Herhaling GEO vwo2 h2

Van de Bergen naar de Zee
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Van de Bergen naar de Zee

Slide 1 - Tekstslide

De Alpen is een
timer
0:20
A
Plooiingsgebergte
B
Breukgebergte

Slide 2 - Quizvraag

Eerst                          Daarna                      Nu
Sleep de plaatjes in de juiste volgorde. Hoe ontstonden de Alpen? 
timer
0:20

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

"Alpen"
timer
0:20
A
Oud gebergte
B
Jong gebergte

Slide 5 - Quizvraag

timer
0:20
Jong gebergte
Oud gebergte

Slide 6 - Sleepvraag

Oud en jong gebergten 
Hoe komt dat jong, oud wordt?

Slide 7 - Tekstslide

Erosie en verwering
Wat was het verschil?





Verwering                                                     Erosie

Slide 8 - Tekstslide

Verwering & erosie; endogene of exogene krachten?
timer
0:20
timer
0:20
timer
0:20
A
Endogeen
B
Exogeen

Slide 9 - Quizvraag

Waardoor wordt metamorfgesteente gevormd?
timer
0:20
A
Door water
B
Door druk een hitte
C
Door stolling van magma
D
Door afschuivingbreuken

Slide 10 - Quizvraag

Gesteentekringloop
Gesteentekringloop

Slide 11 - Tekstslide

Sedimentgesteente

Slide 12 - Tekstslide

Stollingsgesteente

Slide 13 - Tekstslide

Metamorf gesteente

Slide 14 - Tekstslide

Sleep het begrip naar de juiste plek op de afbeelding:



timer
0:30
gletsjerpoort
eindmorene
Gletsjerrivier
zijmorene
gletsjer

Slide 15 - Sleepvraag

Het ontstaan van gletsjers
-Neerslag in de ijstijd -> Sneeuw-> Firn-> Firnbekken-> Begin gletsjer
-Morene -> ''Puin'' dat is neergelegd door ijs/gletsjer. Vaak gesteente

Slide 16 - Tekstslide

timer
0:30
Middenloop
Bovenloop
Benedenloop
Gletsjer
V-Dal
U-dal
Kust

Slide 17 - Sleepvraag

Einde van de gletsjer
-Gletsjer schuift langzaam maar met veel kracht naar beneden
-Erosie: V-dalen -> U-dalen
-Gletsjertunnel, Gletsjerpoort en Gletsjerrivier



Slide 18 - Tekstslide

Rivierloop van de Rijn 

Slide 19 - Tekstslide

De Rijn is een:
timer
0:20
A
gletsjerrivier
B
gemengde rivier
C
regenrivier

Slide 20 - Quizvraag

De bovenloop van de Rijn ligt onder andere in............... in de ...................
De middenloop van de Rijn ligt in ......................... daar gaat de Rijn al ......................
De benedenloop van de Rijn ligt in ...................... van 
..................... Daar gaat de Rijn zich .....................   

Antwoorden: 
timer
0:30
vertakken
Zwitserland 
Nederland
Duitsland 
laagland 
meanderen
Alpen

Slide 21 - Sleepvraag

Bovenloop Rijn
1. Snel stromend water
2. Grote stenen --> puntig en scherp
3. Gletsjerwater
4. V-dal met steile wanden

Slide 22 - Tekstslide

De Midden-Rijn
Tussen Bingen en Bonn moet de middenloop van de Rijn door gebergten.
1. Rivier zoekt de zwakke plekken in het gesteente
2. Veel afbuigingen, smaller, dieper
3. "romantische Rijn"



Slide 23 - Tekstslide

Benedenloop Rijn

  1. In de benedenloop neemt het hoogteverschil af
  2. De Rijn stroomt langzaam en is breed
  3. Deltavorming
  4. Monding in zee

Slide 24 - Tekstslide

Wat is meanderen?
timer
0:20
A
Bochten maken door een rivier.
B
Water dat stroomopwaarts gaat.
C
Water dat stroomafwaarts gaat.
D
Een door mensen gemaakte rivier.

Slide 25 - Quizvraag

Hoefijzermeer

Slide 26 - Tekstslide

Wat is een delta ?
timer
0:20
A
Dat is een bedijkt gebied.
B
Een driehoekig stuk land tussen twee rivieren.
C
Het gebied tussen de vertakkingen van een rivier.
D
Het gebied rondom de Delta werken.

Slide 27 - Quizvraag

Overstromingen
Doordat de delta's dichtbevolkt zijn, is er weinig ruimte voor de rivier. 
Verstening = meer bebouwd oppervlakte in het stroomgebied
Infiltratie = Binnendringen van water in de grond

Door verstening is infiltratie steeds lastiger.
Ook in Nederland!

Slide 28 - Tekstslide

Het verhang is:
timer
0:20
A
De hoeveelheid water die door de rivier stroomt
B
De snelheid van het water
C
Het hoogteverschil van de rivier tussen 2 punten
D
Het hoogteverschil van de rivier per kilometer

Slide 29 - Quizvraag

B121 Verval en verhang

Slide 30 - Tekstslide

Als het verval 600 meter is en de lengte van de rivier 450 kilometer is. Wat is dan de juiste berekening voor het verhang?
timer
0:30
A
600 x 450
B
600-450
C
600 : 450
D
600 + 450

Slide 31 - Quizvraag

Het ontstaan van een waterval is een vorm van ....
timer
0:20
A
Verwering
B
Erosie

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Golven

Slide 34 - Tekstslide

Wat is een klifkust?


timer
0:20
A
Steile kust die is ontstaan doordat de kracht van de zee de bovenkant heeft afgebrokkeld en afgekalfd.
B
Flauwe kust die is ontstaan doordat de kracht van de zee de onderkant heeft afgebrokkeld en afgekalfd.
C
Steile kust die is ontstaan doordat de kracht van de wind de onderkant heeft afgebrokkeld en afgekalfd.
D
Steile kust die is ontstaan doordat de kracht van de zee de onderkant heeft afgebrokkeld en afgekalfd.

Slide 35 - Quizvraag

Wat is een aanslibbingskust en hoe ontstaat dit?
timer
0:20
A
Het land wordt opgebouwd, sterke terugstroom.
B
Het land wordt opgebouwd, zwakke terugstroom.
C
Het land wordt afgebroken, sterke terugstroom.
D
Het land wordt afgebroken, zwakke terugstroom.

Slide 36 - Quizvraag

Aan de kust van Nederland vind je strandwallen en duinen.
Welke 'vervoerder' heeft de duinen vooral gevormd?
timer
0:20
A
Water
B
Wind
C
Obstakels
D
IJs

Slide 37 - Quizvraag

Succes in de PWW !
Succes in de pww!

Slide 38 - Tekstslide