BD23 brandbestrijding in gebouwen

Brandslanghaspels en brandgevaar
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Brandslanghaspels en brandgevaar

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft er wel eens een brand meegemaakt?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaan de meeste branden
Elektrische apparatuur --> droger staat op 1
goedkope opladers
Roken
Olie of vet in de keuken
Slecht onderhoud keukenapparatuur


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kortsluiting ontstaat meestal door een defect snoer of apparaat. De stroom kan rond stromen in een circuit met een hele kleine weerstand. Hierdoor wordt de stroomsterkte erg groot —> daardoor worden de draden erg warm —> kans op brand.

Overbelasting ontstaat wanneer je te veel apparaten tegelijk aan zet. De stroomsterkte wordt dan erg groot —> daardoor worden de draden erg warm —> kans op brand

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stop:

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een zekering (ook wel smelt veiligheid genoemd) smelt door wanneer de stroom te groot wordt, hierdoor wordt brand voorkomen.

Een zekering smelt door bij kortsluiting of overbelasting. Hiermee voorkomt een zekering dat er brand ontstaat. (Let op! Een zekering voorkomt het ontstaan van brand, NIET het ontstaan van overbelasting en/of kortsluiting)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het verbrandingsproces
Om brand te krijgen en te bestrijden heb je drie dingen nodig:
-  Brandstof
- Zuurstof
- Warmte 
(Zo lang deze factoren er zijn gaat de brand door)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Brand?
- sla eerst alarm,
- blus zelf (beginnende brand)
- duurt het te lang?  wegwezen! (ontruimen)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vluchtplan

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten blussers
Water /schuimbluisser-> Vaste stoffen (hout,papier)  -> brengen ontbrandingstemperatuur van brand omlaag

C02 blusser, poederblusser--> Electrische apparatuur ->
ontnemen zuurstof aan de brand

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Overzicht van alle brandklassen

Brandklasse A
Dit is een brand van vaste stoffen zoals: hout, papier, rubber, meubels, gordijnen.
Geschikte blusmiddelen: brandslanghaspel, poederblusser, sproeischuimblussers en een blusdeken.

Brandklasse B
Dit is een brand van vloeibare stoffen zoals: benzine, dieselolie, aceton, was.
Geschikte blusmiddel: sproeischuimblussers, CO2 blussers of poederblussers.

Brandklasse C
Dit is een brand van gassen zoals: propaan, LPG, aardgas.
Het beste om een brandklasse C te blussen is om als eerste de gaskraan dicht te draaien anders is er kans op explosiegevaar.
Geschikte blusmiddel: poederblusser.

Brandklasse D
Dit is een brand van metaal zoals: aluminium, metaal, magnesium.
Geschikte blusmiddel: poederblusser geschikt voor brandklasse D, ook wel metaalbrandblussers genoemd.

Brandklasse E
Dit zijn elektriciteitsbranden. Let op: brandklasse E is in Nederland vervallen omdat elektriciteit wel een oorzaak van brand kan zijn maar zelf niet brand. Door kortsluiting gaat bijvoorbeeld een computer branden. De computer staat in brand en niet het elektriciteit. Dit is dan brandklasse A brand en geen E.

Brandklasse F
Dit is een brand van (frituur)olie en vetten zoals: bakolie of frituurvet.
Geschikte blusmiddelen: vetblusser of een sproeischuimblusser dat geschikt is voor brandklasse ABF.

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke factoren zijn er nodig voor het ontstaan van een brand?
A
Brandstof, kooldioxide en temperatuur
B
Brandstof, temperatuur en een vuurtje
C
Temperatuur, benzine en een brandstof
D
Brandstof, temperatuur en zuurstof

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een olie brand kun je NIET blussen met...?
A
Zand
B
Schuim
C
Blusdeken
D
Water

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De brand is te groot om te blussen, dus wegwezen! doe je de deur dicht?
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Branden worden ingedeeld in brandklassen. Deze klassen houden rekening met:
A
De ruimte waarin de brand zich bevindt
B
De tijdsduur van de brand
C
De aard van de brandende stoffen
D
De hoeveelheid aanwezige zuurstof

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe verongelukken de meeste mensen bij een brand?
A
Doordat de uitgang geblokkeerd is
B
Door de warmte van het vuur/brand
C
Door het inademen van de rook
D
Door de schrik van het vuur/brand

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Juist/onjuist:
Een zekering of stop voorkomt brand
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Symbool Brandslanghaspel
Symbool Brandslanghaspel in kast

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oogdouche
Branddouche

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht tekening BD23
Teken in de tekening BD23 het volgende in.
Brandslanghaspels in kast, worden in de werkplaats separaat aangesloten.
In de hal van de begane grond en 1e etage in de hal, worden de brandslanghaspels niet separaat aangesloten. De leiding vervolgt naar de toiletgroep.
Oog- en nooddouche in werkplaats
Droog sprinklerinstallatie in magazijn. Alleen de sprinklerkop plaatsen. Iedere sprinklerkop beslaat 20 vierkante meter.

Gebruik de juiste symbolen in je tekening!

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

stijg- / zakleidingen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies