Erfelijkheid; DNA, genen en chromosomen

Erfelijkheid   
DNA, genen en chromosomen      
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Erfelijkheid   
DNA, genen en chromosomen      

Slide 1 - Tekstslide

Schrijf in één of twee zinnen op wat het verband is tussen DNA, genen en chromosomen.
(als je klaar bent, denk dan vast na of jij specifieke vragen hebt rondom genetica en erfelijkheid)

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Tekstslide

VIDEO DNA





https://schooltv.nl/video-item/hoe-werkt-dna-wisebit-van-rikkert-nusselder

Slide 4 - Tekstslide

Wat ik zou willen weten of bespreken rondom genetica en/of erfelijkheid is...

Slide 5 - Open vraag

Het geslacht van een kind wordt bepaald door.....
A
alleen de eicel
B
alleen de zaadcel
C
de combinatie van eicel en zaadcel
D
niet-genetische factoren

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Erfelijke ziekten kunnen 'dominant' of 'recessief' zijn.

Bij welke vorm kan iemand drager zijn?
(de afwijking wel hebben, maar niet ziek zijn)
A
Alleen bij dominante aandoeningen
B
Alleen bij recessieve aandoeningen
C
Bij zowel dominante als recessieve aandoeningen
D
Bij geen van beide vormen van erfelijke aandoeningen.

Slide 8 - Quizvraag

Dominant
Recessief

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Autosomale en geslachtsgebonden overerving
Aandoeningen die ontstaan door afwijkingen op chromosoom 1 t/m 22 worden autosomale aandoeningen genoemd.

Aandoeningen die ontstaan door afwijkingen op chromosoom 23 (X of Y) worden geslachtsgebonden aandoeningen genoemd.

Slide 11 - Tekstslide

X-gebonden overerving
Kleurenblindheid is een recessieve X-gebonden aandoening. Een normaal gen op één van de X-chromosomen voorkomt dus dat je door een afwijkend gen op het andere X-chromosoom kleurenblind bent. Is er geen normaal gen, dan ben je wel kleurenblind. Het Y-chromosoom beschermt niet


Slide 12 - Tekstslide

X-gebonden overerving
Situatie 1: moeder is drager en vader is niet kleurenblind. Hoe veel kans hebben zij per kind dat dit kind kleurenblind is. Is er een verschil tussen jongens en meisjes?


Situatie 2: moeder heeft geen afwijkingen op één van haar X-chromosomen en vader is kleurenblind. Hoe veel kans hebben zij per kind dat dit kind kleurenblind is. Is er een verschil tussen jongens en meisjes?

Slide 13 - Tekstslide

Genetische modificatie





https://schooltv.nl/video-item/wat-is-genetische-manipulatie-alles-wat-leeft-bestaat-uit-cellen







https://schooltv.nl/video-item/knippen-en-plakken-in-het-dna-nederland-in-2039-goede-genen-gelijke-kansen

Slide 14 - Tekstslide