H7.4 deel 2

Bron 1: De dominee Joannes kals trok in 1731 naar Suriname om 'de heidenen te bekeren'. Hij klaagde de praktijken die hij daar aantrof aan. In 1756 schreef hij:
'Ziet op de negers, die gij met grote onkosten uit Guinea moet laten halen en die - met welk recht? - vandaar gehaald op de mensenmarkt (foei! schande voor christenen!) openlijk verkocht worden. Deze mensen gebrukt gij in uwe dienst en de meesten van u behandelen hen ruwer en harder dan vee, dan honden, katten, paarden, koeien of varkens. Is het te verwonderen dat deze mensen, op zoek naar hun vrijheid, onder de handen van hun beulen weglopen?'
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Bron 1: De dominee Joannes kals trok in 1731 naar Suriname om 'de heidenen te bekeren'. Hij klaagde de praktijken die hij daar aantrof aan. In 1756 schreef hij:
'Ziet op de negers, die gij met grote onkosten uit Guinea moet laten halen en die - met welk recht? - vandaar gehaald op de mensenmarkt (foei! schande voor christenen!) openlijk verkocht worden. Deze mensen gebrukt gij in uwe dienst en de meesten van u behandelen hen ruwer en harder dan vee, dan honden, katten, paarden, koeien of varkens. Is het te verwonderen dat deze mensen, op zoek naar hun vrijheid, onder de handen van hun beulen weglopen?'

Slide 1 - Tekstslide

Gebruik bron 1.
Leg uit dat de houding van dominee Kals een voorbeeld is van abolitionisme.

Slide 2 - Open vraag

Havo 4 
7.4 Kolonialisme en slavernij

Lesdoelen:
In deze paragraaf leer je:
-welke slavernij er was in de Nederlandse koloniën.
- hoe de slavernij werd afgeschaft.


KA: uitbouw van de Europese overheersing ,met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

Slide 3 - Tekstslide

Havo 4 
7.4 Kolonialisme en slavernij
Nederland en de slavernij
Ook Nederland deed mee aan de slavenhandel, nadat de WIC gebieden had veroverd:​
- In 1655 kwamen honderden slaven naar Nieuw-Amsterdam​.
- Vanaf 1667 werd Suriname de belangrijkste bestemming voor Nederlandse slavenschepen​.
- Van de ruim 550 000 slaven die Nederland vervoerden ging de helft naar de plantages in Suriname​.
- Het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel bedroeg zo’n 5%​




“Sideron en Cupido waren twee kinderen die rond hun zevende in dienst traden van stadhouder Willem V. Dat bleven ze tot hun dood, en ze zagen diens zoon, de latere koning Willem I, en kleinzoon, Willem II, voor een deel opgroeien en volwassen worden.” (9,10)

Slide 4 - Tekstslide

Leg uit waarom het verhaal van Sideron en Cupido aan de ene kant wel past bij het verhaal van de slavernij, maar aan de andere kant ook weer niet.
Lees de tekst op Historiek.

Slide 5 - Open vraag

Havo 4 
7.4 Kolonialisme en slavernij
Nederland en de slavernij
Nederlanders vervoerden in de VOC-tijd ook honderdduizenden slaven in Azië:​
- er was al eeuwen een uitgebreide inheemse slavenhandel​. 
- de VOC bracht slaven uit India naar plantages op Banda​. 
- slaven deden zwaar werk, o.a. bij de bouw van factorijen​. 
- grote aantallen slaven waren persoonlijk eigendom van VOC-personeel, dat leidde ook tot kinderen, Indo-Europeanen: personen van Europees-Aziatische afkomst in Indonesië​





Slavinnen van het eiland Celebes (Sulawesi) waren populair bij de Europeanen. Ze waren buitengewoon mooi en 'driftig naar fysieke der liefde'

Slide 6 - Tekstslide

Gebruik de bron. Leg uit wat volgens de schrijver de mythe is
rondom de slavernij in Nederlands-Indië.

timer
3:00

Slide 7 - Open vraag

Lees het artikel over de excuses van Rutte over de slavernij.
Het is een gevoelige discussie in meerdere opzichten.
- Neem een beargumenteerd standpunt in over de noodzaak van deze excuses.
- Neem een beargumenteerd standpunt in over de keuzes die Rutte maakt over
de 'Oost' in zijn toespraak.

Lees het artikel hier.
timer
5:00

Slide 8 - Open vraag

Havo 4 
7.4 Kolonialisme en slavernij
Afschaffing
In de tijd van pruiken en revoluties ontstond het abolitionisme:​
geïnspireerd door het christendom, maar vooral door de verlichting: 
-slavernij was in strijd met de natuurlijke gelijkheid van mensen​.
- slavernij was ook economisch slecht, volgens Adam Smith prikkelt loon meer om te werken dan dwang​.









Groot Brittannië
Nederland
Het abolitionisme werd vooral sterk in Groot-Brittannië:​
1787 - oprichting van Society for Abolition of the Slave Trade​
1807 – verbod op slavenhandel​
1833 – slavernij in Britse koloniën afgeschaft
Nederland:​
1860 – afschaffing slavernij in Indonesië​
1863 – afschaffing slavernij in Suriname en op de Antillen​

Slide 9 - Tekstslide

Gebruik afbeelding 7.19
Leg uit dat deze afbeelding past bij het kenmerkend aspect van deze paragraaf.

Slide 10 - Open vraag

Juist
Onjuist
De VOC handelde in slaven op en rondom de Atlantische oceaan.
De VOC was een handelskapitalitische compagnie die zich bezighield met slavenhandel en plantageslavernij.
De WIC handelde in slaven op en rondom de Indische oceaan.
De WIC was een handelskapitalistische compagnie die zich bezighield met slavenhandel en plantageslavernij.

Slide 11 - Sleepvraag

Geef aan:
- wat de directe oorzaak was van de Nederlandse deelname aan de trans-Atlantische slavenhandel en
- wat de belangrijkste Nederlandse slavenkolonie in Amerika was.

Slide 12 - Open vraag

Noem drie soorten slavenwerk in de VOC-gebieden.

Slide 13 - Open vraag

Geef aan welke twee standpunten christenen hadden over de slavernij.

Slide 14 - Open vraag

Leg een verband tussen het abolitionisme en de verlichting.

Slide 15 - Open vraag

Werk het leerdoel uit:
Leg uit welke slavernij er was in de Nederlandse koloniën.

Slide 16 - Open vraag

Werk het leerdoel uit:
Leg uit hoe de slavernij werd afgeschaft.

Slide 17 - Open vraag