3H/V Grammar Theme 5 Stepping Stones

This lesson: Revision of grammar Theme 5:
- Indirect speech (already homework)
- one and ones
- Past perfect 

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

This lesson: Revision of grammar Theme 5:
- Indirect speech (already homework)
- one and ones
- Past perfect 

Slide 1 - Tekstslide

Direct / indirect speech

Slide 2 - Tekstslide

one  & ones

Slide 3 - Tekstslide

When to use one or ones?
- a used car is much cheaper than a new one.
- do you prefer the black shoes or the red ones?
- this pizza tastes better than that one.
conclusion:
 je gebruikt one/one wanneer je een .............. verderop in de zin wilt herhalen.

Slide 4 - Tekstslide

je gebruikt one/one wanneer je een ________
verderop in de zin wilt herhalen.

Slide 5 - Woordweb

Je gebruikt one (enkelvoud) en ones (meervoud) om een zelfstandig naamwoord te vervangen:
- na een bijvoeglijk naamwoord: There are blue cars and black ones.
- na which: I would like to watch a movie? Which one shall I watch?
- na this,that,these and those:
There are lots of great films, but that one is the best?
- als zelfstandig naamwoord: Muffins? I like the ones with chocolate the best.

Slide 6 - Tekstslide

I bought 3 new pens yesterday! A green ........ and 2 red .........!
A
One - Ones
B
One - One
C
Ones - One
D
Ones - Ones

Slide 7 - Quizvraag

Fill in: one or ones
New York is a big city, and a noisy ... too.
A
one
B
ones

Slide 8 - Quizvraag

I bought a bike today. The shop only had blue and red ...
A
one
B
ones

Slide 9 - Quizvraag

I can choose between a black phone and a silver _____
A
one
B
ones

Slide 10 - Quizvraag

Choose between one and ones: I have to read a book. Which one/ones should I pick?

Slide 11 - Open vraag

Choose between one and ones: Do you like thrillers? These one/ones are a must-read.

Slide 12 - Open vraag


The Past Perfect
Voltooid Verleden Tijd

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Past perfect
Signaalwoorden:

after
before
when
as soon as

Slide 15 - Tekstslide

Je gebruikt de past perfect om aan te geven dat iets _________ (eerder/later)is gebeurd dan iets anders.
A
later
B
eerder

Slide 16 - Quizvraag

Gebruik indirecte rede

Gebruik de past perfect ook bij indirecte rede (indirect speech).
Je geeft dan aan wat iemand anders eerder heeft gezegd:
He said that he had bought a new game.

Dan verander je van direct speech naar indirect speech.
past simple > past perfect.

Zie grammar 13.


Slide 17 - Tekstslide

past simple or past perfect?
Mrs Corrigan had never eaten a pizza until 1972
A
Past simple
B
Past Perfect

Slide 18 - Quizvraag

Past perfect rule:
..... + .....
A
have + verleden tijd
B
had + voltooid deelwoord
C
have/has + voltooid deelwoord
D
Had + ing

Slide 19 - Quizvraag

Past perfect
=voltooid verleden tijd
• Bij het verleden om te zeggen dat het een eerder gebeurde dan het ander.

Stap: 1 had gebruiken
Stap 2: voltooid deelwoord 
                – regelmatige werkwoorden zie regels past simple
-Onregelmatige werkwoorden zie lijst 3e rij

Slide 20 - Tekstslide

Fill in the correct form of the past perfect: Alexis said that she _______(not read) the book.

Slide 21 - Open vraag

As soon as I __________(finish) my homework, I ____ (go) out.
A
have finished, went
B
had finished, go
C
had finished, went

Slide 22 - Quizvraag

Before they _____(to go) to the cinema they ______(to go) out for dinner.

Slide 23 - Open vraag

After I _______(to eat) a hamburger I _____(to feel) sick.

Slide 24 - Open vraag

When I ______(to enter) the class, the lesson _______(already+to start).

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Cuba
crisis
Val van 
de Muur
Nieuwe
Grondwet
Vrede van Versailles
Republiek
Indonesië
Russische Revolutie
Mislukte
staatsgreep

Slide 28 - Sleepvraag