NAH

Jeugd, NAH en ouderen 
Charlotte Rademaker 
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Jeugd, NAH en ouderen 
Charlotte Rademaker 

Slide 1 - Tekstslide

Programma vandaag:


  • Welkom en terugblik vorige les
  • Begeleiding bieden bij NAH (methodieken en skills) 
  • Dilemma's bespreken in drietallen
  • Indien tijd over; zelfstandig werken aan opdracht, inleveren voor 28-3-2024 
  • Volgende week thema ouderen
  • Afsluiting 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen vandaag: 
  • De student kan benoemen van welke basisaspecten hij/zij zich bewust moet zijn bij het begeleiden van een cliënt met NAH
  • De student kan de kern van de methodieken uitleggen
  • De student kan de methodieken benoemen en deze koppelen aan de eigen praktijk/stage situatie 
  • De student gaat aan de slag met de opdracht om zijn kennis toe te passen a.d.h.v. casus.

Slide 3 - Tekstslide

Welke begeleidingsmethodieken ken jij uit de praktijk?

Slide 4 - Open vraag

Begeleider-skills bij ontremd/ongepast gedrag NAH
  • Inzicht hebben in de beperkingen die aan dit gedrag ten grondslag liggen

    Kennis hebben van ziektebeeld en beperkingen van NAH
  • Onderscheid kunnen maken tussen de persoon en zijn gedrag 
    Niet de persoon maar het gedrag afkeuren 
  • In staat zijn om steeds opnieuw te beginnen met iemand met NAH 
    Blanco beginnen en steeds opnieuw in contact treden. 
  • Kunnen reflecteren op de eigen normen/waarden en op het (effect van het) eigen handelen.
    Soms concessies doen in eigen normen (weloverwogen) maar ook duidelijk kaders en eigen grenzen kunnen bewaken indien nodig. 
  • Bewust zijn van de invloed van : omgeving, gedrag, situaties(te complex? hulp inschakelen).

Slide 5 - Tekstslide

Maatwerk - cliënten begeleiden met NAH- 10 tips
1. Beschadigde hersenen hebben meer tijd nodig. Neem dus meer tijd. Voorkom tijdsdruk. 
2. Beschadigde hersenen verbruiken meer energie. plan pauzes, houd rekening met dagindeling.
3. Structuur en bied regelmaat
4. Vermijd drukte. 
5. Verg niet meerdere dingen tegelijk van de cliënt i.v.m. overzicht 
6. Bereid activiteiten voor en maak een planning of ondersteun hierbij. Check regelmatig samen met cliënt de planning. 
7. Faciliteer de cliënt/ ondersteun de cliënt bij het maken van notities/lijstjes als reminder
8. Stel samen met de cliënt realistische haalbare doelen en focus op de successen. 
9. Ondersteun de cliënt bij het uitleggen van wat hij/zij nog wel kan en wat hij/zij lastig vindt. Let op! Neem niet zomaar over! 
10. Geef aan dat het accepteren van hulp en het vertrouwen op de ander mag en belangrijk is. 

Maar vooral wees in je benadering naar de cliënt toe: Empatisch, geduldig, respectvol. 
Let op met overnemen maar overleg en bevorder de autonomie en zelfregie zo goed mogelijk! 

Slide 6 - Tekstslide

Begeleidingsmethodiek- ''HOOI OP JE VORK'' 
De methodiek is erop gericht cliënten te helpen om grip op zichzelf en hun situatie te krijgen en te werken aan de toekomst. 
En gaat uit van zes essenties: 
1. Streven naar maximale autonomie,  2. NAH is complex en veelomvattend ,
3. Vroeger en nu zijn allebei belangrijk , 4.NAH heeft gevolgen op alle levensterreinen, 12 gebieden,
5. Waarheid bestaat niet: Ruimte voor ieders beleving/perspectief, vraag
achter de vraag,
  
6. Uitgaan van wat er wél is, motivatie 

Hooi op je vork bestaat uit twee fasen: 
1. In de fase Ontdekken (beeldvorming)  wordt informatie verzameld over de persoon (wie? mogelijkheden? wensen?) en over het leven (vroeger? nu? wensen?). Dit gebeurt aan de hand van de levensterreinen.

