H2: Cultuur en identiteit /2.3 tm 2.5

H2: Cultuur en identiteit
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H2: Cultuur en identiteit

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Na deze les begrijp je wat een cultuur is en kan je de begrippen dominante cultuur, subcultuur en tegen cultuur uitleggen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag 2.3 en 2.5
2.3  Hoe wordt cultuur overgedragen?
2.4  Waarin culturen verschillen
2.5 De betekenis van vooroordelen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.3 Hoe wordt cultuur overgedragen?

Cultuuroverdracht noemen we ook wel socialisatie.


Socialisatie vindt vooral plaats door imitatie.


socialisatie
Het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep krijgt aangeleerd.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar vindt socialisatie plaats?
Je hele leven word je gesocialiseerd door verschillende socialiserende instituties.


De belangrijkste socialiserende instituties zijn je gezin, school, vrienden, media, verenigingen en de overheid.
socialiserende instituties
Instellingen, organisaties en collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale controle


Je omgeving stuurt jouw gedrag bij met sancties. Sancties kunnen positief en negatief zijn.


Formele sanctie: sanctie die ergens is vastgelegd. Bijvoorbeeld: een boete (negatief) of een diploma (positief).
Informele sanctie: sanctie die niet is vastgelegd. Bijvoorbeeld: je krijgt een compliment (positief) of straf van je ouders (negatief).

Sociale controle
De manier waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepsidentificatie

Door socialisatie voelen mensen zich verwant met de dominante cultuur en subculturen.

Dit proces van groepsidentificatie heeft tot gevolg dat onze identiteit deels uit sociale elementen en deels uit aangeboren eigenschappen bestaat.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarin verschillen culturen?
De bekende socioloog Hofstede onderscheidt vijf belangrijke dimensies waarop culturen van elkaar verschillen:
1) Machtsafstand.
2) Individualisme vs. collectivisme.
3) Masculiniteit vs. feminiteit.
4) Onzekerheidsvermijding.
5) Oriëntatie op de lange vs. korte termijn.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensie machtsafstand
Hierbij gaat het om de omgang met gezag in een cultuur. Staan ouders op dezelfde hoogte met kinderen? Staan werkgevers ver boven de werknemers of meer ertussen? Wat is de afstand tot de overheid? 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensie individualisme versus collectivistisme
Hierbij gaat het om de banden tussen mensen in de samenleving.
Individualistisch: het individuele belang gaat voor het belang van de groep.                
Collectivistisch: de enkeling schikt zich naar de groep. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Bedenk een individualistisch en een collectivistisch land en licht toe hoe het er
in deze landen aan toe gaat als het om de vrijheid van een individu gaat ten
opzichte van de groep waar dat individu bij hoort.
Bedenk een individualistisch en een collectivistisch land en licht toe hoe het er in deze landen aan toe gaat als het om de vrijheid van een individu gaat ten opzichte van de groep waar dat individu bij hoort.  

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Dimensie masculiniteit versus feminiteit
Hierbij gaat het erom hoe culturen omgaan met sekse en verschillende rollen van mannen en vrouwen. Bepaalde vormen van gedrag worden als meer passend voor mannen gevonden en andersom. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Masculien
Masculien (mannelijk) > verschillende rolopvattingen mannen+vrouwen: over het algemeen worden van mannen prestaties buiten huis verwacht en van vrouwen wordt verwacht dat ze bezig zijn met zorgen. Van zowel mannen als vrouwen wordt competitie en assertiviteit verwacht. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feminien
Feminien: (vrouwelijk) mannen en vrouwen worden als gelijkwaardig beschouwd. Van zowel mannen als vrouwen wordt een samenwerkende en hulpvaardige houding verwacht. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensie onzekerheidsvermijding
Hierbij gaat het erom hoe culturen omgaan met onzekere of onbekende situaties. Daarbij gaat het om de mate waarin mensen zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties. 
Bij een hogere mate van onzekerheidsvermijding willen mensen bijvoorbeeld graag zekerheid in hun werk en zijn er in een samenleving veel regels. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dimensie termijngerichtheid
Hierbij gaat het erom hoe culturen met het verleden, heden en de toekomst omgaan.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lange- en kortetermijn
Langetermijngerichtheid: streven naar een toekomstige beloning (door te sparen en vol te houden)

Kortetermijngerichtheid: gericht op het in stand houden van tradities uit het verleden (om gezichtsverlies te voorkomen)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat past NIET bij 'de culturele dimensies'?
A
Geert Hofstede
B
machtsafstand
C
ideologie
D
grondproblemen

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Over welke dimensie van Hofstede gaat de bron?
A
Machtsafstand
B
Gelijkheid vs. ongelijkheid
C
Masculiniteit vs. feminiteit
D
Onzekerheidsvermijding

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke dimensie van Hofstede past het beste bij de foto rechts?
A
machtsafstand
B
termijngerichtheid
C
onzekerheids -vermijding
D
masculien vs feminien

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke cultuurdimensie van Hofstede staat centraal in de toeslagenaffaire
A
machtsafstand
B
masculien ~ feminien
C
individualisme - collectivisme
D
onzekerheids-vermijding

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een cultuur waar sprake is van een kleine machtsafstand, gelooft men dat machtsongelijkheid al bij de geboorte vaststaat.
Juist of Onjuist
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"Sharon vindt dat de harmonie onder collega's altijd bewaard moet worden. Ze zal confrontaties niet snel aangaan."

