Stambomen

Hoe zitten we er allemaal bij?
Telefoon in de tas?
Boeken en agenda's op tafel
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoe zitten we er allemaal bij?
Telefoon in de tas?
Boeken en agenda's op tafel

Slide 1 - Tekstslide

Herhaling
Wat is een fenotype?

Wat is een genotype?

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling
Als we over het DNA hebben. Wat verstaan we dan onder:

       Homozygoot
         Heterozygoot
              Dominant
              Recessief

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Opstart:
Genotype en fenotype, genen, kruisingen
Ik weet en begrijp de stof die we tot nu toe hebben behandeld.
Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.
Daarbij kan ik herkennen welke genen dominant/recessief zijn
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik aandachtig naar de docent
Opdracht 4 klassikaal
Welke vorm heeft een man in een stamboom en welke een vrouw?
Opdracht 1-9
Wat hebben jullie deze les geleerd?
Thema 3 Introductie en basisstof 4

Slide 7 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.

Slide 8 - Tekstslide

Stap 1: Kijk welk fenotype iedereen uit de stamboom heeft.

Slide 9 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.





Valt er wat op aan de vormen?

Slide 10 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.

Slide 11 - Tekstslide

Stap 2: Wat is het genotype van het kind met een ander fenotype dan vader én moeder?

Slide 12 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.

Slide 13 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.





Blond haar is recessief 

Slide 14 - Tekstslide

Stap 3: Schrijf bij de stamboom wat je nu weet over het genotype van de andere gezinsleden.

Slide 15 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.





Blond haar is recessief 

Slide 16 - Tekstslide

Stap 4: Vul de genotypen zo veel mogelijk aan.

Slide 17 - Tekstslide

Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.





Blond haar is recessief 

Slide 18 - Tekstslide

Opstart:
Genotype en fenotype, genen, kruisingen
Ik weet en begrijp de stof die we tot nu toe hebben behandeld.
Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.
Daarbij kan ik herkennen welke genen dominant/recessief zijn
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik aandachtig naar de docent
Opdracht 4 klassikaal
Welke vorm heeft een man in een stamboom en welke een vrouw?

Opdracht 1-9
Wat hebben jullie deze les geleerd?
Thema 3 Introductie en basisstof 4

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 4
Anette en Ewout Biegel willen graag kinderen. In de familie komt een erfelijke ziekte voor: SMA. Bij SMA sterven cellen in het ruggenmerg af, waardoor spieren minder goed werken. Je hebt SMA als je twee recessieve allelen hebt. Anette en Ewout willen weten hoe groot de kans is dat hun kinderen deze ziekte krijgen. Daarom hebben ze een stamboomonderzoek laten doen. Na een aantal jaren hebben ze drie kinderen.
In afbeelding 8 zie je de stamboom van de familie Biegel.

Wie is homozygoot recessief voor de eigenschap SMA?


Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 4
Bepaal het genotype van alle personen in de stamboom van afbeelding 8. Gebruik de letters A en a. Bij sommige personen zijn meerdere genotypen mogelijk. Geef dan beide mogelijkheden.



Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 4
Zoon Peter krijgt een relatie met Esmee. Uit onderzoek blijkt dat Esmee homozygoot dominant is. Peter en Esmee willen graag een kind.

Hoe groot is de kans dat hun kind een allel voor SMA heeft? Leg je antwoord uit.

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 4
Dochter Jorina krijgt een relatie met een man, Govert. Govert heeft geen SMA, maar in zijn familie komt deze ziekte wel voor. Jorina en Govert krijgen het advies om een stamboomonderzoek te doen.

Geef een argument om dit onderzoek te laten doen.


Slide 23 - Tekstslide

Toets tijdens de 2e toetsweek

Slide 24 - Tekstslide

Opstart:
Genotype en fenotype, genen, kruisingen
Ik weet en begrijp de stof die we tot nu toe hebben behandeld.
Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.
Daarbij kan ik herkennen welke genen dominant/recessief zijn
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik aandachtig naar de docent
Opdracht 4 klassikaal
Welke vorm heeft een man in een stamboom en welke een vrouw?

Opdracht 1-9
Wat hebben jullie deze les geleerd?
Thema 3 Introductie en basisstof 4

Slide 25 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
Basisstof 4 alle opdrachten



                                            Werk rustig voor jezelf, stoor geen anderen
                                            Rustig overleggen mag
                                            Wat je niet af krijgt is huiswerk!

timer
15:00

Slide 26 - Tekstslide

Opstart:
Genotype en fenotype, genen, kruisingen
Ik weet en begrijp de stof die we tot nu toe hebben behandeld.
Ik kan afleiden uit een stamboom welke genotypen nakomelingen hebben.
Daarbij kan ik herkennen welke genen dominant/recessief zijn
Tijdens de instructie ben ik stil en luister ik aandachtig naar de docent
Opdracht 4 klassikaal
Welke vorm heeft een man in een stamboom en welke een vrouw?

Opdracht 1-9
Wat hebben jullie deze les geleerd?
Thema 3 Introductie en basisstof 4

Slide 27 - Tekstslide