8.1 + 8.2 GRT

Welkom 4 Mavo!
Voor de start van de les wil ik je vragen om...
- ... je iPad in de tas te laten.
- ... je scheikunde boek + BINAS 
op tafel te leggen. 

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 35 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom 4 Mavo!
Voor de start van de les wil ik je vragen om...
- ... je iPad in de tas te laten.
- ... je scheikunde boek + BINAS 
op tafel te leggen. 

Slide 1 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties

Slide 2 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Leerdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt de drie verbrandinsgvoorwaarden noemen.
Een verbranding is een reactie tussen een brandstof en zuurstof.
  1. brandstof: stof die warmte levert
  2. zuurstof
  3. ontbrandingstemperatuur:  stofeigenschap die bepaald tot welke temperatuur een stof moet worden verhit voordat deze brand

Slide 4 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt de drie verbrandinsgvoorwaarden noemen.
Een verbranding is een reactie tussen een brandstof en zuurstof.
  1. brandstof: stof die warmte levert
  2. zuurstof
  3. ontbrandingstemperatuur: stofeigenschap die bepaald tot welke temperatuur een stof moet worden verhit voordat deze brand

Slide 5 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt de samenstelling van lucht beschrijven.
Bij een verbranding is de aanwezigheid van voldoende zuurstof belangrijk, anders krijg je een onvolledige verbranding waarbij giftige stoffen zoals koolstofmonoxide kunnen ontstaan.

Slide 6 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt de samenstelling van lucht beschrijven.

Slide 7 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
 Je kunt de verbrandingsverschijnselen beschrijven.
Voorbeelden van verbrandingsverschijnselen zijn:
  • Vlammen zijn gloeiende roetdeeltjes.
  • Vonken zijn gloeiende deeltjes: grotere deeltjes die ook buiten de vlam kunnen branden.
  • Rook: onverbrandbare vaste deeltjes in de lucht.
  • Asresten: vaste stoffen die niet brandbaar zijn, mineralen in hout.

Slide 8 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
 Je kunt uitleggen hoe een explosie ontstaat.
Een explosie is een snelle uitzetting van gassen, meestal veroorzaakt door een zeer snelle verbranding.

Slide 9 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
 Je kunt uitleggen hoe een explosie ontstaat.
Een explosie is een snelle uitzetting van gassen, meestal veroorzaakt door een snelle verbranding.
  • Lucht hoeft maar voor 5% uit aardgas te bestaan om een explosief mengsel te vormen.
  • Vaste stoffen zoals kaliumnitraat in vuurwerk bevat zuurstof dat wordt gebruikt voor een snelle verbranding.

Slide 10 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt zes brandstoffen en hun toepassing noemen.
Uit fossiele brandstoffen zoals aardolie, worden brandstoffen gemaakt door middel van destillatie.

Andere belangrijke fossiele brandstoffen zijn aardolie, aardgas en steenkool (koolstof).

Slide 11 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.1 Verbrandingsreacties
Je kunt zes brandstoffen en hun toepassing noemen.
  1. Benzine: voertuigbrandstof (veel energie).
  2. Aardgas: voor koken en verwarming.
  3. Steenkool: elektriciteitscentrales.
  4. Diesel: voertuigbrandstof (weinig energie).    Bevat per liter meer energie dan benzine.
  5. Kerosine: lampolie, vliegtuigbrandstof.
  6. LPG: koken als campingas en voertuigbrandstof.

Slide 12 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen

Slide 13 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Leerdoelen
8.2.1 Je kunt beschrijven dat je bij het blussen van
         een brand 1 of meer verbrandings-  
         voorwaarden moet wegnemen.
8.2.2 Je kunt een geschikte blusmethode kiezen.

Slide 14 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Om een brand te blussen moet je minstens 1 van de onderstaande brandvoorwaarden wegnemen.
  • brandstof
  • zuurstof
  • ontbrandingstemperatuur

Slide 15 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Om een brand te blussen moet je minstens 1 van de onderstaande brandvoorwaarden wegnemen.
  • brandstof
  • zuurstof
  • ontbrandingstemperatuur
branddriehoek

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Brandstof wegnemen
  • geen brandstof meer toevoegen
  • de gaskraan van je brander dichtdraaien

Slide 18 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Brandstof wegnemen
  • geen brandstof meer toevoegen
  • de gaskraan van je brander dichtdraaien
  • brandgangen aanleggen

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Zuurstof wegnemen, afsluiten van de omgeving
  • bluszand

Slide 21 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Zuurstof wegnemen, afsluiten van de omgeving
  • bluszand
  • blusdeken

Slide 22 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Ontbrandingstemperatuur
Voor de brandweer is het belangrijk om van te voren te weten welk soort brandstof aanwezig is.
  • Blussen met water: 

Slide 23 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blussen
Voor de brandweer is het belangrijk om van te voren te weten welk soort brandstof aanwezig is.
  • chemicalien die heftig reageren met water, zoals natrium (alkalimetalen: groep 1)

Slide 24 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blussen
Voor de brandweer is het belangrijk om van te voren te weten welk soort brandstof aanwezig is.
  • chemicalien die heftig reageren met de koolstofdioixde in een brandblusser, zoals magnesium en calcium (groep 2)

Slide 25 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blussen
Voor de brandweer is het belangrijk om van te voren te weten welk soort brandstof aanwezig is.

Vlam in de pan

Slide 26 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blussen
Voor de brandweer is het belangrijk om van te voren te weten welk soort brandstof aanwezig is.

Vlam in de pan

Niet blussen met water. Het water zakt naar de bodem. Bij 100 graden verdampt het water. Stoom zet uit en het brandende vet spat eruit.

Slide 27 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen
Om het juiste blusmiddel te kiezen kijk je naar de brandbare stof. Er zijn vijf brandklassen (categorien)

Slide 28 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen
Om het juiste blusmiddel te kiezen kijk je naar de brandbare stof. Er zijn vijf brandklassen (categorien

Brandklasse E (elektriciteit) is geen officiële brandklasse en is niet meer in gebruik, omdat elektriciteit zelf geen brandstof is.

Slide 29 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen


Slide 30 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen


Slide 31 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen


Slide 32 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen


een gas verdeeld in een vloeistof
poeder: bijvoorbeeld natrium- of kaliumbicarbonaat

Slide 33 - Tekstslide

Les 1: Verbrandingsreacties
8.2 Brand blussen
Blusmiddelen


Slide 34 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak 8.1 + 8.2

Slide 35 - Tekstslide