H2.4 Verbrandingsproducten

Verbrandingsreacties
Hoofdstuk 2.4 




Welkom havo 3!
Leg klaar: schrift (open) 
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Verbrandingsreacties
Hoofdstuk 2.4 




Welkom havo 3!
Leg klaar: schrift (open) 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen H2.4
Je leert over volledige verbranding.
Je leert over onvolledige verbranding.
Je leert over gevaar koolstofmonooxide.
Je leert uit de verbrandingsproducten af te leiden welke atoomsoort in de brandstof aanwezig is. 

Slide 2 - Tekstslide

Welke kenmerken van een verbrandingsreactie ken je?

Slide 3 - Open vraag

Welke kenmerken van een verbrandingsreactie ken je?

  • Vlammen: dat zijn brandende gassen
  • Vonken en rook
  • Er komt warmte vrij
  • Er is zuurstof nodig
  • Er is een brandstof

Slide 4 - Tekstslide

Welke stoffen ontstaan er bij een verbrandingsreactie?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Demo: verbranding van koolstof

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Waarom neem je bij deze proef liever koolstofpoeder ipv een stukje houtskool?
A
Je kan geen stukjes houtskool in de buis krijgen.
B
Koolstofpoeder reageert sneller met zuurstof dan een stukje houtskool omdat het een groter contact oppervlak heeft.
C
Houtskool bestaat niet uit koolstof.

Slide 10 - Quizvraag

Welke verandering zie je in de wasfles en
welke stof toon je aan met kalkwater?
A
Helder kalkwater wordt troebel wit, je toont zuurstof aan.
B
Geel kalkwater wordt kleurloos, je toont koolstof aan.
C
Helder kalkwater wordt troebel wit, je toont koolstofdioxide aan.

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het reactieschema voor de verbrandingsreactie?
A
koolstof (s) -> koolstof (g)
B
koolstof (s) + kalkwater (l) -> koolstofdioxide (g)
C
koolstof (s) + zuurstof (g) -> koolstofdioxide (g)
D
koolstof (s) + zuurstof (g) -> kalkwater (l)

Slide 12 - Quizvraag

Reagens
Een reagens is een stof waarmee je een andere stof kunt aantonen. Het reagens reageert met die stof en geeft dan een kenmerkende kleurverandering.


Slide 13 - Tekstslide

Eisen reagens
1. selectief: het reagens toont slechts één stof aan

2. gevoelig: het reagens toont al een heel klein beetje stof aan

Slide 14 - Tekstslide

Koolstofdioxide (CO2 (g)) aantonen
Als je zeker wil weten dat een gas koolstofdioxide is, dan leidt je het gas door kalkwater.
Helder kalkwater wordt troebel als het in aanraking komt met koolstofdioxide.

Slide 15 - Tekstslide

Water aantonen
Als je zeker wil weten dat condensdruppeltjes water zijn, dan gebruik je het reagens wit kopersulfaat.
Wit kopersulfaat kleurt blauw als het in aanraking komt met water.

Slide 16 - Tekstslide

Conclusie
Als dit element in de brandstof zit
Ontstaat dit oxide bij de volledige verbranding:
Aantonen met:
C
H
S

Slide 17 - Tekstslide

Waarmee kan je de onderstaande stoffen aantonen?
Een gloeiend houtje vlamt erin op.
Wit kopersulfaat
Kalkwater
Aansteken, je hoort een 'blafje'
Waterstof
Water
Zuurstof
Koolstofdioxide

Slide 18 - Sleepvraag

Een reagens is gevoelig en selectief. Leg uit wat hiermee bedoeld wordt.

Slide 19 - Open vraag

Demo: verbranding van zwavel

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Demo: verbranding van zwavel.
In de wasfles zit een joodoplossing.
Welke verandering heb je waargenomen in de wasfles en
welke stof toon je met de joodoplossing aan.
A
De geel-bruine joodoplossing wordt kleurloos, je toont zwavel aan.
B
De geel-bruine joodoplossing wordt kleurloos, je toont zwaveldioxide aan
C
De kleurloze joodoplossing wordt geel-bruin, je toont zuurstof aan
D
De kleurloze joodoplossing wordt troebel, je toont koolstofdioxide aan.

