Medische beeldvorming (Natuurkunde havo), les 3: Terugblik quiz

Doorsnede van het hoofd op een CT-scan (foto: Andrew Ciscel, CC BY-SA 2.0)

EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING

Quiz

Terugblik: Medische beeldvorming

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met elf vragen over röntgen, CT, echografie, halveringsdikte en nucleaire diagnostiek, met rekenvragen, een volgordevraag en een open vraag.

Onderdelen in deze les

Doorsnede van het hoofd op een CT-scan (foto: Andrew Ciscel, CC BY-SA 2.0)

EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING

Quiz

Terugblik: Medische beeldvorming

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Andrew Ciscel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welke twee technieken gebruiken röntgenstraling?

A

Röntgenopname en echografie

B

CT-scan en nucleaire diagnostiek

C

Echografie en nucleaire diagnostiek

D

Röntgenopname en CT-scan

Syllabus B2.4. Alleen röntgenopname en CT gebruiken röntgenstraling. Verwachte fout: CT met nucleaire diagnostiek combineren, omdat beide een scan heten.

Vul in

Een {ultrasone} golf kaatst terug op een {grensvlak}; uit de {looptijd} van de echo bereken je de diepte.

tracer
transmissie

Syllabus B2.4: ultrasone geluidsgolf, terugkaatsing. De looptijd is de tijd heen en terug.

Waarom smeert een arts bij echografie gel op de huid?

A

Gel absorbeert de ultrasone golven

B

Gel maakt het geluid hoorbaar

C

Gel laat de huid straling opnemen

D

Lucht aan de huid kaatst bijna alles terug

Een luchtlaagje tussen probe en huid zou bijna al het ultrageluid terugkaatsen. De gel vult de ruimte. Verwachte fout: denken dat de gel zelf iets met het geluid doet. Syllabus B2.4: terugkaatsing.

Grensvlak B ligt twee keer zo diep als grensvlak A. Wat geldt voor de looptijd van de echo van B?

A

Even lang als bij A

B

Twee keer zo lang als bij A

C

Vier keer zo lang als bij A

D

Half zo lang als bij A

Redeneren met s = ½·v·t: bij dezelfde v is t = 2·s/v recht evenredig met de diepte s. Twee keer zo diep geeft dus twee keer zo lange looptijd. Verwachte fouten: denken dat de looptijd kwadratisch toeneemt (vier keer) of dat het ½ de looptijd halveert. Syllabus B2.4: geluidsnelheid in menselijke weefsels.

Wat is het resultaat van een CT-scan?

A

Een schaduwbeeld van het hele lichaam

B

Een beeld van de werking van een orgaan

C

Een beeld van een doorsnede van het lichaam

D

Een beeld gemaakt met ultrasone golven

Syllabus B2.4: CT-scan. Een gewone röntgenopname is een schaduwbeeld (B), nucleaire diagnostiek toont de werking (C), echografie gebruikt ultrasone golven (D).

Waarom zie je met echografie niets achter een bot?

A

Bot kaatst bijna al het ultrageluid terug

B

Bot zendt zelf ultrageluid uit

C

Bot laat ultrageluid zonder verlies door

D

Ultrageluid is te zwak om bot te raken

Syllabus B2.4: terugkaatsing. Aan het grensvlak met bot keert bijna alle puls om. Verwachte fout: denken dat bot het geluid doorlaat zoals een röntgenstraal.

Zet de stappen van een echo op volgorde

1

De puls kaatst terug op een grensvlak

2

De probe vangt de echo op

3

Het beeld verschijnt op het scherm

4

De probe stuurt een ultrasone puls uit

5

De computer berekent de diepte uit de looptijd

Syllabus B2.4. Volgorde volgt het proces: uitzenden, terugkaatsen, opvangen, rekenen, tonen.

Bot heeft voor röntgenstraling een kleinere halveringsdikte dan spier. Wat betekent dat?

A

Bot laat per cm meer straling door

B

Bot absorbeert per cm meer straling

C

Bot kaatst de straling meer terug

D

Bot zendt zelf meer straling uit

Syllabus B2.4: halveringsdikte van menselijke weefsels, absorptie. Een kleinere d½ betekent dat de intensiteit al na minder cm gehalveerd is: per cm wordt meer straling geabsorbeerd en is de transmissie kleiner. Daarom is bot licht op een röntgenfoto. Verwachte fouten: kleinere d½ lezen als 'beter doorlaten', of terugkaatsing (echo) verwarren met absorptie.

Een zwangere vrouw krijgt een scan van het ongeboren kind. Welke techniek past?

A

CT-scan: doorsneden met veel detail

B

Röntgenopname: snel en goed voor bot

C

Nucleaire diagnostiek: toont de werking

D

Echografie: geen ioniserende straling

Syllabus B2.4: op grond van voor- en nadelen een keuze beargumenteren. Echografie gebruikt geen ioniserende straling, de andere drie wel. Verwachte fout: kiezen op detail in plaats van op stralingsbelasting.

Wat doet de gammacamera bij nucleaire diagnostiek?

A

Hij vangt γ-straling uit het lichaam op

B

Hij zendt γ-straling het lichaam in

C

Hij zendt ultrasone pulsen uit

D

Hij draait röntgenstraling rond de patiënt

Syllabus B2.4 en B2.2. De tracer in het lichaam zendt de straling uit, de camera vangt haar op. Verwachte fout: denken dat de camera zelf straalt, zoals een röntgenbuis.

Röntgen of echo: noem een nadeel van röntgen.

Verwacht: een röntgenopname gebruikt ioniserende straling (stralingsbelasting), echografie niet. Ook goed: zacht weefsel is slecht te zien. Syllabus B2.4.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · B2 · MEDISCHE BEELDVORMING

Goed gedaan!

Je kent nu de vier technieken, rekent aan echo en halveringsdikte en kiest met natuurkundige argumenten. Succes met het examen!

Deze slide heeft geen instructies