2. In de fase Ontwikkelen (werken met doelen) worden wensen uitgewerkt in een actieplan (ondersteuningsplan) met concrete doelen samen met cliënt en eventueel betrokkenen. 
-->na afloop-> uitgebreide evaluatie en stellen de cliënt en het team vast welke ondersteuning blijvend nodig is.


Slide 7 - Tekstslide

Begeleidingsmethodiek- ''HOOI OP JE VORK'' 
Levensterreinen Hooi op je vork  (vroeger en - nu) 
  1. Uiterlijk (verzorging, kenmerken, mate van zelfzorg)
  2. Gezondheid (lichamelijke/psychische klachten, verslavingen)
  3. Seksualiteit (seksuele gevoelens/relaties)
  4. Familie/relaties (woonsituatie, kwaliteit van relaties, bezoek)
  5. Werk (wat vroeger, wat nu, hoeveel vroeger, hoeveel nu)
  6. Vrijetijdsbesteding (hobby’s/interesses)
  7. Financiën (eigen inkomen, beheer)
  8. Sociale contacten (aantal/dichtheid, intensiteit/zwaarte)
  9. Woonomgeving/huishouden (zelfredzaamheid)
  10. Toekomstzekerheid (doelgerichtheid, mate van groei en ontwikkeling)
  11. (on)afhankelijkheid (mate van zelfstandigheid, afhankelijkheid van personen en hulpmiddelen)
  12. Levensbeschouwing (Geloofsovertuiging, inhoud en belang)








Hoe ziet de methode er nu uit?? 

Slide 8 - Tekstslide

Begeleidingsmethodiek-
 Oplossingsgericht werken + Familiezorg 
Oplossingsgericht werken 
- Afhankelijk van de ernst van het hersenletsel 
- Vaak ingezet met actieve bijdrage van gezin/betrokkene. Gaat uit van kracht en vaardigheden,
focus op oplossing i.p.v. probleem. 
- Kijken naar wens, motivatie en gericht op wat er nog wel kan 
- Vraaggerichte benadering 

Methode: Familiezorg 
- Richt zich op onderlinge relaties van zorgvrager en familieleden 
- Een gezinsbegeleider (gecertificeerd voor de methode) die aan de slag gaat 
- Rond de tafel gesprekken
Thema's als: ziekteverwerking, rolomkering, schuldgevoelens en onderlinge communicatiepatronen  komen aan bod. 
- Grondslag: Open communicatie leidt tot minder stress = minder overbelasting 

Slide 9 - Tekstslide

Maatwerk - cliënten begeleiden met NAH
                                DILEMMA'S  in drietallen
Leren omgaan met de gevolgen van NAH is een langdurig individueel proces wat vraagt om maatwerk bij de cliënt en de omgeving. Hierbij komen ook dilemma's kijken. 
  • Kies je voor een sturende benadering met risico op aantasting van de autonomie van de cliënt, of het geven van meer vrijheid met het risico dat het misgaat? 

  • Heef de cliënt grip op zijn leven, kan hij zelf de regie voeren of kan hij dat leren in begeleiding? 

  • Kan de cliënt veilig deelnemen in het verkeer of kan dat slechts met anderen?

  • Verbied of beperk je het gebruik van genotsmiddelen of beperk je je enkel tot voorlichting?

  • Laat je de cliënt door schade en schande het toepassen van sociale omgangsvormen leren? Of grijp je meteen in en leg je de ander uit waarom de cliënt zo doet? 
Kortom--> Individueel maatwerktraject waar je continue je afwegingen moet maken.

Slide 10 - Tekstslide

Zelfstandig verder werken- Opdracht! 

Slide 11 - Tekstslide

Evaluatie en onderwerp volgende week 
Ouderen en begeleidingsmethodieken
Vragen? Wat ging er goed en wat minder? Wat neem ik mee? 
Wat heb ik geleerd? Wat vond ik van de gekozen lesmethodes? 

Slide 12 - Tekstslide