Slide 22 - Quizvraag

De reactievergelijking voor de verbranding van zwavel staat hiernaast.
Geef zelf het reactieschema in woorden:
S(s)+O2(g)>SO2(g)

Slide 23 - Open vraag

Welke elementen zitten in aardgas?

Je gaat zo kijken naar een proef.
Door aan te tonen welke verbrandingsproducten ontstaan, kun je beredeneren welke elementen in de brandstof aanwezig moeten zijn 

Slide 24 - Tekstslide

1

Slide 25 - Video

00:18
Waarom moet de buis met wit kopersulfaat worden gekoeld in een bekerglas met koud water?

Slide 26 - Open vraag

2

Slide 27 - Video

01:55
Het witte kopersulfaat is blauw geworden. Welke stof ontstaat dus bij de verbranding van aardgas?
A
H
B
H2O
C
C
D
CO2

Slide 28 - Quizvraag

02:02
Kalkwater is wit en troebel geworden. Welke stof is ontstaan bij de verbranding van aardgas?
A
C
B
CO
C
CO2
D
SO2

Slide 29 - Quizvraag

Beredeneer welke atoomsoorten aanwezig moeten zijn in aardgas. Laat zien hoe je aan je antwoord komt.

Slide 30 - Open vraag

Aardgas bestaat uit methaan (CH4).Hiernaast staat de reactievergelijking voor de verbranding van methaan.

Wat zijn de juiste coëfficiënten?
...CH4(g)+...O2(g)>...CO2(l)+...H2O(g)
A
1 -1-1-1
B
1-2-1-1
C
1-2-1-2
D
2-3-2-2

Slide 31 - Quizvraag

Conclusie:
Als er een ontleedbare stof verbrandt, dan ontstaan de oxiden van de elementen van de brandstof. 
C3H8(g)+5O2(g)>3CO2(g)+4H2O(l)
Voorbeeld: 
Bij de verbranding van propaan ontstaan koolstofdioxide en water.

Slide 32 - Tekstslide

Welke stoffen zullen er ontstaan bij de verbranding van het gas diwaterstofsulfide?
H2S(g)+O2(g)>...
A
water en koolstofdioxide
B
water en zwaveldioxide
C
water, koolstofdioxide en zwaveldioxide

Slide 33 - Quizvraag

Hiernaast staat de reactievergelijking voor de verbranding van diwaterstofsulfide.

Wat zijn de juiste coëfficiënten?
...H2S(g)+...O2(g)>...H2O(l)+...SO2(g)
A
1 -1-1-1
B
1-2-1-1
C
1-2-2-1
D
2-3-2-2

Slide 34 - Quizvraag

Welke verbrandingsproducten ontstaan bij de volledige verbranding van suiker?
C12H22O11
A
CO2
B
H2O
C
CO2enH2O
D
CO2enH2OenO2

Slide 35 - Quizvraag

Geef de kloppende reactievergelijking voor de verbranding van suiker:
...C12H22O11+.....>.......+.......

Slide 36 - Open vraag

Wat is het verschil tussen een volledige en een onvolledige verbranding?

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Slide 39 - Tekstslide

Geef de kloppende reactievergelijking voor de volledige verbranding van hexaan, C6H14 (l).

Slide 40 - Open vraag

VOLLEDIGE VERBRANDING
ONVOLLEDIGE VERBRANDING
blauwe vlam
gele vlam
voldoende zuurstof
onvoldoende zuurstof
giftige gassen
heetste vlam
koolstof mono-oxide
koolstof- dioxide
roet

Slide 41 - Sleepvraag

Eigen werk
Leren: H2.4 tabel 1 en tabel 3 in je boek (tabel 2 hoef je NIET te leren)
Maken: opgave 1, 2, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14

Slide 42 - Tekstslide

Schrijf drie dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 43 - Open vraag

Schrijf een of twee dingen op die je deze les nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 44 - Open vraag