Bij welke culturele dimensie past deze uitspraak ?
A
Individualisme
B
Grote machtsafstand
C
Collectivisme
D
Hoge onzekerheidsvermijding

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het belang van religie en tradities past het meeste bij welke dimensie van Hofstede?
A
Lange vs. korte termijn gerichtheid
B
Individualistisch vs. collectivistisch
C
Grote vs. kleine machtsafstand
D
Hoge vs. lage onzekerheidsvermijding

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Op welk niveau speelt dit probleem zich af?
In Frankrijk vinden mensen het erg belangrijk dat hun pensioen en andere sociale rechten blijven behouden, ook al kost het veel belastinggeld.
A
Onzekerheidsvermijding
B
Machtsafstand
C
Individualistisch vs collectivistisch
D
Termijngerichtheid

Slide 26 - Quizvraag

Dit is een beetje een strikvraag omdat de link verwijst naar de 'affaire-Halsema': de zoon van een burgemeester die verdachte is in een strafzaak. Dat speelt vooral op microniveau een rol maar omdat meer mensen zich er mee bemoeien kun je ook hogere niveau's aanwijzen. Alleen in het artikel gaat het er nu juist om dat het vooral als privé-zaak wordt gezien.

Op welk niveau speelt dit probleem zich af?
In de VS vinden veel mensen het normaal dat bij een economische recessie veel bedrijven failliet gaan. Dat riscico hoort gewoon bij de vrije markteconomie
A
Onzekerheidsvermijding
B
Machtsafstand
C
Individualistisch vs collectivistisch
D
Termijngerichtheid

Slide 27 - Quizvraag

Dit is een beetje een strikvraag omdat de link verwijst naar de 'affaire-Halsema': de zoon van een burgemeester die verdachte is in een strafzaak. Dat speelt vooral op microniveau een rol maar omdat meer mensen zich er mee bemoeien kun je ook hogere niveau's aanwijzen. Alleen in het artikel gaat het er nu juist om dat het vooral als privé-zaak wordt gezien.
Militairen en IT-ers werken in de 'harde sector' waar het praten over feiten en niet over gevoelens de norm is.
A
Onzekerheidsvermijding
B
Machtsafstand
C
Masculien vs feminien
D
Termijngerichtheid

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In België spreken werknemers hun baas aan met 'u'.
A
Onzekerheidsvermijding
B
Machtsafstand
C
Masculien vs feminien
D
Termijngerichtheid

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.5 De betekenis van vooroordelen
Culturen hebben vrijwel altijd vooroordelen over elkaar. Een belangrijke rol hierbij speelt etnocentrisme.

etnocentrisme
Een manier van kijken waarbij de eigen groep wordt gezien als het middelpunt van alles en alle anderen daaraan worden afgemeten.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onzekerheid en vooroordelen

Vrijwel iedereen heeft vooroordelen. Ze zijn van alle tijden en plaatsen.
De mate waarin iemand vooroordelen heeft kan wel verschillen.
Maatschappelijke veranderingen die de maatschappelijke positie van mensen raken leiden tot onzekerheid. Die onzekerheid kan leiden tot vooroordelen en vijandigheid: groepen zoeken naar een zondebok.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Onzekerheid en vooroordelen

Vooroordelen kunnen uitlopen op vijandigheid ten opzichte van mensen die niet tot de eigen etnische groep behoren. In dat geval is er sprake van xenofobie.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heb jij vooroordelen?
A
ja
B
nee

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Die cliënt is Russisch, dus die zal wel veel wodka drinken
A
eerste indruk
B
generaliseren
C
vooroordelen
D
stereotype

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Riccardo is weer te laat, zoals gewoonlijk, typisch Italianen!
A
stereotypen en vooroordelen
B
onverdraagzaamheid en discriminatie
C
machtsmisbruik
D
conflicten en pesten

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Die sollicitant is mooi op tijd. Ze zal wel betrouwbaar zijn.
A
eerste indruk
B
generaliseren
C
vooroordelen
D
stereotype

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vooroordelen en stereotypen kunnen leiden tot discriminatie. Vooroordeel en stereotypen is hetzelfde.
A
Dit is correct
B
Dit is incorrect

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Xenofobie betekent dat je:
A
Vooroordelen hebt over een groep mensen
B
Tegen mensen met een migratie-achtergrond bent.
C
Bang bent voor vreemdelingen
D
Haat hebt tegen vreemdelingen

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies