwoord (hww)

Heb je meer werkwoorden in de zin? Dan is er één werkwoord het zww of kww en zijn alle andere werkwoorden hww.



Slide 7 - Tekstslide

Belangrijk:
Als er meer werkwoorden in de zin staan, is de persoonsvorm altijd een hww!

Slide 8 - Tekstslide

Koppelwerkwoorden
ZWaBBeLS-HDV

zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen

Slide 9 - Tekstslide

Werkwoord: zww/kww + hww

Belangrijkste werkwoord in de zin:

1.  Zelfstandig werkwoord (zww)

    - Geeft actie aan

   -  Heb je maar één werkwoord? Dan is dit sowieso een zww.

OF 2. Koppelwerkwoord (kww)

    - Geeft eigenschap/kenmerk aan


   - ZWoBBeLS

3.  Hulpwerkwoord (hww)

Heb je meer werkwoorden in de zin? Dan is er één werkwoord het zww of kww en zijn alle andere werkwoorden hww.


Filipine leek een gigantische zwaai aan de knuppel te geven.





Belangrijkste werkwoord in de zin:
1. Zelfstandig werkwoord (zww)
    - Geeft actie aan
   - Heb je maar één werkwoord? Dan is dit sowieso een zww.
OF 2. Koppelwerkwoord (kww)
    - Geeft eigenschap/kenmerk aan
   - ZWoBBeLS

3. Hulpwerkwoord (hww)
Heb je meer werkwoorden in de zin? Dan is er één werkwoord het zww of kww en zijn alle andere werkwoorden hww.















Filipine leek een gigantische zwaai aan de knuppel te geven.

Pieter bleek een enorme fan van PSV te zijn.

Jan is een dotje.

Ik zou nog wel honderd stukken taart kunnen eten!

Slide 10 - Tekstslide

GEZEGDE
Er zijn twee soorten gezegdes.
Het werkwoordelijk gezegde en het naamwoordelijk gezegde.


Slide 11 - Tekstslide

Iets doen vs. iets zijn
Auto's zijn rood, popjes zijn stout, mama is lief 
--> De onderwerpen zijn iets.

 Treintjes doen tjoektsjoek, oma's doen breien, papa doet slapen --> De onderwerpen doen iets.

Slide 12 - Tekstslide

Werkwoordelijk gezegde
Alle werkwoorden in de zin

Let op:
- Soms is een werkwoord opgesplitst:
Hij | voert | vandaag | actie. (actievoeren)

- Als 'te' voor een werkwoord staat, hoort het er ook bij:
Hij | verwacht | meer zakgeld | te krijgen.

- Als er 'aan het' voor een werkwoord staat, hoort het er ook bij:
Zij| zijn | fanatiek | aan het tennissen.
Hij is het voetballen niet verleerd.
Let op: voetballen is hier geen werkwoord!

Slide 13 - Tekstslide

Naamwoordelijk gezegde
Staat er een koppelwerkwoord in de zin?
Dan moet er ook een naamwoordelijk gezegde zijn.
  • Vraag die je nog extra stelt -> Wat is het onderwerp?

          KWW
Soof | is | een slimmerik. 
Ond| PV| naamwoordelijk deel

Naamwoordelijk gezegde is: 'is een slimmerik'.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak de oefentoets in Socrative en bepaal wat je nog lastig vindt.
Roomname: MEVROUWKOONINGS

Via deze link kun je grammatica oefenen: https://www.cambiumned.nl/zinsdelen/

Slide 15 - Tekstslide

Lesdoel:
Na deze les:

  • Heb je je kennis over werkwoordsoorten (hww, zww, kww) en de gezegdes (werkwoordelijk & naamwoordelijk) op orde.

Slide 16 - Tekstslide

Werkwoordsoorten & gezegdes:
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Huiswerk & TaalVout
Geen huiswerk!

Slide 18 - Tekstslide