VWO 1 h.7.2 spelling LES 5

H. 7.2
Taalverzorging
Spelling

les 2
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

H. 7.2
Taalverzorging
Spelling

les 2

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen

  • je kunt de stam van werkwoorden vormen;

  • je kunt de persoonsvorm in de verleden tijd goed spellen;

  • je kunt het voltooid deelwoord goed schrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Wat doen we deze les?

  • We herhalen de stam en de ik-vorm van werkwoorden;

  • We herhalen de spelling van de persoonsvorm in de verleden tijd;

  • We bespreken de spelling van het voltooid deelwoord;

  • We oefenen met deze werkwoordsvormen;

  • Jullie gaan aan de slag met de opdrachten van de paragraaf en het werkblad.

Slide 3 - Tekstslide

  • De stam van het werkwoord is de infinitief zonder -en
  • De ik-vorm is de vorm die je achter het onderwerp ik plaatst.
  • De ik-vorm gebruik je ook als je/jij achter het werkwoord staat.



















infinitief
stam
ik-vorm
vinden
vind
vind
lopen
lop
loop
vallen
vall
val
durven
durv
durf
reizen
reiz
reis

Slide 4 - Tekstslide

  • De stam is soms hetzelfde als de ik-vorm

      vinden  wandelen  fietsen  huilen  gebruiken 

  • In veel gevallen moet je de stam aanpassen om de ik-vorm te krijgen. 

 1.    een klinker toevoegen:                                         lop → ik loop;
 2.    een medeklinker weglaten:                                  vall → ik val;
 3.    een letter veranderen 
       (een v in een f, of  een z in een s): 
                                                                                       durv → ik durf                                                                                                   rei→ ik reis.
















Slide 5 - Tekstslide

alleen 
-en
- en
+ klinker
erbij
- en + medeklinker
eraf
- en 
+ letter
veranderen
kappen
kopen
ruizen
begrijpen
genieten
wuiven
werven
laten

Slide 6 - Sleepvraag

Persoonsvorm in de verleden tijd

  • Er bestaan twee soorten werkwoorden: klankveranderende en klankvaste werkwoorden. Bij klankveranderende of sterke werkwoorden verandert de klank in de verleden tijd (vt).













infinitief
ik-vorm vt
houden
(ik) hield
nemen
(ik) nam

Slide 7 - Tekstslide

  • Bij klankvaste of zwakke werkwoorden verandert de klank niet. De persoonsvorm in de verleden tijd is de ik-vorm+ te(n) of + de(n).




















infinitief
persoonsvorm vt
bakken
ik bakte
planten
wij plantten
grijnzen
ik grijnsde
verantwoorden
wij verantwoordden

Slide 8 - Tekstslide

  • Om te bepalen of je + te(n) of + de(n) moet schrijven, kun je de regel van 't kofschip gebruiken:

  • Neem de stam van het werkwoord.
  • Kijk naar de laatste letter van de stam.
  • Is dat een medeklinker uit 't kofschip of is het een x?

  • Ja? Schrijf dan de ik-vorm + te(n).
  • Nee? Schrijf dan de ik-vorm + de(n).

De klank van de letter x eindigt op een -s en doet mee met de regel van 
't kofschip. De stam van waxen krijgt dus + te(n).


VOORBEELD









Slide 9 - Tekstslide

stap 1
stap 2
stap 3
infinitief
stam
laatste letter
't kofschip
pvvt
proeven
proev
v
nee  
ik proefde
sussen
suss
s
ja
wij susten

Slide 10 - Tekstslide


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


De meisjes (lachen)... hard.
A
lachte
B
lachten
C
lachtte
D
lachtten

Slide 11 - Quizvraag


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


Vorige week (wachten)... hij op haar.
A
wachte
B
wachten
C
wachtte
D
wachtten

Slide 12 - Quizvraag


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


Waarom (gillen)... jullie net zo hard?
A
gilde
B
gilden

Slide 13 - Quizvraag


Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.

Wij (verhuizen)... vorige week naar Eindhoven. 

Slide 14 - Open vraag


Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.

De misdadigers (beroven)... vooral wat ouderen mensen.

Slide 15 - Open vraag

Voltooid deelwoord

Bij klankveranderende (sterke) werkwoorden kun je meestal horen hoe je het voltooid deelwoord spelt:


eten → Ik heb een appel gegeten.

brengen → Hij heeft een boek gebracht.

lopen → Zij hebben een eind gelopen.

Slide 16 - Tekstslide

Klankvaste (zwakke) werkwoorden

  • Klankvaste werkwoorden hebben een voltooid deelwoord dat eindigt
     op -t of -d. Soms kun je horen welke eindletter je moet schrijven in de
     verleden tijd. 

  • Bij het voltooid deelwoord schrijf je dezelfde letter die je hoort in de verleden tijd:

      ik werkte → ik heb gewerkt
      ik baalde → ik heb gebaald

Slide 17 - Tekstslide

  • Kun je niet horen of je -t of -d moet schrijven?
     Gebruik dan een van deze manieren.

 1.  Maak het voltooid deelwoord langer
      Hoor je aan het eind een d of een t?






infinitief
langer maken
voltooid deelwoord
rijpen
gerijpte
gerijpt
rimpelen
gerimpelde
gerimpeld

Slide 18 - Tekstslide

2 Gebruik de regel van 't kofschip

Neem de stam van het werkwoord.
Kijk naar de laatste letter van de stam.

Is dat een medeklinker uit 't kofschip of is het een x?

Ja?                           Schrijf dan -t.

Nee?                        Schrijf dan -d.                             Nee? Schrijf dan -d.

Slide 19 - Tekstslide


Noteer het voltooid deelwoord op de juiste manier.
Zij hebben hun inrichting (veranderen)...

Slide 20 - Open vraag


Noteer het voltooid deelwoord op de juiste manier.
Wanneer hebben zijn hun broer (uitzwaaien)...? 

Slide 21 - Open vraag


tNoteer het voltooid deelwoord op de juiste manier.

Zij hebben een geheime plek (ontdekken)............

Slide 22 - Open vraag


tNoteer het voltooid deelwoord op de juiste manier.

Zij heeft dat verhaal nooit (geloven)...........

Slide 23 - Open vraag

Zelf 
aan 
de 
slag
klaar:
Maak het werkblad
in magister
(huiswerk morgen)

Slide 24 - Tekstslide


Welke vorm van de persoonsvorm verleden tijd klopt in de zin?


De examenkandidaat (vrezen)... voor het cijfer van wiskunde.
A
vreeste
B
vreesde
C
vreesten
D
vreesden

Slide 25 - Quizvraag