c) Ga na dat deze factor in de eerste 6 weken steeds ongeveer hetzelfde is.
tijd
1
2
3
4
5
6
gewicht
300
360
430
520
620
750
360/300 430/360 520/430 620/520 750/620
1,2 1,19 1,2 1,19 1,2
d) Bas kreeg het hondje toen het 8 weken oud was.
Hoe zwaar was het hondje toen ongeveer?
na 6 weken 750 gram<div>na 7 weken 750 x 1,2 = 900 gram</div><div>na 8 weken 900 x 1,2 =1080 gram</div>
Slide 5 - Tekstslide
V4
Volgens Bas kun je het gewicht van het hondje uit opdracht V3 met de formule
G = 250 1,2t berekenen. Leg uit hoe Bas aan deze formule komt.
week 1 is: 250 x 1,2 = 300 gram<div>week 2 is: 300 x 1,2 = 360 gram</div><div>dan kan je ook zeggen voor week 2</div><div>250 x 1,2 x 1,2 = 360 gram en dat is hetzelfde als 250 x 1,2<span style="vertical-align: super">2</span></div>
<span style="font-style: italic">h = b x g<span style="vertical-align: super">t</span></span><div><span style="font-style: italic"><br></span><div>b (begingetal)</div><div>g (groeifactor)</div></div>
Slide 6 - Tekstslide
V5
welke van de 4 tabellen horen bij exp groei?
t
0
1
2
3
h
5
10
20
40
x2 x2 x2
A
h = 5 x 2t
beginhoeveelheid = 5
groeifactor = 2
Slide 7 - Tekstslide
V5
welke van de 4 tabellen horen bij exp groei?
t
0
1
2
3
h
24
20
16
12
-4 -4 -4
B
Deze is lineair h = 24 - 4t
beginhoeveelheid = 24
stapgrootte (hellingsgetal) = -4
Slide 8 - Tekstslide
V5
welke van de 4 tabellen horen bij exp groei?
t
0
1
2
3
h
27
9
3
1
x 1/3 x 1/3 x 1/3
c
h = 27 x 1/3t
beginhoeveelheid = 27
groeifactor = 1/3
Slide 9 - Tekstslide
V5
welke van de 4 tabellen horen bij exp groei?
t
0
1
2
3
h
10
1
0,1
0,01
x 1/10 x 1/10 x 1/10
D
h = 10 x 1/10t
beginhoeveelheid = 10
groeifactor = 1/10
Slide 10 - Tekstslide
V6
bij de grafieken horen de volgende formules.
Zoek bij ieder formule de juiste grafiek.
alleen 1 en 4 beginnen bij 60 dus A en B vallen af<div>hellingsgetal 1,2 gaat sneller omhoog dan 0,5 dus:</div><div>D hoort bij grafiek 1 </div><div>C hoort bij grafiek 4</div>
2
Alleen 2 en 3 beginnen in 10 <div>hellingsgetal 2 gaat sneller omhoog dan 1,2</div><div>A hoort bij grafiek 3</div><div>B hoort bij grafiek 2</div>
1
Slide 11 - Tekstslide
formule lijn k y = ax + b
y = ax + 1
Hellingsgetal?
2 opzij
1 opzij
3 omhoog
1,5 omhoog
dus hellingsgetal is 1,5
formule k y = 1,5x + 1
sneller? 3 : 2 = 1,5
Slide 12 - Tekstslide
2 opzij
1 opzij
3 omhoog
1,5 omhoog
sneller? 3 : 2 = 1,5
Hoe werk dit?
Zie de tabel. Je kijkt wat je moet doen om van (0,1) naar (2,4) te komen. Dat is volgens de tabel:
omdat je altijd terug moet rekenen naar de eenheidsstap moet je hier boven en onder delen door 2!
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Wat is de richtingscoëfficient van lijn l?
A
6 : 3 = 2
B
6 : -3 = -2
C
3 : -6 = -0,5
D
3 : 6 = 0,5
Slide 15 - Quizvraag
Wat is de formule van lijn l?
A
y = 0,5x + 3
B
y = 2x + 3
C
y = -2x +3
D
y = -0,5x + 3
Slide 16 - Quizvraag
Wat is de rc van lijn m?
A
4 : 2 = 2
B
2 : 4 = 0,5
C
3 : 4 = 0.75
D
4 : 3 = 1,3333
Slide 17 - Quizvraag
Wat is de formule van lijn m?
A
y = 2x + 1
B
y = 0,5x + 1
C
y = 0.75x + 1
D
y = 1,3333x + 1
Slide 18 - Quizvraag
Door de punten A (5,16) en B(9,40) loopt lijn k de rc = toenamen 2e coördinaat / toenamen 1e coördinaat vul in:
A
(40 - 16): (9 -5) =
24 : 4 = 6
B
(40-5) : (9-16) =
35 : -7 = -5
Slide 19 - Quizvraag
Door de punten A (0,2) en B(4,0) loopt lijn k de rc = toenamen 2e coördinaat / toenamen 1e coördinaat vul in:
A
(0 - 2): (0 -4) =
-2 : -4 = 0,5
B
(0 - 2) : (4 - 0) =
-2 : 4= -0,5
Slide 20 - Quizvraag
Door de punten A (-1 ,3) en B(3, 11) loopt lijn m de rc = toenamen 2e coördinaat / toenamen 1e coördinaat vul in:
A
(11 - 3): (3 --1) =
8 : 4 = 2
B
(11 - 3 ) : (3-1) =
8 : 2 = 4
Slide 21 - Quizvraag
samenvatting
RC = toenamen 1e coördinaat
toename 2e coördinaat
formule:
y = ax + b
a = rc en b = begingetal
Slide 22 - Tekstslide
& 1.1
Maak nu
opgave 4, 5, 6, 7 helemaal netjes af in je schrift.